Het vocabulaire van David Hume
David Hume wordt voor economen vooral in relatie gebracht met Adam Smith. Daarover later mogelijk meer. hier gaat het over het vocabulaire van David Hume. VERENIGING VAN IDEEËN Principe dat de werking van de verbeelding bestuurt. De kwaliteiten waarop deze associatie gebaseerd is, zijn: gelijkenis, continuïteit in tijd of ruimte en oorzaak-gevolgrelatie. Volgens de uitleg van Hume spelen de oorsprong en aard van ideeën dezelfde rol als aantrekkingskracht of zwaartekracht bij Newton. ATHEÏSME (atheïsme) is een term die in een veel bredere zin dan tegenwoordig wordt gebruikt om te verwijzen naar de standpunten van hen die niet op de conventionele manier in God, de Voorzienigheid of een hiernamaals geloven. Hume noemt drie soorten atheïsten: zij die het bestaan van God ontkennen; zij die het bestaan van de Voorzienigheid ontkennen (bijvoorbeeld de Epicureërs) en zij die de vrijheid van de Godheid ontkennen (waartoe hij Aristoteles en de Stoïcijnen rekent). CAUSALITEIT, OF OORZAAK...