Droom groot
Eva Jinek schreef dit boek, Droom groot, "Verhalen van voorbeelden" en ik las het in de bibliotheek in Rotterdam. Voorbeeldige verhalen, denk ik erbij. De foto's zijn zwart-wit en tonen vrouwen waar Jinek het relaas om heen schrijft: succesvrouwen.
"Ik zal nooit vergeten," schrijft ze in de zeer sterke inleiding - die niet iedereen zo maar kan oppennen, "waar ik reed toen ik op de radio hoorde dat mijn carrière voorgoed voorbij was... "
Sterk. Het gaat - herinner ik me dan opeens - over dat Moszkowicz-moment, waar de interviewster een relatie had met deze toxische advocaat. Ze gebruikt woorden, als:
- wegrelativeren, stap uit je comfortzone, obsessie met details...
Wie zijn dan die ..vrouwen*? En ken ik ze? Meestal of nagenoeg niemand:
- Robin de Puy. Ging op haar 14 naar Amerika (au-pair) had angst om uit haar vertrouwde omgeving weg te gaan, maar meer angst om iets niet aan te kunnen.
- Eveline Eendekerk, waarvan Jinek zegt: "Ik vond haar stoer."
- Lisa Mandemaker, ontwierp de buitenbaarmoeder. Is bang voor een mogelijk Doemscenario, "dat vrouwen overbodig zullen worden." [Dat zal toch niet. De man is dan al lang uit de roulatie, denk ik dan]
- Lianne Hetschert, jongste rector magnificus. Mij bekend (econoom in opkomst, UM)
Het boek opent met een quote van Suasan Sontag: "Het is nooit bij me opgekomen dat ik niet het leven zou kunnen leiden dat ik wilde leiden..."
...
* - de gehele lijst:
- ..., Chahinda Ghossein-Doha (cardioloog, UM), Lize Korpershoek (presentator, documentairemaker, illustrator, columnist en voormalig model), Marian Spier (bestuurder en ondernemer, schrijfster van het boek, Impact), Marike Stellinga [bekend in de financiële wereld***]
- ... & Stien den Hollander ("S10," zanger, rapper, songwriter), Merel Westrik (actrice en director), Ellen Laan (seksuologe, AMC, overleed in 2022)
- ..., Jalila Essaïdi (Artiest, uitvinder en ondernemer in Eindhoven)
- ..., Nhung Dam (Cabaretier)
- ..., Joan Vos-Bonapart (kan ik niet terugvinden), Angélique Schmeinck (Kok), Kristien van Dillen (Zogenaamd succesvol), Nienke Helder (product ontwerper op gebied van sexuele gezondheid), Margot van Schayk (cabaretier, overleed op 47 jarige leeftijd aan lympfeklierkanker , Naz Kawan (ondernemer, mode en design)
- ..., Simone Weimans (Nieuwslezer en journalist), Helena, Monica en Wendy Tsang (Restaurant eigenaren, moeder en dochters, michellin-ster)
- ..., ..., ... , ... , Maite Hontelé (trompetist), Radana Jinek
Gemini zegt over deze lijst: ... bestaat uit de genomineerden voor de
Harper's Bazaar Women of thee Year 2021 awards. Dit jaarlijkse evenement eert invloedrijke vrouwen in Nederland die een uitzonderlijke bijdrage hebben geleverd op gebieden zoals kunst, cultuur, journalistiek, wetenschap en maatschappij.
Belangrijke personen op de lijst:
- Carry Knoops-Hamburger: Bekend strafpleiter.**
- Roxeanne Hazes: Zangeres en mediapersoonlijkheid.
- Wende Snijders & Stien den Hollander (S10): Beiden gerenommeerde muzikanten.
- Raven van Dorst: Presentator en muzikant.
- Angela Maas: Cardioloog gespecialiseerd in het vrouwenhart.
- Laurentien en Eloise van Oranje: Prinses Laurentien en haar dochter Eloise, die zich inzetten voor maatschappelijke thema's en mode.
- Rebecca Gomperts: Arts en activiste voor abortusrechten.
- Rianne Letschert: Rector magnificus en voorzitter van de Universiteit Maastricht.
In 2021 werd de hoofdprijs uiteindelijk gewonnen door atlete Sifan Hassan.
Over Carry Knoops (vrouw van...) schrijft ze inleidend:
- Het was een doodgewone talkshowdag toen mijn geweldige redacteur Nouschka mij het dossier overhandigde van Carry en Geert-Jan Knoops. Zij zijn al zo vaak te gast geweest, dat ik ervan uitging dat ik hun achtergrond wel kon dromen. Toen Nouschka de papieren in mijn hand drukte en zei: ‘Wist je dat Carry vroedvrouw is geweest?’ stond ik dus wel even met mijn talkshowoortjes te klapperen.
- ‘Ja, dat. Met baby’s,’ zei Nouschka. En: ‘Ze heeft ook nog het conservatorium gedaan. Viool,’ zei ze lachend voordat ik de woorden kon vinden om door te vragen.
- Een paar uur later zat ik naast Carry in de uitzending. Natuurlijk luisterde ik aandachtig naar haar uiteenzetting van de zaak waarvoor ze was gekomen, maar in mijn achterhoofd zag ik Carry in een parallel universum. Carry in een bebloed schort die een pasgeboren baby triomfantelijk in de lucht hield. Carry in een mouwloze glitterjurk, viool onder haar kin geklemd, in extase in een concertzaal. Dit bleken de topjes van de ijsberg te zijn, want Carry is het uitzonderlijke type mens dat niet een leven lang mijmert over wat ze allemaal had kunnen doen – ze dóét het gewoon.
*** - het interview met Marike Stellinga, ECONOOM, POLITIEK VERSLAGGEVER, JOURNALIST
Het is nooit moeilijk om Marike te vinden: volg gewoon de lach. Die is groots en aanstekelijk en klinkt vooral ongefilterd, alsof Marike hem niet mooier of kleiner maakt dan-ie is. Het is een avontuurlijke lach, die sans gêne aan haar ontsnapt. Het is ook een uitstekende indicatie van wie Marike is, en met welke kracht zij door het leven suist.
Ik wilde Marike spreken omdat zij zich begeeft op een terrein waar je weinig uitgesproken vrouwen tegenkomt: op een kruispunt van economie, politiek en opinie, haar expertise. Omdat ze schrijft over vrouwenemancipatie op een andere manier dan ik gewend ben, zeker van een vrouw. Omdat ze ieder jaar als columnist in NRC haar eigen standpunten kritisch onder de loep neemt. Standpunten die ze heeft veranderd, veegt ze niet onder de tafel, maar legt ze juist onder een vergrootglas, in de krant, om een toelichting te geven op haar voortschrijdend inzicht. Omdat ze een en al glinsterende ogen is, rode wangen van opwinding, zonder hand- schoenen de arena in, altijd hop, gáán! Voor de duvel niet bang. Ik wil weten hoe je zo wordt.
Maar ons gesprek neemt een andere wending. Of misschien ook niet, want zo royaal als Marike haar meningen kan herzien, zo heeft ze ook moeten herzien hoe zij naar zichzelf kijkt, op een extreem kwetsbaar moment in haar leven. En juist daardoor kon ze weer de oude Marike worden, die van die lach.
Vlak voor de verkiezingen van 2017 was ik op een bijeenkomst over politieke peilingen. Iedereen die ook maar iets van het onderwerp weet, was erbij en de zaal zat vol mensen die ik ken. Terwijl ik de trap af liep, naar een collega zwaaide en ook nog met mijn kinderen aan het Appen was terwijl ik twee zware tassen aan mijn arm meedroeg, struikelde ik. De klap was enorm. Een collega vertelde later lachend dat ze even dacht dat ik dood was. Daar lag ik dan, in mijn leuke rok en laarzen, aan de voeten van de-inmiddels overleden – iconische politieke verslaggever Max van Weezel. Terwijl Max me overeind hielp, wie heeft allemaal m'n onderbroek gezien? Niemand zei wat, iemand duwde glas wijn in mijn hand en ik werd alleen maar roder en roder, want het was allemaal zo vreselijk gênant. Maar het is die klap die mijn leven heeft gered. En mijn debiele onhandigheid ..., om alles tegelijkertijd te doen... dat ook.
Op het moment dat ik van die trap viel, had ik namelijk al een tijdje last van mijn pols, maar omdat ik onlangs was begonnen met kickboksen, dacht ik dat het daaraan lag. Na die val werd de pijn onbeschrijfelijk heftig. Bij de minste of geringste aanraking schoten de tranen in mijn ogen. Het idee alleen al dat iemand die plek zou aanraken, was ondraaglijk. Met tegenzin ging ik naar het ziekenhuis, ik voel me snel een aansteller. Maar daar konden ze steeds niets vinden. Op een gegeven moment zag ik ze denken: zou het psychisch zijn? Uiteindelijk verwezen ze me door naar een handkliniek, het ging waarschijnlijk om een ganglion. Dat is een goedaardig zwellinkje met vocht erin. Wel opvallend dat jullie er geen vocht in zien, zei ik nog. Na een paar maanden kon ik terecht om geopereerd te worden, maar ja, toen kon het kabinet-Rutte III elk moment aantreden, de formatie was bijna klaar... Dat is, werktechnisch gezien, waar ik voor leef. Geef mij een regeerakkoord en een financiële doorrekening en ik stuiter de pan uit! Ik kende alle verkiezingsprogramma's uit mijn hoofd, verheugde me intens ор de uitslagen, de formatie: ik was er helemaal klaar voor. Daarom vroeg ik aan mijn arts of het erg zou zijn als ik de operatie met een paar maanden zou uitstellen. Geen probleem, zei hij. Eind december, drie maanden later dan aanvankelijk gepland, ging ik pas onder het mes. Na de operatie zei de dokter: 'Wat jij hebt, maak ik waarschijnlijk maar één keer in mijn leven mee.' In mijn pols zat geen goedaardig gezwel, maar een zeer zeldzame en agressieve vorm van kanker.
De volgende ochtend zat ik in het AMC om onderzocht te worden op uitzaaiingen. De dokter zei: je hebt geluk als we je duim niet hoeven te amputeren. Toen ik dat hoorde, dacht ik twee dingen. De eerste was: ik heb deze operatie uitgesteld voor het fucking kabinet-Rutte III. En ik níét dood voor Rutte III. En mijn tweede gedachte was: gelukkig ben ik degene die dit heeft, en niet iemand anders in mijn gezin. Want ik kán dit. Ik heb deze operatie uitgesteld voor het fucking kabinet-Rutte III. En ik ga niet dood voor Rutte
Waar komt die overtuiging vandaan?
Dat heb ik al zolang ik me kan herinneren, zo ben ik altijd al geweest. Ik was heus ook wel onzeker, on ole onzekerheid wilde ik dan overwinnen. Op de middelbare school had ik heel veel moeite met de exacte vakken. Ik snapte er echt geen bal van, en juist daarom heb ik natuurkunde en wiskunde B
op mijn lijst gezet. Je zit toch niet op school om dingen te doen die je al kunt? Die houding voelde voor mij heel natuurlijk, en die heb ik ook altijd meegenomen in mijn werk als journalist.
Branie is misschien wel het beste woord om die houding te omschrijven. Ik had zo vaak dat ik televisiekeek, een econoom aan een talkshowtafel zag zitten en dacht: hallóóó! Waarom zit ik daar niet? Ik kan dat ook! Of dat ik iemand op de cover van een blad zag, met een groot opinie- stuk. Dat had ik moeten zijn, dacht ik dan. Niet vanuit een behoefte aan status, maar puur omdat ik de dingen die ik weet graag wil delen. Dat kwam voort uit een heel positief gevoel over mezelf. Vanuit vertrouwen in mijn eigen kunnen.
Ik moet nu bijna lachen als ik terugdenk aan de branievrouw die ik was. Altijd overal met gestrekt been in, nooit een discussie uit de weg gaan... wat een leuke vrouw, denk ik dan.
Dat is dezelfde vrouw die in 2009 een boek schreef over vrouwen op de werkvloer en daarin verkondigde dat het glazen plafond niet bestond. Dat vrouwen gewoon helemaal niet zoveel ambitie hadden.
Dat ik me in die discussie ben gaan verdiepen, komt omdat ik me ergerde aan de manier waarop er over vrouwen en werk en carrière werd geschreven. Ik herkende mezelf er namelijk nooit in, want uitgerekend bij de afdeling 'help vrouwen vooruit' was er heel weinig oog voor hoe verschil- lend vrouwen zijn. Bij mij begint emancipatie namelijk bij het idee dat ik gezien word als individu. Eerst ben ik Marike, en pas daarna nog veel andere dingen: econoom, journalist, vrouw. En niet: zij is een vrouw en alle vrouwen zijn empathisch en houden van teamwork en alle andere clichés die je altijd voorbij hoort komen. Zo aanmatigend vond ik dat. Als ik het hoorde, dacht ik altijd: sodemieter op, zo zit ik niet in elkaar! En ik mag er óók zijn. Zonder dat er automatisch van mij verwacht wordt dat ik degene ben die zacht en aardig moet zijn tegen iedereen, omdat ik toeval- lig een vrouw ben.
Een groot deel van mijn boek ging over die vermeende vrouwelijke eigenschappen en hoe groot de diversiteit is binnen de groep vrouwen, en mannen natuurlijk ook. Mijn ergernis vormde de motor om dit allemaal uit te zoeken! Je hoort dat ik me er nog steeds over opwind, haha. Ik sta namelijk nog steeds achter mijn standpunt dat in Nederland veel vrouwen in vrijheid kiezen voor deeltijdwerk, maar er is voor mij wel iets veranderd in mijn denken.
Je schrijft over deze ommezwaai in NRC: "Tien jaar geleden schreef ik een boek over vrouwen en werk. Ik ging er keihard in: het glazen plafond bestond niet, Nederlandse vrouwen werden niet gehinderd maar deden precies wat ze wilden en ik was fel tegen een quotum. Bekeerd over het quotum ben ik niet, maar ik zou nu niet meer zeggen dat vrouwen minder ambitie hebben. Ik wil niemand een excuus geven om te denken dat het vanzelf goed komt. Diversiteit is hard werken. Ook voor mij is nu evident: het gaat kennelijk niet vanzelf.'
Het was jeugdige branie en ik zou er nu zeker niet meer zo heftig in gaan. Die branie, dat is iets wat ik de afgelopen jaren wel ben verloren. Niet alleen op dit onderwerp, maar überhaupt. En ik heb altijd gezegd: ik ben heel pittig maar als ik ongelijk heb, geef ik dat gewoon toe. Ik schrijf elk jaar voor de krant een column over mijn 'stondpunten', meningen die ik heb herzien, omdat ik niet alleen maar ja en amen wil zeggen tegen mijn eigen ideeën. Ik heb veel liever een keer echt flink ongelijk, want: een open geest, dáár gaat het mij om. Dus toen ik na tien jaar terugblikte op mijn boek en mezelf de vraag stelde of ik het nu net zo zou zeggen, was het antwoord: nee.
Wat is er veranderd?
Het verschil is het hele idee dat je je als vrouw maar moet invechten. Daar ben ik veel milder over gaan denken. Dat komt door de MeToo-beweging, het feit dat er zulke waanzinnige misstanden zo breed aanwezig zijn in alle gelederen van de maatschappij. Ik kon me destijds niet voorstellen dat die schaal bestond en dat heeft heel veel indruk op mij gemaakt. Het komt ook doordat vrouwen aan de top van het bedrijfsleven en in de politiek het lef hadden om te zeggen: invechten helpt niet genoeg. Dat heeft voor mij waarde en daar ga ik niet tegenin. Tien jaar geleden werd dat namelijk niet zo breed zo hardop uitgesproken. Tien jaar geleden zou er bij een debat altijd wel een vrouw bij hebben gezeten, die dan zou zeggen: joh, we gaan toch niet zielig lopen doen, kom op, we gaan er het beste van maken.
Nu is er een groeiende en brede bereidheid om open te zijn over de hindernissen die je als vrouw tegenkomt, en dat heeft een enorme verandering teweeggebracht. Ik denk ook omdat de vooruitgang veel vrouwen tegenvalt. Ik heb daardoor ingezien dat ik elke keer dat ik 'vrouwen worden niet gehinderd' roep, munitie geef aan een bepaalde groep mannen- en daar horen misschien ook wel sommige vrouwen bij – die daardoor denken dat je aan het onderwerp geen aandacht hoeft te besteden. Maar dat moet dus wel! Dat gevoel van: het lost zich vanzelf wel op, dat wil ik niet meer oproepen, want dat is niet zo. Ik voel echt een verantwoordelijkheid om deze beweging te steunen, en niet te hinderen.
Je zegt dat je in de loop der jaren de branie die zo bij jou hoorde, bent verloren. Waarom? Door die tumor. Toen ik hoorde dat ik die tumor had... dat ik kanker had... Toen dacht ik: ik kan dit helemaal aan. Maar dat was mijn grote fout. Ik heb dat onderschat. Ik heb dat totáál onderschat.
Ik dacht: ik pak die kanker aan zoals ik het adjunct-hoofdredacteurschap aanpak, zoals ik aanschuif bij een talkshowtafel. Maar ik heb een halfjaar thuisgezeten! Ik, die normaal gesproken de hele dag door stuiter... ik kan niet eens koffiedrinken omdat ik zo druk ben, zo vol energie. En die bestralingen...... jezus, wat was dat vermoeiend. Elke dag was ik zo intens moe. Op advies van de bedrijfsarts moest ik daarna langzaam re-integreren, en mocht ik twee dagen per week naar de redactie. Maar toen ik er was, dacht ik alleen maar: iedereen práát de hele dag door, hoe kan een mens hier nou ooit werken? Terwijl ik daar eerder nog nooit last van had gehad. Ik was altijd diegene die de hele dag praatte. Tegelijkertijd vond ik dat re-integreren véél te langzaam gaan, dus op de dagen dat ik niet op de redactie was, las ik stiekem alles wat ik gemist had: kamerbrieven, dossiers over het klimaatbeleid... 'rustig aan' werd een relatief begrip voor mij. En ik vond ook dat ik weer fit moest worden, dus ging ik daarnaast drie keer per week kickboksen.
Kickboksen? Met die net geopereerde pols?
Tja... Later zei een revalidatiearts tegen mij: je hand is verbrand, eigenlijk praktisch gefrituurd door al die bestralingen, twee keer geopereerd, er is van alles uit gehaald, een pees en een botje, maanden gebruik je hem nauwelijks zodat hij kan herstellen... en dan ga je kickboksen? Als ik erop terugkijk, denk ik ook: wat achterlijk. En, hoe afstandelijk kun je naar je eigen lichaam kijken? Dat was eigenlijk meteen al begonnen toen ik net hoorde dat ik die tumor had. Midden in de nacht werd ik wakker en schreeuwde tegen mijn man Ivo: 'Haal die hand eraf! Hak die hele arm eraf, het boeit me niet, ik wil het weg hebben.' Ik had mentaal afscheid genomen van die hele arm, van alles wat erbij hoorde. Daar heb ik later heel veel last van gekregen.
Toen ik aan het re-integreren was, moest ik regelmatig bij de bedrijfsarts komen en die zei: dit gaat helemaal niet goed, je hebt veel te veel pijn. 'Nou en!' riep ik. 'Dan neem ik toch nog een paracetamol?' Nou, dat was natuurlijk ook niet de bedoeling, want dat zou nog meer problemen creëren. Zij stuurde me voor twee weken naar een revalidatiekliniek, dat zou wel helpen. Ik weet nog dat ik over die tafel heen riep: Ik Wat??? Hoezo?! Ik wilde niet. Maar een week later was ik weer aan het kickboksen en ineens voelde ik het: mijn nek, armen en schouders zaten helemaal vast. Alles. Ik kon nauwelijks nog bewegen, en toen wist ik: zo kan ik niet verder. Ik ga wel naar die stomme revalidatiecursus.
Het eerste dat ze je daar vragen is: wat heb je allemaal meegemaakt? Ze vonden het best hef- tig toen ik het vertelde, en zo door hun ogen bezien, vond ik dat ook wel. Een van de psychologen wees me erop dat ik heel raar omging met mijn rechterarm, dat ik hem behandelde alsof het een baby'tje was. Ik had geen idee wat ze bedoelde. Nou, hij ligt echt als een soort gemankeerd mitella-armpje naast je lijf, kijk maar.' Wat een gelul, dacht ik, echt onzin. Die avond zat ik met Ivo in een wijnbar en we hadden het over politiek en ik zat druk te praten en te zwaaien met mijn armen, zoals ik altijd doe. Maar toen we het hadden over 'die periode', de tijd dat de tumor werd ontdekt, toen zag ik ineens wat ze bedoelde: mijn arm ging gewoon liggen. In de revalidatiekliniek leerde ik dat wat je psychisch hebt meegemaakt, in je lijf gaat zitten. En via mijn lijf was ik dus frontaal tegen een muur opgelopen.
[Ik moet nu bijna lachen als ik terugdenk aan de branievrouw die ik was.
Altijd overal met gestrekt been in gaan, nooit een discussie uit de weg
gaan... wat een leuke vrouw]
-
Ik ben daar heel erg blij om, omdat het me heeft gedwongen - niet van harte, totaal niet – om echt onder ogen te zien wat er is gebeurd. En om in te zien hoe ik met moeilijke dingen omga. Namelijk dat ik heel erg ben van de extraverte emoties, van de assertiviteit, woede, vreugde: die emoties zijn bij mij altijd de motor voor alles. Maar angst en verdriet, die zet ik rücksichtslos opzij. En daar was ik heel erg goed in geworden, om dingen te parkeren. Zoals die basale doods- angst die me een paar keer bij de keel greep nadat ik hoorde dat ik kanker had. Maar ja, de uit- slagen waren goed, het bleef maar bij een tumor van max één centimeter. Bij mijn soort kanker ben ik de één op de honderd met zo'n gunstige uitslag. Dus ik dacht: ik heb geluk gehad, ik hoef niet meer bang te zijn, die angst is onnodig. Maar bij de revalidatie kwam dat er gewoon weer uit, want die angst zat er nog wel. Natúúrlijk zit die er nog! Dat onderhuidse gevoel, die doods- angst is niet ineens weg, omdat je toevallig een goede uitslag hebt gehad.
Pas toen ik alles er een keer uitgooide bij die kliniek, voelde ik voor het eerst weer een stoot energie. Het opkroppen en onderdrukken van zoveel emoties kost namelijk ook heel veel energie. Twee weken lang ben ik gedwongen om onder ogen te zien wat er was gebeurd. Ik bleef daar maar herhalen: 'Ik ben blij, ik heb geluk gehad, het is goed afgelopen."Voor iemand die zo geluk- kig is, ben je wel opvallend veel aan het huilen,' zeiden de artsen.
Ik heb heel erg weinig consideratie gehad met mijn eigen verdriet en mijn eigen angsten. En in dat hele proces van ziek zijn, ben ik toch iets verloren. Dat was die branie waar we het over hadden. De vrouw die altijd riep: zet mij maar voor een zaal, zet mij maar vooraan, ik kan aller hebben..... die was er gewoon niet meer. Ik moest mezelf echt zoeken, en echt vinden.
Heeft het je blijvend veranderd?
Als ik dit niet had meegemaakt en niet was gedwongen om onder ogen te zien dat de kanker zoveel angst en verdriet bij mij had veroorzaakt, dan had ik het nooit kunnen verwerken en was ik in de angst blijven hangen. Als je dat niet verwerkt, blijft het je gijzelen. Ik merk het aan hoe ik nu met jou hier rustig over praat. Een paar jaar geleden had ik dat absoluut niet gekund. Het is nog steeds een emotioneel verhaal, maar die emotie beheerst mijn lichaam niet.
Is de oude Marike teruggekomen? Heb je haar gevonden?
Ze is langzaam teruggekomen. Niet helemaal, maar dat hoeft van mij ook niet zo. Die hoogoplopende en knetterende discussies in de publieke arena, daar heb ik minder behoefte aan. Maar het zelfvertrouwen is er steeds meer. En tegelijk de acceptatie dat er iets verdrietigs is gebeurd, en dat het goed is dat te laten zien, en te laten zijn. En: om dat ook te durven delen met mijn kinderen. Aan hen liet ik nauwelijks wat zien. Die overtuiging dat ik geluk had gehad en dus geen recht had om te huilen, was zo sterk dat ik me helemaal afsloot voor dat gevoel - en hen dus ook. Vroeger zag ik verdriet als iets dat meteen weggewerkt moest worden. De beuk erin! Weg ermee! Als een dreinende peuter wilde ik er zo snel mogelijk klaar mee zijn. Nu kan ik ook wel- eens gewoon verdrietig zijn.
Die vrouw, die van de beuk erin, die heeft je ook wel veel gebracht.
Ja, maar dat gedrag werkte niet meer. Ik moet eerlijk zeggen dat ik die oude Marike ook lange tijd heb gemist, de vrouw die alles regelde, de vrouw die alles aankon. Een vriendin van mij had ook wat naars meegemaakt en toen hadden we het erover: zou je terug willen naar hoe je daar- voor was? Ze was heel stellig, ze wilde nooit meer terug. Maar ik heb heel lang gedacht: geef mij de oude Marike, liever vandaag dan morgen! Nu pas kan ik zien hoezeer dit alles mij heeft veranderd, en verrijkt.
Ik merk het aan alles, ook de kleine dingen. Mijn jongste kind was uitgeloot voor de middel- bare scholen waar hij zo graag naartoe wilde. Eerst was hij verdrietig, maar na een uur zei hij: mam, ik moet ook niet zo zeuren, het wordt vast leuk! Vroeger zou ik gedacht hebben: top! Echt mijn kind, schouders eronder en hup, dóór. Maar nu zeg ik: dat vind ik heel knap van jou, dat je dit nu zegt, maar als je morgen, of volgende week, of wanneer dan ook een keertje bang bent, omdat je niemand op die school kent, of boos bent omdat je het oneerlijk vindt, of verdrietig bent, omdat je het jammer vindt, dan mag dat. Dan kom je gewoon naar ons toe en dan praten we erover.
Dat ik dat soort emoties kan herkennen, en erkennen dat ze bestaan, zonder ze weg te stop- pen en alleen maar stoer doen en altijd maar doorzetten, heeft mijn leven
ор zoveel manieren verrijkt. Er is ook iets anders voor in de plaats gekomen, iets wat ik nooit had verwacht: rust. Altijd dacht ik: wat komt er hierna? Wat gebeurt er als ik nee zeg? Hoe gaan we winnen? Hoe gaan we vooruit? En nu denk ik: wat een fijne plek. Ik heb mijn gezin, ik heb drie tieners die hartstikke leuk zijn. Ik heb een hele leuke baan, ik heb geweldige collega's, ik mag len schrijven. Wat is er nog te winnen, behalve verdieping van wat ik al heb?
Het is zo raar voor mij om dat te zeggen... Maar ik ben tevreden met wat ik heb. Het heeft even geduurd, maar ik meen het.
CV
1991-1998 - Studie internationale financiële economic aan de Universiteit van Amsterdam
2000-2011 - Journalist bij Elsevier, sinds 2010 chef van de economicredactic
2009 - Boek De mythe van het glazen plafond
2011 - Redacteur economie bij NRC Handelsblad
2012-2016 - Adjunct-hoofdredacteur bij NRC Handelsblad
2017 - Politiek verslaggever bij NRC Handelsblad
-- foto niet uit het boek, maar via NRC: https://www.nrc.nl/nieuws/2016/03/12/kunnen-die-economen-het-een-keer-eens-zijn-1597687-a303100
--

Reacties