De redding van het schone (BCH)
Is de populariteit van deze filosoof niet vooral te danken aan zijn kritische blik op de westerse samenleving, waar hij ook en maar ook niet deel van uit maakt? Ik lees graag zijn werk, maar bij dit boekje komt toch vaker die gedachte in me op, dat je als filosoof - hoe kan het ook anders denk ik als een echte econoom - je plek vinden waar je het beste kan scoren. Een competitief voordeel ligt niet op het vlak waar iedereen het met elkaar eens is.
... van het schone begint met een essay - Lo pulido, in het Spaans - wat m.i. het beste het probleem van de westerse-kapitalistische samenleving verwoordt.
Alles is gepolijst en je mag geen kritiek hebben. Dat remt de wereld (of het kapitaal) die gebaat is bij "inertie" - een woord dat ik recent weer zag opduiken en hier misschien ook past. Of je houdt snelheid of je blijft aan de zijlijn, maar er is niets tussen (mijn vertaling).
Het gepolijste wordt volgens Byung-Chul Han het beste weergegeven met de kunstvorm van Jeff Koons. Maar hij schrijft ook over het ontbreken van echt contact. Iemand aanraken zorgt voor nabijheid. Het zicht is altijd afstandelijk. Letterlijk natuurlijk, maar gaat verder dan dat. Het zicht houdt afstand, de aanraking haalt de afstand weg. Zo knap dat met een enkele beschrijving van onze gewone zintuigen dit inzicht valt. [Doet me trouwens denken aan Gracian.]
Andere essays in dit werkje gaan o.a. over: het digitale, de schoonheid van het bedekken, de estetica van het desastre (de puinhoop), schoonheid als waarheid, het ideaal in schoonheid, etc.
De schoonheid van de sluier (het bedekken) past het meest bij het openingsessay, want bedekking (daar is een beter woord voor) zorgt voor erotiek, dat te vaak onderbelicht wordt in het huidige "porno" tijdperk. Er is niks meer versluierd tegenwoordig. Alles ligt open en bloot voor het oog... "het pornografisch theater" gaat hier op door.
Naast Jeff Koons (als artiest) noemt hij Hegel (zijn esthetiek), Roland Barthes over fotografie en studium en punctum, Barthes krijgt ook in het openingsessay ruimte door het fenomeen van de selfie te bespreken; een selfie heeft enkel een Façade, geen diepgang... Schoonheid, zo zegt Barthes ook, heeft ocultar nodig. Transparantie is dodelijk voor schoonheid. Maar ook over Gadamer (in de zin dat negativiteit nodig is in de kunst), George Bataille (natuurlijk over erotiek), Walter Benjamin (kunst in het tijdperk van technische reproductie, oid) of Jean Baudrillard, Burke of Plato (het banket). Maar ook Kant, of Adorno ontbreken niet. Barthes komt vaker terug met de erotiek van kwetsbaarheid. " de huidige maatschappij van het positivisme, verwijdert steeds het negatieve van de wond. Ook liefde mag geen schade lopen, liefde is niet meer kwetsbaar...
Wanhoop wordt in het Spaans, desastre en dat verbindt de filosoof met sterren, waar Baudelaire (las flores del mal) in een gedicht aan refereert als hij het heeft over "des astres" dat wanneer je het anders lees desastre vormt, puinhoop.
Schoonheid, net als de waarheid zouden exclusief moeten zijn, lees ik richting het einde. Dat gaat dan over entropie en noise / ruis..

Reacties