Verdwaald
"Heb je een onderzoeksvraag die je wilt beantwoorden," dat vroeg iemand me laatst. "Of loop je gewoon in het bos, met een nieuwsgierige blik enthousiast om je heen kijkend of je iets opvalt?"
Ja wat zoek ik precies?
Gisteren liep ik op de boulevard, aanvankelijk om te lopen, met een sportieve pas, maar omdat ik moe was ben ik het rustiger aan gaan doen. En dan kom je in een andere houding terecht. JE doet of het ene of het andere. Bij sporten hoort geen foto's maken, bij wandelen is de kans groter dat je de camera erbij haalt.
En dus maakte ik dit plaatje. Professioneel ziet het er waarschijnlijk eenvoudig uit, maar als amateur ben ik er wel tevreden mee.
De vraag is, wat wil ik met mijn leven? Wil ik af en toe een kiekje vastleggen, moet het een film worden of loop ik gewoon door en probeer ik het te onthouden. Het... dat wat ik zie.
Misschien is de metafoor niet pakkend genoeg. Metaforen die je wilt gebruiken om je leven te verklaren zijn al snel ongeschikt, want zodra er zich een beeld nestelt kan je geen details meer aanmaken.
Zit het leven in de details?
Het is lastig om los te komen van een professioneel patroon in je leven. Wanneer je geen patroon of structuur opbouwt ben je te vrijzinnig bezig, zit je leven in een groef waar je niet uitkomt, dan ben je te ver doorgeslagen. Ik heb net de laatste hand gelegd aan een soort opstel over Wittgenstein - dat ik in de vorige eeuw met ene Eric heb opgebouwd, dat hij schreef overigens en waarmee ik het contact verloren ben - en daarin lees ik over taal, over de ontoereikendheid van de taal en over Kafka dat ze beiden opgesloten zaten in een kamer.. Ik meende altijd dat dat beeld van Sartre was, "huis clos..." Kafka had een juridische achtergrond, Wittgenstein (en Lichtenberg waar het ook even over gaat) kwamen uit de natuurwetenschappelijke wereld. Het gaat over taalspellen en geheimtaal (die God Spreekt en niemand begrijpt - ook een mooi beeld)...
En ik begrijp het niet. Een stukje uit de filosofie waar het geheel ontbreekt. Filosofie een een bezigheid, schrijft Wittgenstein, ergens.
Ergens ben ik ambitieus en wil ik een concept uitdenken dat niet niet bedacht is. Dat heb ik eerder gedaan met productiviteit en kleuren: rood is gevoel en verkopen. Dat is ca. een kwart van ons leven. 80% van de inkomsten van de Big Tech heeft hiermee te maken, met advertenties die de verkoop door gevoel moeten inleiden. Rood is opportunisme, korte termijn aandacht en competitie. Economie en psychologie komen erin samen.
Maar filosofie! Waarom is er consumptie? Waarom denk ik meer aan het verleden dan aan de toekomst? Waarom voel ik dat er in deze tijd iets gebeurt dat veel mensen overkomt, dat van verval en vernieuwing. het oude verdwijnt het nieuwe verschijnt, dat gevoel van onbehagen. EN hoe komt het dat ik het voel, samen met zoveel anderen. Hoe komt het dat de een zich er staande in houdt en de ander aan de disruptieve mode bezwijkt en ook zaken opgeeft die voorheen nog belangrijk waren? Is dat gevoel universeel en komt het ergens vanuit het collectieve tot mij en andere of verspreiden wij dat gevoel individueel?
Nee, ik loop niet door het bos.
Ik ben verdwaald, denk ik.

Reacties