De bekentenissen van Zeno

Ik lees niet veel (fictie) maar dit boek las ik vrij snel uit. Het lag al jaren in de kast en het boek eb ik van mijn moeder geërfd, die het volgens mij nooit gelezen heeft. Het boek begint aan de hand van de psychiater die boos is op zijn patiënt Zeno die de psycho-analytische therapie blijkbaar niet wil afmaken en als wraak publiceert hij zijn bekentenissen. Het verhaal volgt een eenvoudige lijn van de dood van zijn vader, de ontmoeting van zijn vrouw als een van de vier dochters van Giovanni, de ontwikkeling van de romance met Carla, zijn partnerschap met Guido en als laatste de passage van de psychoanalyse.

... 

Uitleg (AI) 

Deze fragmenten (*) uit Zeno's Conscience (of La coscienza di Zeno) van Italo Svevo onthullen verschillende centrale thema’s en motieven die het hele verhaal doordringen. Hier zijn de belangrijkste inzichten die uit deze passages naar voren komen:

1. Zelfreflectie en psychologische diepgang. Zeno’s innerlijke monoloog toont zijn obsessieve zelfanalyse en schuldgevoelens. Hij worstelt met:

  • Verlies en spijt: Zijn rouw om Carla (die hij idealiseert als "zoet" en "goed") contrasteert met zijn eigen onvermogen om haar écht te beminnen. Zijn liefde voor Augusta is gebaseerd op bewondering voor haar gezondheid en stabiliteit, niet op passie.
  • Morele twijfel: Zijn herinneringen aan Guidos vioolspel en de Malfenti-familie (waar hij omging met Augusta) zijn doorspekt met schaamte en spijt. Hij ziet zichzelf als een "ziek" man die anderen manipuleert (bijv. Carla’s respect voor hem, terwijl hij haar eigenlijk gebruikt).
  • Illusies en zelfbedrog: Zijn hoop om op Augusta te lijken ("de personificatie van gezondheid") toont zijn verlangen naar normaliteit, maar ook zijn onvermogen om zichzelf te accepteren.

2. Huwelijk en relaties als maskers

Augusta als tegenpool: Zeno’s huwelijk met Augusta is gebaseerd op veiligheid en gemak, niet op liefde. Hij bewondert haar gezondheid en stabiliteit, maar voelt zich emotioneel leeg. Hun relatie is een "zakelijke partnerschap" (zoals Guido’s bedrijf), waar affectie wordt vervangen door routine.

Carla als projectie: Zijn obsessie met Carla (een jonge vrouw die hij ontmoet) toont zijn onvermogen om volwassen liefde te voelen. Hij ziet haar als een kind ("onrijp", "overwerkt lichaam"), wat zijn eigen onvolwassenheid benadrukt. Zijn verlangen naar haar is gekleurd door egoïsme: hij wil haar respect winnen, maar voelt zich schuldig omdat hij Augusta verwaarloost. 

Manipulatie en schuld: Zijn interacties met Carla en Augusta zijn doordrenkt van leugens en halve waarheden. Bijv. zijn beslissing om Augusta pas later over Guido’s financiële problemen te vertellen, toont zijn angst voor confrontatie en zijn neiging om zaken te vermijden.

3. Ziekte en gezondheid als metafoor. Svevo gebruikt het contrast tussen ziek (Zeno) en gezond (Augusta) als kernmetafoor:

Zeno’s "ziekte": Zijn psychische kwetsbaarheid, zijn obsessies, en zijn onvermogen om actie te ondernemen (bijv. zijn besluit om zijn tijd te besteden aan schrijven in plaats van zijn problemen op te lossen) symboliseren de moderne mens die vastzit in zelfreflectie.

Augusta’s gezondheid: Haar fysieke en mentale stabiliteit staat voor de bourgeoisie-idealen van orde en rede, waartegen Zeno zich verzet. Toch is zijn verlangen naar haar gezondheid ook een verlangen naar een leven zonder pijn.

Carla’s "overwerkte" lichaam: Haar jeugdige, maar uitgeputte verschijning reflecteert Zeno’s eigen innerlijke conflict: hij ziet haar als zowel aantrekkelijk als onbereikbaar, omdat ze zijn eigen onvermogen om liefde te voelen belichaamt.

4. Schuld en morele ambiguïteit. Zeno’s verhaal is doordrenkt van schuldgevoelens en zelfrechtvaardiging:

Hij ziet zichzelf als een slachtoffer van zijn eigen zwakheden (bijv. zijn liefde voor Carla vs. zijn huwelijk met Augusta), maar tegelijkertijd als een manipulator die anderen gebruikt.

Zijn herinneringen aan het Malfenti-huis (waar hij omging met Augusta’s familie [in het huis met de vier dichters Ada, Augusta, Anna en Alberta]) zijn gekleurd door spijt: hij voelt zich buitengesloten en onwaardig, maar ook schuldig omdat hij zich niet volledig committeert aan zijn gezin.

Zijn afkeer van Guido’s "theorieën" (die hij als belachelijk afdoet) toont zijn eigen onvermogen om betekenis te vinden in het leven. Zijn besluit om te schrijven is zowel een vlucht als een poging om zichzelf te begrijpen.

5. Tijd en herinnering. Herinneringen als vervormd: Zeno’s herinneringen aan Carla en Augusta zijn subjectief en gekleurd door zijn huidige gevoelens. Bijv. zijn beschrijving van Carla als een "onrijp kind" contrasteert met zijn eerdere verlangen naar haar, wat zijn innerlijke conflict toont.

Het verleden als last: Zijn obsessie met het verleden (bijv. Guidos vioolspel, de Malfenti-familie) toont hoe hij vastzit in spijt en onvervulde verlangens. Zijn "grote hoop" om op Augusta te lijken is een poging om het verleden te vergeten, maar ook een erkenning dat hij nooit zal slagen.

6. Satire en ironie. Svevo gebruikt ironie om Zeno’s hypocrisie en zelfbedrog bloot te leggen:

Zeno ziet zichzelf als een slachtoffer van zijn eigen zwakheden, maar zijn gedrag (bijv. zijn manipulatie van Carla en Augusta) toont zijn egoïsme.

Zijn afkeer van Guido’s "theorieën" is hypocriet, omdat Zeno zelf een theoreticus is van zijn eigen falen.

Zijn besluit om te schrijven is zowel een daad van zelfreflectie als een vlucht voor actie.

Conclusie: Het hele verhaal in een notendop. De bekentenissen van Zeno is een psychologische roman over een man die worstelt met zijn eigen onvermogen om liefde, verantwoordelijkheid en geluk te vinden. Het verhaal is een strijd tussen gezondheid en ziekte, tussen actie en passiviteit, tussen zelfbedrog en zelfkennis. Zeno’s obsessie met het verleden, zijn schuldgevoelens, en zijn onvermogen om zich te binden aan één persoon of ideaal, maken hem tot een antiheld die symbool staat voor de moderne mens: gevangen in zijn eigen gedachten, maar niet in staat om te veranderen.

De roman is ook een satire op de bourgeoisie en de hypocrisie van de samenleving, waarin mensen hun ware gevoelens verbergen achter maskers van respectabiliteit en gezond verstand. Svevo’s stijl—met zijn lange, associatieve zinnen en innerlijke monologen—benadrukt Zeno’s psychische toestand: een man die zichzelf niet begrijpt, maar wel probeert te begrijpen (Mistral).

* - Fragmenten.

In deze wereld bestond geen andere Carla en met bittere tranen rouwde ik om haar Carla de lieve de goede die zelfs had geprobeerd lief te hebben van de vrouw van wie ik hield en die alleen maar had gefaald omdat ik haar een andere vrouw had voorgesteld, precies degene van wie ik helemaal niet hield. 

HET VERHAAL VAN EEN ZAKELIJK PARTNERSCHAP - Het was Guido die mij bij zich wilde hebben in zijn nieuwe zakenfirma.
En toen ze mijn verbazing zag, zei Augusta tegen mij: Waarom ben je zo verrast? Wist je niet dat dit is hoe het huwelijk is? Zelfs ik wist het en ik ben zoveel onwetender dan jij. Ik weet niet zeker of het vóór of na mijn genegenheid kwam, maar in mijn geest werd er hoop gevormd, de grote hoop om uiteindelijk op Augusta te gaan lijken, die de personificatie van de gezondheid was.
Ook ik hield mij bezig met de zaken van anderen, zoals elke echt zieke man. Wat zou die mooie jonge vrouw in mij zien? Een persoon die bij uitstek respectabel is, maar geen man? En ze was echt mooi. Ik geloof dat ze jonger wilde lijken dan ze.
Het zou een grote belediging zijn geweest als een vrouw voor de eerste keer haar armen voor een man had geopend om hem tegen haar te horen zeggen. Allereerst moet ik de woorden verduidelijken die ik gisteren tegen je zei. Gisteren Alles wat de dag ervoor is gebeurd, moet onwaardig lijken om vermeld te worden en als een heer dit toevallig niet voelt, dan is het des te erger voor hem en moet hij zich zo gedragen dat niemand het beseft.
Heb je echt zoveel geleden? Ik stak meteen mijn blik in de duisternis van mijn verleden om dat lijden weer te ontdekken en ik mompelde: 'Ja. Beetje bij beetje herinnerde ik me Guido's viool en toen hoe ze me uit die woonkamer zouden hebben gegooid als ik me niet aan Augusta had vastgeklampt en opnieuw die Malfenti-woonkamer waar we rond de Lodewijk XIV-tafel het hof maakten terwijl ze aan het andere tafeltje zaten te kijken.
Maar nu ik alles weet, namelijk dat het niets anders was dan een dwaze illusie, een truc die bedoeld was om een of andere hysterische oude vrouw te beïnvloeden, hoe zou ik het gezelschap kunnen verdragen van die belachelijke man met dat oog van hem dat bedoeld was om doordringend te zijn en die veronderstelling die hem in staat stelt alle verschijnselen van deze wereld te verzamelen binnen zijn grote nieuwe theorie. Ik zal mijn resterende vrije tijd besteden aan schrijven.

Carla zag mij in een vals licht Carla zou het misschien verachten als ik zag dat ik zo verlangde naar haar kussen toen ik van Augusta hield. Diezelfde Carla die een show maakte van zoveel respect voor mij omdat ze mij zo nodig had Ik besloot haar achting te winnen en ik sprak woorden die mij pijn zouden moeten doen als de herinnering aan een laffe misdaad zoals een verraad gepleegd in volledige vrijheid, zonder noodzaak en zonder voordeel.
Later, toen de kinderen naar bed waren gebracht, begon ik Augusta verschillende keren te vertellen over Guido's financiële ramp en de schadelijke gevolgen voor mij, maar ik wilde me niet vervelen in de discussie en ik dacht dat het beter zou zijn om Augusta te overtuigen op het moment dat over de afwikkeling van die zaken door het hele gezin zou worden beslist.
Maar zelfs de dag ervoor, toen ik haar voor het eerst weer zag, ondanks het feit dat ik merkte dat haar donkere gezichtje ernstiger werd, haar lichte schouders breder werden en de boezem ronder werd door de geringe rijping van het overwerkte lijfje, bleef ik haar beschouwen als een onvolwassen kind bij wie alleen haar buitengewone activiteit kon worden bemind en het moederinstinct waarvan haar kleine lasten profiteerden

Scheikunde versus recht

Op het schutblad van een woordenboek vind ik deze aantekening van mij, opgeschreven in een elegant, zelfs sierlijk handschrift: 'Vandaag, 2 februari 1886, ga ik over van de rechtenfaculteit naar de faculteit scheikunde.
Ik had weinig aanleg voor scheikunde, deels dankzij mijn gebrek aan handvaardigheid.
Ik twijfel dus tussen rechten en scheikunde, omdat het bij deze beide disciplines om werk gaat dat op een vaste tijd begint, terwijl ik nooit weet op welk uur ik opsta.” ‘Elektriciteit geneest elke vorm van slapeloosheid,’ beweerde mijn Aesculapius, zijn ogen altijd op de wijzerplaat gericht in plaats van op de patiënt.
Hier is een voorbeeld: Toen ik, nadat ik van de rechtenstudie naar de scheikunde was overgestapt, zijn toestemming vroeg om naar de eerste studie terug te keren, zei hij vriendelijk tegen mij: “Het feit blijft dat je duidelijk gek bent.” Ik was in het geheel niet beledigd, en ik was hem zo dankbaar voor zijn instemming dat ik dacht hem te belonen door hem aan het lachen te maken.
Deze man was een klasgenoot van mij geweest en ik was erg op hem gesteld zolang ik geloofde dat hij voorbestemd was om een ​​groot scheikundige te worden.
Ze wisten onder meer dat ik in de loop van mijn studie van rechten naar scheikunde was overgestapt, om vervolgens – helaas! – naar het eerste terug te keren.
Een tijdlang heb ik wat gelezen, muziek gespeeld, daarna voelde ik een verlangen naar serieuzere activiteiten, en ik keerde bijna terug naar de scheikunde en vervolgens naar de jurisprudentie.
Opeens herinnerde hij zich dat ik scheikunde had gestudeerd, en hij zei tegen mij: “Je zou ook iets over dit goud moeten weten.” Ik herinnerde me niet veel, maar ik knikte en waagde het een opmerking te maken over wiens waarheid ik niet zeker wist.
‘Je hoeft geen scheikundige te zijn om te weten hoe je dit organisme van ons, dat maar al te gevoelig is, moet vernietigen.
Guido vroeg me plotseling: “Je bent een chemicus, kun je mij dit antwoorden: wat is effectiever, pure veronal of natriumveronal?” Eerlijk gezegd wist ik niet eens dat er een natriumveronal bestond.
Je kunt niet van een scheikundige verwachten dat hij de hele wereld uit zijn hoofd kent.
Ik ken voldoende scheikunde om mij in staat te stellen alle informatie snel in mijn boeken te vinden, en om – zoals in dit geval duidelijk is – de dingen die ik niet weet te kunnen bespreken.
Ik herinnerde me met genegenheid en emotie mijn verre verleden als scheikundige en enkele echte analyses: ik, een reageerbuis en een reagens! De ander, de geanalyseerde, slaapt totdat het reagens hem dwingend wakker maakt.
Voor mij opperde de verkoper de mogelijkheid om wierook te gebruiken als vervanging voor hars, dat al schaars aan het worden was, maar als scheikundige wist ik met absolute zekerheid dat wierook nooit hars zou kunnen vervangen, wat totaal anders was.

Op het schutblad van een woordenboek vind ik deze aantekening van mij, opgeschreven in een elegant, zelfs sierlijk handschrift: 'Vandaag, 2 februari 1886, ga ik over van de rechtenfaculteit naar de faculteit scheikunde.
Ik was woedend geworden over het canonieke recht, dat mij zo ver van het leven leek, en haastte mij naar de wetenschap, wat het leven zelf is, misschien gecondenseerd in een bekerglas.
Om te ontsnappen aan de keten van koolstofverbindingen waarin ik geen vertrouwen had, keerde ik terug naar de wet.
Ik twijfel dus tussen rechten en scheikunde, omdat het bij deze beide disciplines om werk gaat dat op een vaste tijd begint, terwijl ik nooit weet op welk uur ik opsta.” ‘Elektriciteit geneest elke vorm van slapeloosheid,’ beweerde mijn Aesculapius, zijn ogen altijd op de wijzerplaat gericht in plaats van op de patiënt.
Hier is een voorbeeld: Toen ik, nadat ik van de rechtenstudie naar de scheikunde was overgestapt, zijn toestemming vroeg om naar de eerste studie terug te keren, zei hij vriendelijk tegen mij: “Het feit blijft dat je duidelijk gek bent.” Ik was in het geheel niet beledigd, en ik was hem zo dankbaar voor zijn instemming dat ik dacht hem te belonen door hem aan het lachen te maken.
Ze wisten onder meer dat ik in de loop van mijn studie van rechten naar scheikunde was overgestapt, om vervolgens – helaas! – naar het eerste terug te keren.
Haar blos was niets! Toen het net zo eenvoudig verdween als de kleuren van de dageraad verdwijnen in het directe licht van de zon, volgde Augusta vol vertrouwen hetzelfde pad dat al haar zusters op deze aarde hadden gevolgd, die zusters die alles in orde en in orde kunnen vinden, of die anderszins van alles afstand doen.
Hij irriteerde me een beetje met zijn economische wetenschap en zijn wet van vraag en aanbod, die mij vanzelfsprekender leken dan hij zou toegeven.
Het is waar dat een zakenman niets hoeft te weten, want als hij boeken nodig heeft, belt hij de boekhouder en als hij de wet nodig heeft, belt hij een advocaat, en voor zijn rekeningen gaat hij naar een accountant.
Bij die transactie werd ze niet beschermd door de wet, maar door ridderlijkheid.
Zou ik – zo vroeg ze mij – uiteindelijk ook niet enigszins verantwoordelijk worden gehouden voor de verliezen die Guido heeft geleden? Ze wilde meteen een advocaat raadplegen.
Volgens de financiële wetten moeten we, gezien het verlies van de helft van het kapitaal, de onderneming liquideren en misschien onmiddellijk weer op een nieuwe basis nieuw leven inblazen.
En ik voegde eraan toe: “Volgens onze wetten is de verplichte straf voor frauduleus faillissement een gevangenisstraf!” Guido’s gezicht werd zo rood dat ik vreesde dat hij dat wasop de rand van een beroerte.
Ik verklaarde hem dat er volgens de wet ook een verantwoordelijkheid is voor de boekhouder, en ik was niet bereid om verzonnen klompjes cijfers voor te stellen als exacte kopieën.
En toen hij andere argumenten ontdekte – zijn rust, de voordelen die de kinderen zelf zouden halen uit zijn werk, de zekerheid dat hij zich aan de wet zou houden – wees ze die af met een scherp ‘Nee!’ Dit irriteerde Guido en – zoals dat met kinderen gebeurt – ook zijn verlangen.
De wet zou zeker niet verzacht worden door te ontdekken dat we, na zoveel verloren te hebben, nog meer risico wilden nemen en nieuw kapitaal in de onderneming wilden aantrekken.
Guido pijnigde zijn hersens om een ​​andere manier te vinden die hem beter zou kunnen beschermen tegen mogelijke strikken (zoals hij ze noemde) van de wet.
Hoe had het anders kunnen zijn? Met een beetje pech kan hij die straf krijgen en in de gevangenis belanden! Door mijn studie rechten wist ik dat Olivi de plichten van een zakenman die zulke boeken bijhield heel nauwkeurig had uitgelegd, maar om Guido en ook mijzelf van deze obsessie te bevrijden, adviseerde ik hem een ​​bevriende advocaat te raadplegen.
Hij antwoordde dat hij dat al had gedaan, of beter gezegd, dat hij voor dat specifieke doel niet naar een advocaat was gegaan, omdat hij zijn geheim zelfs niet aan een advocaat wilde toevertrouwen, maar dat hij een bevriende advocaat van hem had aangemoedigd om te kletsen terwijl ze samen op jacht waren.
De natuurwet geeft ons geen recht op geluk, maar schrijft eerder ellende en verdriet voor.
Voor de lunch hadden zij, Ada en Guido een advocaat om advies gevraagd, een oude vriend van de familie die tevens de trustee van de kleine Anna was.
De advocaat had gezegd dat het niet nodig was om te betalen, omdat dit volgens de wet niet verplicht was.
De advocaat heeft ons dat verteld.' Ze bracht mij de mening van een hoge autoriteit over zonder mij om de mijne te vragen.
Omdat ik afkomstig was van een oude gewoonte van de Beurs, had mijn mening, samen met die van de advocaat, enig gewicht kunnen hebben, maar ik kon me mijn mening eigenlijk niet herinneren, als ik die al had.
Ik hoorde ook dat hij, toen hij weer op straat was, boos mompelde: "Het zou tegen de wet moeten zijn om in dit soort omstandigheden zelfmoord te veinzen!" Toen ik hem ontmoette, durfde ik hem zijn nalatigheid niet te verwijten, maar hij voelde mijn gevoel en verdedigde zichzelf: hij vertelde me dat hij verbaasd was toen hij de volgende ochtend hoorde dat Guido dood was, en zelfs had gedacht dat de patiënt misschien weer bij bewustzijn was gekomen en meer veronal had ingenomen.
Dat klopt: als je met zo’n analyse begint, is het alsof je een bos ingaat, niet wetend of je een bandiet of een vriend tegenkomt.
En het is het apparaat dat ziekte veroorzaakt, waardoor de wet die op de hele aarde de schepper was, wordt losgelaten.
De wet van de sterkste verdween en we verloren een gezonde selectie.
Onder de wet die is ingesteld door de bezitter van het grootste aantal apparaten, zullen ziekte en zieken floreren.

Een passage over natrium ()

Guido vroeg me plotseling: “Je bent een chemicus, kun je mij dit antwoorden: wat is effectiever, pure veronal of natriumveronal?” Eerlijk gezegd wist ik niet eens dat er een natriumveronal bestond.
Je kunt niet van een scheikundige verwachten dat hij de hele wereld uit zijn hoofd kent. Ik ken voldoende scheikunde om mij in staat te stellen alle informatie snel in mijn boeken te vinden, en om – zoals in dit geval duidelijk is – de dingen die ik niet weet te kunnen bespreken. Natrium? Het is een bekend feit dat natriumverbindingen het gemakkelijkst worden geassimileerd. Ook herinnerde ik me in verband met natrium – en ik herhaalde min of meer precies – een lofzang over dat element, verwoord door een professor van mij in de enige lezing van hem die ik bijwoonde. Natrium is een voertuig waarop de elementen klimmen om sneller te bewegen. En de professor had zich herinnerd hoe natriumchloride van organisme naar organisme overging, en hoe het zich simpelweg als gevolg van de zwaartekracht verzamelde in de diepste put van de aarde, de zee. Ik weet niet zeker of ik de gedachte van mijn professor precies heb weergegeven, maar op dat moment, geconfronteerd met die enorme uitgestrektheid van natriumchloride, sprak ik met oneindig respect over natrium. Na enige aarzeling vroeg Guido verder: “Dus iemand die dood wil, moet natrium veronal nemen?” ‘Ja,’ antwoordde ik.
Toen ik me herinnerde dat er gevallen zijn waarin iemand zelfmoord wil simuleren en niet op dat moment dacht dat ik Guido aan een pijnlijke episode in zijn leven zou kunnen herinneren, voegde ik eraan toe: ‘En als de persoon niet wil sterven, moet hij de pure veronal nemen.’ Guido’s studie van veronal had mij misschien aan het denken gezet. In plaats daarvan besefte ik niets, terwijl ik me net zo op natrium concentreerde. De daaropvolgende dagen kon ik Guido nieuw bewijs leveren van de eigenschappen die ik aan natrium had toegeschreven: om amalgamen te versnellen, wat simpelweg een intense omhelzing tussen twee lichamen is, omarmt die vervangende combinatie of assimilatie, werd er ook wat natrium aan kwik toegevoegd. Natrium was de bemiddelaar tussen goud en kwik.

Recensie

De liefhebbers van Italo Svevo, en in het bijzonder de liefhebbers van Zeno Cosini, kunnen zich verheugen. Niet alleen hebben Athenaeum-Polak & Van Gennep in samenwerking met uitgeverij Ambo besloten de Bekentenissen van Zeno in een goedkope uitgave opnieuw uit te brengen maar bovendien verschijnt in het najaar bij Bert Bakker een vertaling van de vervolghoofdstukken op dit meesterwerk.

Dit vervolg op Bekentenissen van Zeno is nooit erg serieus genomen door de literatuurkenners, en in studies over het werk van Italo Svevo spreekt men meestal over ‘verspreide fragmenten’, alsof het onvoltooide hoofdstukken betreft die onderling niet veel samenhang vertonen. Svevo heeft deze bekentenissen nooit kunnen afmaken: hij stierf opzesenzestigjarige leeftijd aan de gevolgen van een autoongeluk, hetgeen ook het einde van Zeno betekende. Svevo heeft in de laatste maanden van zijn leven met veel plezier aan de nieuwe bekentenissen geschreven: ‘Het geeft niet als ik het niet af krijg. Ik zal tenminste nog één keer in mijn leven smakelijk gelachen hebben,’ schreef hij aan een vriend.

Korte tijd geleden kreeg ik de Engelse vertaling van de nagelaten bekentenissen, Further Confessions of Zeno, onder ogen, waardoor ik in de gelegenheid werd gesteld zelf te bekijken wat die ‘verspreide fragmenten’ om het lijf hadden.

Further Confessions of Zeno bevat vijf hoofdstukken, en de bekentenissen beslaan zo'n 160 pagina's. Bij lezing blijkt dat het hier om complete hoofdstukken gaat die niet alleen onderlinge samenhang vertonen maar ook mooi aansluiten op de eerdere Bekentenissen van Zeno. Svevo laat Zeno beginnen met zijn nieuwe bekentenissen waar hij de vorige keer gestopt was, namelijk bij zijn ervaringen met de Eerste Wereldoorlog. Gold voor de vroegere bekentenissen dat Zeno ze geschreven had met het oog op een psychoanalytische behandeling, voor deze nieuwe neerslag van herinneringen ontbreekt zo'n kader. Bekentenissen van Zeno moet echter niet alleen gezien worden als de inleiding op de behandeling die Zeno moest genezen van al zijn (psychosomatische) kwalen, maar ook als zijn autobiografie. Bekentenissen van Zeno is in essentie een open boek dat te allen tijde vervolgd kan worden en pas definitief eindigt met de dood van Zeno.

Voorafgaand aan de eigenlijke ‘confessions’ zet Zeno uiteen waarom hij de draad van de bekentenissen weer wil oppakken. Bij het doorlezen van zijn eerdere bekentenissen heeft hij gemerkt dat deze van veel waarde zijn, niet vanwege de psychoanalytische opzet maar omdat deze op papier gestelde herinneringen de enige herinneringen zijn die hij heeft. Alleen door ervaringen en gebeurtenissen op te schrijven is het mogelijk herinneringen te bewaren, gebeurtenissen aan de tijd te ontrukken zodat ze niet met deze tijd verstrijken: ‘Tijd wordt erin gekristalliseerd en kan altijd gelokaliseerd worden als je weet waar je moet kijken, net als bij een spoorboekje.’ Hij besluit het heden en dat deel van het verleden dat nog niet met de tijd verstreken is, te gaan beschrijven. De tijd, het verstrijken ervan en het ouder worden vormen net als in de eerdere bekentenissen een belangrijk thema in de Further Confessions. Maar Zeno heeft nog meer redenen om zijn herinneringen op te schrijven: de gebeurtenissen en ervaringen krijgen veel meer aanzien wanneer ze eenmaal opgeschreven zijn. Hij ervaart het werkelijke leven als een tamelijk eentonige aangelegenheid, maar als hij gaat opschrijven wat er gebeurd is dan valt er nog heel wat van te maken. Herinneringen verdringen en vervormen (in gunstige zin) de werkelijkheid: ‘als een leven wordt naverteld, wordt het geïdealiseerd’.

Zeno is als hij besluit zijn herinneringen opnieuw op papier te stellen zeventig jaar oud en hij lijdt met volle inzet onder deze vergevorderde leeftijd. Door te schrijven hoopt hij niet alleen de door hem nog steeds felbegeerde ‘hygiëne’ te bemachtigen (wat voor hem zoiets wil zeggen als geestelijke helderheid en stabiliteit) maar ook momenten te bewerkstelligen waarin hij zijn leeftijd vergeet en zich weer jeugdig kan voelen. Hij wil zich zo min mogelijk realiseren dat hij oud is, en niet zomaar een klein beetje oud: ‘De hele dag lang oud, zonder een ogenblik tot rust te kunnen komen. En ik word per seconde ouder.’

Het is Svevo in Further Confessions of Zeno schijnbaar moeiteloos gelukt de lichtvoetige toon van Zeno te hervatten, en ook hier is sprake van die geheimzinnige combinatie van diepzinnigheid en luchthartigheid: zeer ingewikkelde thema's komen bijna spelenderwijs aan bod. Op schitterende wijze geeft Svevo een voorbeeld van de manier waarop herinneringen de werkelijkheid vervormen en als het ware corrigeren. Als Zeno aan het wandelen is ziet hij op een afstand een man staan die met een hamer op een stuk ijzer slaat. Hij geniet van het verschil tussen het tijdstip waarop de ogen de hamer zien neerkomen op het ijzer en het moment waarop het geluid zijn oren bereikt. Maar wanneer hij later terugdenkt aan deze ervaring heeft er een verandering plaatsgevonden: ‘de logica van mijn geest bracht orde in de verwarring van de natuur, zodat ik nu, iedere keer als ik aan die hamer denk, het geluid van de slag hoor op het moment dat de hamer het aambeeld raakt’. Dat Zeno zich bewust is van het feit dat herinneringen de werkelijkheid niet benaderen (maar overtreffen) duidt er overigens op dat hij heel wat wijzer geworden is in de dertien jaar die verstreken zijn tussen zijn eerdere bekentenissen en zijn nieuwe pogingen. In Bekentenissen van Zeno lijkt hij zelf nog niet door te hebben dat hij de gebeurtenissen enigszins gekleurd weergeeft en springt hij hoog en laag om zijn psychiater (en ons) ervan te overtuigen dat hij een eerlijk, goed en vooral onschuldig mens is. Hoewel, ook in deze eerste bekentenissen worden we op zijn tijd (indirect) gewaarschuwd het waarheidsgehalte van het geschrevene met een korreltje zout te nemen. Zo verbaast hij zich bijvoorbeeld over zijn bewondering voor de eenvoudige spreektrant van Ada, de Malfentidochter op wie hij het eerst verliefd wordt: ‘en dat terwijl ik zelf zodra ik mijn mond opendoe personen en situaties verteken, omdat het praten me anders zinloos schijnt (...) Het woord moest een belevenis op zich zijn en kon daarom niet aan een andere belevenis zijn gebonden’. De psychiater weet genoeg en in het voorwoord wijst deze mensenkenner ons dan ook op de ‘vele waarheden en leugens’ die Bekentenissen van Zeno bevat. Hoe dan ook: was er in de eerdere bekentenissen de waarschijnlijkheid van een onbetrouwbare verteller, in Further Confessions of Zeno worden we door Zeno zelf uitdrukkelijk gewaarschuwd de neergeschreven herinneringen niet al te serieus te nemen. Hoewel, als de onbetrouwbare verteller bij uitstek ons zo nadrukkelijk ergens voor waarschuwt, dienen wij op onze hoede te zijn en moeten we die waarschuwing misschien ook niet al te serieus opvatten.

Droomwereld
Het ouder worden en de seniliteit die dat met zich meebrengt vormt in het gehele oeuvre van Svevo een belangrijk thema. In 1898 verschijnt er zelfs een boek van hem dat Senilità heet (in het Nederlands vertaald als Een man wordt ouder.) Uit deze roman blijkt dat Svevo het begrip seniliteit niet letterlijk opvat. Onder seniliteit verstaat hij een gebrek aan wilskracht waardoor men de werkelijkheid uit het oog verliest en zich overgeeft aan dagdromen. Degene die ‘seniel’ is, is niet meer in staat zelf beslissingen te nemen, en alles wat zich voordoet in de werkelijkheid wordt zo gewend en gekeerd dat het op den duur vlekkeloos past in de droomwereld die men geschapen heeft.

In de drie romans die Svevo voltooid heeft, onderzoekt hij steeds weer het fenomeen ‘gebrek aan wilskracht’, dat inherent schijnt te zijn aan het ouder worden. Het grote verschil tussen de eerste twee boeken en Bekentenissen van Zeno is echter gelegen in de optimistische en humoristische toon van de laatste roman: ook Zeno is een slappeling, ook Zeno doet aan zelfmisleiding, maar Zeno is bovendien een levensgenieter en daarom zorgt hij ervoor dat iedere nederlaag op zo'n manier wordt beredeneerd en goedgepraat dat er uiteindelijk geen sprake meer is van een nederlaag, integendeel, Zeno heeft weer eens een triomf behaald. Hij wordt hierbij geholpen door een onverwoestbaar optimisme: ‘Iedere onheilstijding slaat me eerst terneer, maar wordt spoedig verdrongen door het vaste vertrouwen dat ik de ramp zal weten te voorkomen.’ Hij is dan ook geenszins uit het veld geslagen als hij merkt dat Ada (op wie hij verliefd is) meer aandacht heeft voor de knappe Guido dan voor hem. Ook als zij zijn huwelijksaanzoek heeft afgewezen, wil hij zijn nederlaag niet toegeven. Als Ada niet met hem wil trouwen, dan zal hij haar knappe zusje Alberta wel vragen. Als ook deze weigert gaat Zeno halsstarrig door: hij vraagt de lelijkste zus Augusta (zij is scheel en heeft dun haar) ten huwelijk en deze geeft onmiddellijk haar jawoord. Dit lijkt een nederlaag maar blijkt in werkelijkheid een gouden greep: Augusta is een vrouw uit duizenden en bovendien had Zeno ‘haar schoonheidsfouten bepaald overdreven door te veronderstellen dat deze zich tot aan haar dijen zouden voortzetten’.

Het gebrek aan wilskracht komt in de Bekentenissen van Zeno het duidelijkst aan het licht door Zeno's onophoudelijke pogingen met roken op te houden. Een groot deel van zijn leven is gevuld met Laatste Sigaretten (die overigens daardoor extra lekker smaken, dus dat is weer meegenomen), die altijd gevolgd worden door nieuwe Laatste Sigaretten.

In Further Confessions of Zeno is hij echt oud (verschil met vroeger: hij hoeft zich geen zorgen meer te maken om de toekomst. ‘Ik beleef mijn toekomst op dit moment’), en milder geworden. Hij streeft nog steeds naar gezondheid, maar zoekt die gezondheid niet langer in het stoppen met roken, integendeel, het roken vormt voor de oude man een niet te versmaden hulpmiddel bij het vasten (om gezondheidsredenen slaat hij een maaltijd per dag over). Het is dan ook een grote opluchting voor hem om uit ‘hygiënische’ overwegingen zonder schuldgevoelens te kunnen roken. Hoewel wat milder en wat wijzer verschilt de oude Zeno op bepaalde punten nauwelijks van zijn jongere alter ego. Hij is nog steeds dezelfde beminnelijke egoïst. Behalve met ouderdom is hij zijn hele leven lang gepreoccupeerd geweest met fenomenen als ‘gezondheid’, ‘geweten’ en ‘eerlijkheid’ (leugens dragen niet zelden bij tot een hogere vorm van eerlijkheid). Andere belangrijke thema's zijn de erfelijkheidsproblematiek en de generatiekloof tussen ouderen en jongeren. Ook dit kwam al ter sprake in de eerdere Bekentenissen van Zeno, maar toen vanuit het standpunt van de zoon; in Further Confessions of Zeno vanuit het perspectief van een zeventigjarig kind.

‘Ik ben een man wiens geboorte in ieder opzicht slecht gepland was. Toen ik jong was waren oude mensen de enigen die in hoog aanzien stonden; (...) Nu ik zelf oud ben kom ik tot de ontdekking dat de enige mensen die hoog worden aangeslagen de jongeren zijn,’ klaagt de oude Zeno.

Toen hij jong was verweet zijn vader hem altijd dat hij nooit iets serieus kon nemen en nu verwijt zijn zoon hem precies hetzelfde. Wat is er toch met de erfelijkheidswetten aan de hand?

De jonge Zeno was in de eerdere bekentenissen een slechte zoon (‘Tot vlak voor zijn dood had ik nooit voor mijn vader geleefd. Ik deed niet de minste poging om nader tot hem te komen en als ik het kon doen zonder hem te kwetsen ging ik hem uit de weg’), en in de logica van Zeno is het daarom niet minder dan vanzelfsprekend dat hij nu een slechte vader is. Noch met zijn zoon noch met zijn dochter heeft hij veel op. Hij doet zijn uiterste best zichzelf (en ons) ervan te overtuigen dat hij in ieder geval alles heeft gedaan om de kloof die er tussen hem en zijn kinderen bestaat te overbruggen. Met betrekking tot zijn zoon Alfio kan hij dan ook niets anders doen dan concluderen ‘dat het zijn eigen schuld was, als mijn dood en doodsstrijd een vreselijke straf voor Alfio zou blijken te zijn.’

Zeno's dochter Antonia irriteert hem, als hij eerlijk moet zijn, bovenmatig. Zij is ronduit te veel van het goede: te knap, veel te deugdzaam, en als haar bloedsaaie echtgenoot aan vroegtijdige seniliteit overlijdt, rouwt zij buiten iedere proportie. Steeds weer vanuit de erfelijkheidsproblematiek redenerend zegt Zeno over zijn dochter: ‘Ik mag graag denken dat ze de deugdzaamheid van haar moeder heeft geërfd, en overdrijving van mij.’

Schrijnend voor hem is dat hij het wél uitstekend kan vinden met zijn neef Carlo, de zoon van Ada en Guido (die in de vorige bekentenissen zo'n belangrijke rol hebben gespeeld): ‘Wat was het nut van de erfelijkheidsleer als alles de oorsprong kon zijn van alles? Je kon er maar beter niets vanaf weten als je moest leren leven met het gegeven dat Carlo kon afstammen van een stommeling als Guido, en die kleine ettertjes Antonia en Alfio van mij.’ mij.’

Gezondheidsoverwegingen
De jongere Zeno nam in de Bekentenissen van Zeno een minnares omdat hij zich verveelde. ‘Mijn verstandhouding met Augusta ondervond er niet de minste schade van; integendeel. Augusta kreeg nu niet meer alleen de vriendelijke woordjes te horen die ik altijd al voor haar had, maar ook die welke voor de ander in mijn hart op welden.’

In Further Confessions of Zeno verveelt hij zich ook, maar dat is hier niet de directe aanleiding om een minnares te nemen. Hij neemt een minnares uit gezondheidsoverwegingen, of liever: om de natuur te misleiden. Hij hangt de theorie aan dat niet het hart maar de geslachtsdelen bepalend zijn voor leven en dood. Zolang een mens in staat is zich voort te planten heeft hij recht op leven, en Zeno ‘besloot Moeder Natuur te misleiden door haar te laten geloven dat ik nog steeds geschikt was voor de voortplanting. Daarom nam ik een minnares.’ Ook deze keer ondervindt Augusta slechts de prettige effecten van zijn buitenechtelijke geminnekoos. Nee, er kan Zeno werkelijk niets verweten worden.

Het blijkt duidelijk dat Svevo zich verlustigd heeft in het in volle glorie neerzetten van de oude Zeno. Alle onderwerpen worden breed uitgemeten. In de hoofdstukken die hij heeft nagelaten, en die in het Engels zijn uitgegeven onder de titel Further Confessions of Zeno (die titel heeft Svevo dus niet zelf verzonnen), stelt hij eerst iedereen voor die permanent of regelmatig in Zeno's huis verkeert. Vervolgens begint hij rustig Zeno's eigenaardigheden uiteen te zetten door hem te laten vertellen over de belangrijke gebeurtenissen van zijn bejaarde leven. Doordat we alles door de ogen van Zeno zien, zegt de karakterisering van de personages vaak evenveel over hemzelf als over de personen in kwestie. Zijn oordeel over personen of gebeurtenissen is sterk gekleurd door eigenbelang. Alles wat hij doet, doet hij om er zelf beter van te worden, hoezeer hij ook probeert iedereen ervan te overtuigen dat het tegendeel het geval is. Ondanks zijn egoïsme wordt de lezer door hem ingepalmd, hetgeen Svevo bewerkstelligt door Zeno een onwankelbaar gevoel voor humor mee te geven. Dit gevoel voor humor bepaalt de toon van Zeno's bekentenissen: luchthartig en optimistisch, sprankelend en goedaardig ironisch. Iemand die op zo'n manier zijn herinneringen op papier stelt, kan geen slecht mens zijn. Bovendien heeft Svevo hem een behoorlijke dosis overtuigingskracht gegeven waardoor diens vaak absurde redenaties volkomen logisch overkomen.

Nu Zeno oud is heeft hij niet meer zo'n last van al zijn oude kwalen, pijntjes die voornamelijk voortkwamen uit niet als dusdanig erkende schuldgevoelens. ‘Er valt niet aan te twijfelen dat een lang leven iedere ziekte geneest!’ Maar dat wil niet zeggen dat hij zich nu niet meer bezighoudt met zijn gezondheid. Hij doktert wat af, slikt uiteenlopende pillen, maar nu niet meer om van zijn kwalen te genezen maar om eventuele kwalen te voorkomen. Nu hij zo oud is moet hij zijn organen maar een beetje helpen, want ‘ongetwijfeld zullen alle organen de uitputting nabij zijn na zoveel jaren trouwe dienst en zullen ze baat hebben bij wat hulp’.

In feite heeft de oude Zeno hier een overwinning behaald op zijn jongere zelf. In Bekentenissen van Zeno wordt verslag gedaan van een voortdurende strijd voor vrijheid, waaronder zoiets verstaan wordt als ‘zonder schuldgevoelens kunnen doen waar je zin in hebt’. Deze strijd verliest de jongere Zeno, hetgeen gesymboliseerd wordt in de eeuwige laatste sigaret, en in de pijnscheuten die zich manifesteren als hij zich schaamt of vernederd voelt. In Further Confessions of Zeno heeft de tijd zijn werk gedaan en heeft hij, als zeventigjarige, weinig meer van zijn toekomst te verwachten en dus kan hij ongeveer doen waar hij zin in heeft, zonder zich al te druk te maken om de gevolgen. Zeno is stokoud maar vrij. Hij steekt de ene sigaret na de andere op met het vaste voornemen niet met roken op te houden, en over zijn avonturen met zijn minnares zegt hij: ‘Het was de minst verontrustende verhouding die ik ooit gehad heb in mijn leven.’ Tijdens het werken aan de vervolgbekentenissen stond Svevo op het hoogtepunt van zijn roem en van zijn technisch kunnen. Het onderwerp ‘ouderdom’ leidt gewoonlijk niet tot opgewekte bespiegelingen, maar Svevo behandelt het op zeer ontspannen wijze. Een schrijver die erin slaagt ouderdom en het einde van een mensenleven te presenteren als een bevrijdend slotakkoord moet beschouwd worden als de optimist bij uitstek (bron: Maria Stahlie,Een lang leven geneest iedere ziekte,  https://www.dbnl.org/tekst/_vri013boek05_01/_vri013boek05_01_0492.php).

--
 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Het grootste bordeel van Europa

Weg met Piet Vroon (2)

Latijnse Citaten van ... (Vergilius)