Op (de) weg

De afgelopen dagen was ik op reis. twee dagen daarvan zelf in de auto, om weg naar huis in twee delen. Het eerste traject duurde het langst en tweede was veel korter qua tijdsduur, maar was desondanks toch nog een hele rit. Zou het geheugen hier een rol gespeeld hebben, dat de vorige afstand nog in je geheugen (= lichaam) aanwezig is, en elke associatie met een nieuwe reis extra zwaar weegt.

De moeilijkheid zat ik het weer. Veel regen, stormachtig, mist, maar het had aan de andere kant ook veel slechter kunnen zijn, we werden gespaard van sneeuw. De enige sneeuw die ik heb gezien was in de buurt van het skigebied vlak bij huis waar een auto met nog een pak sneeuw op het dak passeerde.

Met enige trots, meende ik.

Reizen kan alleen, maar samen is het toch aangenamer, lijkt me. Dat ligt natuurlijk aan het gezelschap en ik zie de reis nu even als een metafoor voor het leven. Halverwege de route kwam ik op het idee om na te gaan hoeveel auto's ik zag met hoeveel passagiers om te zien of ik daar uit uit zou kunnen afleiden. Empirisch onderzoekend - mijn gevoel zei - terwijl ik het onderzoek niet echt in de praktijk bracht, dat in de meeste gevallen de bestuurder in een verder lege auto rijdt.

Als ik deze exercitie aan Ai voorleg, dan stelt deze voor dat 45% alleen rijdt, en 55% rijdt met andere, waar er nog een andere onderverdeling is waar er precies twee personen zijn, dat een kans van 32,5% oplevert.

De helft van de auto's heeft enkel een bestuurder. Ik denk dat dit redelijk klopt met de werkelijkheid, maar je zou hier nog een onderverdeling kunnen maken tussen feestdagen (meer passagiers) en werkdagen (minder).  [En dan, zoeken mensen elkaar op bij de bestemming, dus wat zegt het wanneer iemand alleen rijdt?]

Als de reis een metafoor voor het leven zelf is...(ik op weg en mijn relatie met die anderen op diezelfde levensweg).

Dan verbaasde me het hoe veel bestuurders dwars door de plenzende regen reden, op de linker baan, alsof er niets aan de hand was. Met stoten viel er een bak water op de ruit, waardoor het zicht wegviel, en je zag een enkeling zo ver gas teruggeven dat het gevaarlijk werd voor de achterliggers. Ik reed rechts, en moest dan links de persoon inhalen. Het beste was om met de stroom mee te gaan, maar wel te proberen om die stroom zo goed mogelijk tegen te houden dus langzamer te rijden dan de rest zonder de aansluiting te verliezen.

Inhalen van vrachtwagens. Dat is een sport op zich. Nu weet iedereen dat je leert autorijden totdat je onbewust de handelingen doet, en dat schijnt goed te zijn. Op het moment dat je gaat nadenken wat er allemaal kan gebeuren, dan neemt het risico op ongelukken toe. Bij inhalen dus niet naast je kijken naar wat voor enorm monster naast je rijdt maar gewoon recht voor je kijken naar de verte, het zicht daarbij voor lief nemen. In de regen kan je niet rationeel denken over je eigen rijgedrag. Je rijdt gewoon.  

Ooit vertelde een econoom me dat hij als kind verbaasd stond dat er niet veel meer ongelukken op weg te vinden zijn, en dat idee schoot me te binnen gedurende de reis. Maar dat is meer dan gewone statistiek. Op de weg zijn we allemaal redelijk voorzichtig, en er gebeurt pas wat - onvoorziene omstandigheden zoals een klapband daargelaten - wanneer je met alle emoties remt en de situatie niet meer overziet. We rijden soms als een automatische piloot en meestal gaat dat goed. Iedereen denkt dat hij een betere bestuurder is dan de gemiddelde autorijder, en dat geloof lijkt te zorgen voor minder ongelukken. Als je echt gaat nadenken wat er allemaal fout kan gaan, dan stapt niemand meer de auto in op een stormachtige dag.

Tijdens het reizen ben je ofwel met de reis bezig, maar vaak ook met de bestemming die nog op zich laat wachten of met het verleden, waar je van weggereden bent. Vaak zit aan het begin dat verleden in je hoofd en aan het einde van de rit, die bestemming. En de vraag wat er van die bestemming over is. Wat was precies mijn verwachting. De moeilijkheid van het reizen vind ik zelf dat je van te voren niet niet weet wat je kan verwachten.  Ik begin meestal zonder duidelijke verwachtingen, misschien enkel over de gehele tijdsduur. Maar wanneer je concreet gaat plannen, zoals van de eerste driehonderd kilometer doen we in drie uur, heb je daar weinig aan. Het is beter om voor het begin te zeggen: ik weet niet hoe de reis zal verlopen, maar het gaat anders dan ik denk. Misschien moet je concreet denken dat er een aantal (twee) tegenvallers komen, en die variëren qua zwaarte. Uiteindelijk gaat het erom - en hier denk ik dat de metafoor wel passend is voor ons leven - dat je de flexibiliteit (veerkracht, agility, wat is er...) kan opbrengen om met zo veel mogelijk onverwachte situaties om kan gaan.

Reizen - zo zag ik de keer - is een oefening in discipline. Je geduld wordt meerdere keren op de proef gesteld. En het is een kwestie van vertrouwen hebben. Zelfvertrouwen, dat wanneer je overvallen wordt door een stortbui dat je rustig door blijft rijden. En ook als die situatie zich twee uur aanhoudt, je rustig blijft hopen dat die regen een keer gaat stoppen. Vreemd genoeg was dat ook wat gebeurde, precies na twee uur rijden, waar ik het stuur over had genomen. Op het moment dat je denkt dit stopt nooit zie je in de verte een licht "opdoemen," alsof het een jochie is die met zijn ellebogen in de zwarte menigte wat ruimte opeist. 

Dat van die medepassagier heb ik wat laten liggen. Misschien is dat voor later nog iets...

--


Reacties

Populaire posts van deze blog

Het grootste bordeel van Europa

Typisch Spaans: Balay

Wat doet een Chief Economist - Officer?