Kierkegaard's vocabularium
Wat is het vocabularium van Kierkegaard? Ik vond deze in een overzichtswerk, waar dertig filosofen op gelijksoortige wijze ontleed worden aan de hand van hun primaire jargon of vocabularium. ANGST. ANGUISH (angst) Eén van de fundamentele aandoeningen van de ziel, waarin een soort verlangen en een soort angst, een aantrekking en een afwijzing ten aanzien van de mogelijkheden die een subject zich voordoet, samenkomen. Angst definieert dus primair de relatie van het subject met het mogelijke, met de mogelijkheden van het bestaan op een punt waar deze nog niet bepaald zijn. Het object van angst is altijd onbepaald, ‘iets dat niets is’. De vormen van de relatie met dat object vallen echter samen met de verschillende vormen van religiositeit: de angstige houding ten opzichte van het onbekende, het geloof in het lot, de pijn die gepaard gaat met schuldgevoelens en het besef van zonde. Alleen in de ‘angst van de zonde’ kunnen mensen ‘de mogelijkheid van vrijheid’ volledig begrijpen en o...