Jevons in het AI-tijdperk
Ik vroeg aan AI om een parallel te trekken tussen een periode van de industriële revolutie en nu, de AI-revolutie. Door AI worden producten goedkoper, zeggen sommigen en explodeert de vraag, net zoals voorbeelden van gloeilampen naar LED (meer mensen zien mogelijkheden van meer licht), of van destijds de energietoename tijdens de industriële revolutie. Daar kwam dit uit:
(1)
De industriële revolutie, die aan het einde van de 18e eeuw begon en zich gedurende de 19e eeuw voortzette, heeft de economieën wereldwijd, inclusief die in Europa, aanzienlijk veranderd. Het "Tijdperk van de Take-Off" en de daaropvolgende ontwikkeling kenden een aanzienlijke economische groei, vooral vanaf ongeveer 1850. Hier zijn enkele belangrijke punten met betrekking tot de BBP-cijfers en de Jevons-paradox tijdens deze periode:
### BBP-cijfers voor Europa (circa 1850-1900)
Hoewel precieze bbp-cijfers voor individuele Europese landen vóór de 20e eeuw lastig te verkrijgen zijn vanwege de uiteenlopende methodologieën en beschikbaarheid van gegevens, kunnen enkele algemene trends worden benadrukt:
1. **Verenigd Koninkrijk**: Groot-Brittannië was het epicentrum van de industriële revolutie. Het BBP groeide in deze periode aanzienlijk. Tussen 1850 en 1900 is het Britse BBP per hoofd van de bevolking bijvoorbeeld met ongeveer 50% gestegen.
2. **Duitsland**: Duitsland maakte een snelle industrialisatie door, vooral na de eenwording in 1871. Het BBP groeide aanzienlijk, aangedreven door zware industrieën zoals staal en steenkool.
3. **Frankrijk**: Frankrijk kende ook een economische groei, zij het in een langzamer tempo vergeleken met Groot-Brittannië en Duitsland. De industriële sector breidde zich uit, vooral in de textiel en de metallurgie.
4. **België**: Het Belgische BBP, dat bekend staat om zijn vroege industrialisatie, groeide aanzienlijk, gedreven door de steenkoolmijnbouw en de textielproductie.
5. **Andere Europese landen**: Landen als Nederland, Zweden en Italië kenden ook een economische groei, zij het in wisselende snelheden en met een andere industriële focus.
## De Jevons-paradox
De Jevons Paradox, genoemd naar de 19e-eeuwse Engelse econoom William Stanley Jevons, stelt dat technologische verbeteringen die de efficiëntie van het gebruik van hulpbronnen vergroten, kunnen leiden tot een grotere consumptie van die hulpbron, in plaats van tot een verminderde consumptie. Deze paradox is vooral relevant tijdens de industriële revolutie:
1. **Groei en kostenreductie**: De industriële revolutie bracht aanzienlijke technologische vooruitgang met zich mee, zoals de stoommachine en verbeterde productieprocessen. Deze innovaties verhoogden de productiviteit en verlaagden de kosten van goederen, wat leidde tot economische groei.
2. **Toegenomen consumptie**: Ondanks de toegenomen efficiëntie is het totale verbruik van hulpbronnen zoals steenkool zelfs toegenomen. De introductie van efficiëntere stoommachines leidde bijvoorbeeld tot een hausse in de mijnbouw en het gebruik van steenkool, omdat de lagere productiekosten steenkool toegankelijker en betaalbaarder maakten.
3. **Recessies**: In deze periode waren er ook economische schommelingen, waaronder recessies. De Lange Depressie van de jaren zeventig en tachtig van de negentiende eeuw was bijvoorbeeld een aanzienlijke economische neergang die veel Europese landen trof. Deze periode werd gekenmerkt door een daling van de industriële productie, toegenomen werkloosheid en financiële instabiliteit.
### Samenvatting
De industriële revolutie in Europa, vooral vanaf ongeveer 1850, kende een aanzienlijke economische groei, aangedreven door technologische vooruitgang en toegenomen productiviteit. De Jevons Paradox benadrukt de complexe relatie tussen efficiëntie, het verbruik van hulpbronnen en economische groei, en laat zien dat hoewel technologische verbeteringen de kosten kunnen verlagen en de productie kunnen verhogen, ze ook kunnen leiden tot een groter gebruik van hulpbronnen en economische schommelingen.
(2)
De recessie van de jaren zeventig en tachtig van de negentiende eeuw, ook wel de Lange Depressie genoemd, was een aanzienlijke economische neergang die veel landen trof, waaronder die in Europa en de Verenigde Staten. Verschillende factoren hebben bijgedragen aan deze langdurige periode van economische stagnatie:
Overproductie en onderconsumptie: De industriële revolutie leidde tot een aanzienlijke toename van de productiecapaciteit. De vraag naar goederen hield echter geen gelijke tred met het aanbod, wat leidde tot overproductie en een daaropvolgende prijsdaling. Deze onevenwichtigheid resulteerde in lagere winsten en een hogere werkloosheid.
Achteruitgang van de landbouw: In het midden van de 19e eeuw daalden de landbouwprijzen als gevolg van de toegenomen productiviteit en de opening van nieuwe landbouwgronden in plaatsen als het Amerikaanse Middenwesten en Rusland. Deze daling had gevolgen voor de inkomens van boeren en plattelandsbevolking, waardoor hun koopkracht daalde en werd bijgedragen aan de algehele economische vertraging.
Financiële crises: In deze periode hebben zich verschillende financiële crises en panieksituaties voorgedaan, waaronder de paniek van 1873 in de Verenigde Staten en de daaropvolgende bankencrises in Europa. Deze gebeurtenissen leidden tot een inkrimping van de kredietverlening, verminderde investeringen en een afname van de economische activiteit.
Technologische veranderingen: Hoewel technologische vooruitgang de economische groei aanjaagde, leidden ze ook tot structurele veranderingen in de economie. Door de introductie van nieuwe machines en productiemethoden zijn bijvoorbeeld werknemers verdrongen, wat heeft geleid tot werkloosheid en sociale onrust.
Protectionisme en handelsoorlogen: In deze periode nam het protectionistische beleid toe, waar landen hun binnenlandse industrieën tegen probeerden te beschermenbuitenlandse concurrentie. Dit leidde tot handelsoorlogen en een daling van de internationale handel, waardoor de economische neergang nog werd verergerd.
Deflatie: De prijzen daalden aanzienlijk tijdens deze periode, een fenomeen dat bekend staat als deflatie. Hoewel deflatie de koopkracht van consumenten kan vergroten, ontmoedigt zij ook uitgaven en investeringen, omdat mensen verwachten dat de prijzen verder zullen dalen. Deze verwachting kan leiden tot een zichzelf versterkende cyclus van economische krimp.
Monetair beleid: De adoptie van de gouden standaard door veel landen aan het einde van de 19e eeuw beperkte het vermogen van centrale banken om de geldhoeveelheid uit te breiden als reactie op economische neergang. Deze monetaire beperkingen droegen bij aan de ernst en de duur van de Lange Depressie.
Mondiale factoren: De Lange Depressie was een mondiaal fenomeen en trof landen in Europa, Noord-Amerika en andere delen van de wereld. De onderlinge verwevenheid van de wereldeconomie zorgde ervoor dat economische schokken in de ene regio een rimpeleffect elders konden hebben.
Impact op Europa
In Europa had de Lange Depressie verschillende specifieke gevolgen:
Industriële sectoren: Industrieën zoals textiel, steenkool en staal werden bijzonder zwaar getroffen. Veel fabrieken sloten of verminderden de productie, wat leidde tot hoge werkloosheidscijfers.
Landbouw: Boeren kregen te maken met dalende prijzen voor hun producten, wat leidde tot financiële problemen en sociale onrust op het platteland.
Sociale onrust: De economische tegenspoed leidde tot meer sociale onrust en politieke instabiliteit. Arbeidersbewegingen en vakbonden wonnen aan kracht toen mensen betere arbeidsomstandigheden en lonen zochten.
Reacties van de overheid: Regeringen hebben verschillende maatregelen geïmplementeerd om de crisis aan te pakken, waaronder projecten voor openbare werken, tarieven en andere vormen van economische interventie. Deze inspanningen hadden echter vaak beperkt succes bij het keren van de economische neergang.
De Lange Depressie van de jaren 1870 en 1880 was een complexe en veelzijdige gebeurtenis, aangedreven door een combinatie van economische, technologische en politieke factoren. Het benadrukte de uitdagingen en kwetsbaarheden van de opkomende industriële economie en had blijvende gevolgen voor het economisch beleid en de sociale structuren.
(3)
Een vergelijking van het economische landschap van het einde van de 19e eeuw met de economie van vandaag, vooral in de context van kunstmatige intelligentie (AI), onthult zowel overeenkomsten als grote verschillen. Hier is een gedetailleerde vergelijking:
### Overeenkomsten
- **Toen**: De Industriële Revolutie bracht aanzienlijke technologische veranderingen met zich mee, zoals de stoommachine, gemechaniseerde textielproductie en verbeterd transport.
- **Nu**: AI en aanverwante technologieën (bijvoorbeeld machinaal leren, automatisering, robotica) zorgen voor substantiële veranderingen in verschillende sectoren, van productie en gezondheidszorg tot financiën en detailhandel.
2. **Productiviteitswinst**:
- **Toen**: Technologische vooruitgang leidde tot een hogere productiviteit en productie, hoewel dit vaak gepaard ging met banenverplaatsing en economische schommelingen.
- **Nu**: AI en automatisering verhogen de productiviteit en efficiëntie in veel sectoren, maar roepen ook zorgen op over het verdwijnen van banen en de toekomst van werk.
3. **Economische ongelijkheid**:
- **Toen**: De Industriële Revolutie verergerde de economische ongelijkheid, waarbij de rijkdom zich concentreerde in de handen van een paar industriëlen, terwijl veel werknemers te maken kregen met slechte arbeidsomstandigheden en lage lonen.
- **Nu**: De digitale revolutie en AI dragen bij aan de groeiende economische ongelijkheid, waarbij technologiegiganten en hooggekwalificeerde werknemers onevenredig profiteren.
4. **Structurele veranderingen**:
- **Toen**: De verschuiving van agrarische naar industriële economieën vereiste aanzienlijke structurele aanpassingen, wat leidde tot sociale en economische ontwrichtingen.
- **Nu**: De transitie naar een kennisgebaseerde en AI-gedreven economie veroorzaakt op vergelijkbare wijze structurele veranderingen, waarbij sommige industrieën bloeien terwijl andere achteruitgaan.
### Verschillen
- **Toen**: technologische veranderingen vonden geleidelijk plaats en waren vaak gelokaliseerd in specifieke regio's of bedrijfstakken.
- **Nu**: AI en digitale technologieën veranderen de wereldeconomie met een ongekende snelheid en beïnvloeden vrijwel elke sector en regio.
2. **Wereldwijde onderlinge verbondenheid**:
- **Toen**: De wereldeconomie was minder onderling verbonden, waarbij handel en economische activiteit voornamelijk binnen de nationale grenzen plaatsvonden.
- **Nu**: de wereldeconomie is sterk met elkaar verbonden, met toeleveringsketens, handel en financiële markten over de hele wereld. Deze onderlinge verbondenheid kan zowel positieve als negatieve economische schokken versterken.
3. **Beleid en regelgeving**:
- **Toen**: regeringen hadden beperkte instrumenten en kennis om de economische gevolgen van technologische veranderingen te beheersen.
- **Nu**: regeringen beschikken over geavanceerdere beleidsinstrumenten, zoals begrotings- en monetair beleid, sociale vangnetten en regelgevingskaders, om de gevolgen van de crisis te verzachten.De gevolgen van technologische disruptie. Het snelle tempo van de veranderingen stelt beleidsmakers echter voor nieuwe uitdagingen.
4. **Gegevens en informatie**:
- **Toen**: informatie en gegevens waren schaars en vaak moeilijk toegankelijk.
- **Nu**: het digitale tijdperk heeft data overvloedig en gemakkelijk toegankelijk gemaakt, waardoor AI en andere technologieën grote hoeveelheden informatie kunnen analyseren en datagestuurde beslissingen kunnen nemen.
5. **Aanpassing van het personeelsbestand**:
- **Toen**: werknemers hadden beperkte mogelijkheden voor omscholing en aanpassing, wat leidde tot langdurige werkloosheid en sociale onrust.
- **Nu**: Er zijn meer mogelijkheden voor levenslang leren, omscholing en ontwikkeling van vaardigheden, hoewel de toegang tot deze mogelijkheden ongelijk kan zijn.
### De rol van AI
AI transformeert de economie op verschillende manieren:
1. **Automatisering en banenverplaatsing**: AI en automatisering vervangen routinetaken in verschillende sectoren, wat leidt tot banenverplaatsing. Ze creëren echter ook nieuwe banen en vergroten de menselijke capaciteiten op veel terreinen.
2. **Innovatie en productiviteit**: AI stimuleert innovatie en verhoogt de productiviteit door efficiëntere processen, betere besluitvorming en de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten mogelijk te maken.
3. **Economische groei**: AI heeft het potentieel om de economische groei aanzienlijk te stimuleren door de productiviteit te verhogen, nieuwe markten te creëren en de efficiëntie van bestaande industrieën te verbeteren.
4. **Ethische en sociale uitdagingen**: De inzet van AI brengt ethische en sociale uitdagingen met zich mee, waaronder kwesties die verband houden met privacy, vooroordelen, het verdwijnen van banen en de concentratie van macht in de handen van een paar technologiebedrijven.
### Potentieel voor een nieuwe ‘lange depressie’?
Hoewel er zorgen zijn over de economische gevolgen van AI, is een nieuwe ‘lange depressie’ niet onvermijdelijk. Verschillende factoren beperken dit risico:
2. **Inclusieve groei**: Beleid dat inclusieve groei bevordert, zoals investeringen in onderwijs, infrastructuur en sociale vangnetten, kan ertoe bijdragen dat de voordelen van AI breed worden gedeeld.
3. **Regulering en bestuur**: Effectieve regulering en bestuur van AI kan ethische problemen aanpakken, de concurrentie bevorderen en ervoor zorgen dat AI wordt gebruikt ten behoeve van de samenleving als geheel.
4. **Innovatie en aanpassing**: Het dynamische karakter van de economie betekent dat er nieuwe industrieën en werkgelegenheidskansen zullen ontstaan naarmate AI zich blijft ontwikkelen, wat mogelijkheden biedt voor aanpassing en groei.
Samenvattend: hoewel er parallellen zijn tussen de economische ontwrichtingen van de industriële revolutie en de huidige door AI aangedreven transformatie, zijn er toch verschillen
(4) - korte termijn - lange termijn?
De Jevons-paradox en de implicaties ervan voor economische cycli, inclusief recessies, zijn complex en veelzijdig. Laten we eens kijken hoe deze dynamiek zich op zowel de korte als de lange termijn zou kunnen afspelen:
### Kortetermijneffecten
1. **Baanverplaatsing**: Op de korte termijn kunnen technologische vooruitgang en kostenbesparende maatregelen leiden tot banenverlies. Werknemers die door automatisering of AI zijn verdreven, kunnen te maken krijgen met werkloosheid, wat kan leiden tot een daling van de consumentenbestedingen en de algehele vraag.
2. **Economische onzekerheid**: De transitie naar nieuwe technologieën kan economische onzekerheid creëren, waardoor bedrijven investeringen uitstellen en consumenten hun uitgaven terugschroeven. Dit kan bijdragen aan een vertraging van de economische activiteit.
3. **Recessies**: banenverlies op de korte termijn en economische onzekerheid kunnen recessies verergeren. Tijdens periodes van snelle technologische veranderingen kunnen bedrijven bijvoorbeeld werknemers ontslaan om kosten te besparen, wat leidt tot een afname van de totale vraag en een potentiële recessie.
### Langetermijneffecten
1. **Verhoogde productiviteit**: op de lange termijn kunnen technologische vooruitgang en kostenbesparende maatregelen leiden tot een hogere productiviteit. Deze verhoogde efficiëntie kan de kosten van goederen en diensten verlagen, waardoor ze betaalbaarder en toegankelijker worden voor een breder scala aan consumenten.
2. **Toegenomen vraag**: Naarmate de kosten van goederen en diensten dalen, heeft de vraag de neiging te stijgen. Dit komt omdat consumenten meer koopkracht hebben en bedrijven meer goederen kunnen produceren tegen lagere kosten, wat leidt tot hogere winsten en verdere investeringen.
3. **Economische groei**: De langetermijneffecten van de Jevons Paradox resulteren vaak in economische groei. Een grotere vraag en productiviteit kunnen de economische expansie stimuleren, wat leidt tot een hoger bbp en een betere levensstandaard.
### Evenwicht tussen kortetermijn- en langetermijneffecten
1. **Beleidsinterventies**: Regeringen kunnen beleid implementeren om de negatieve gevolgen van technologische veranderingen op de korte termijn te verzachten. Omscholingsprogramma’s, een universeel basisinkomen en een progressieve belastingheffing kunnen bijvoorbeeld helpen werknemers die getroffen zijn door baanverdringing te ondersteunen en ervoor te zorgen dat de voordelen van technologieDe technologische vooruitgang is gelijkmatiger verdeeld.
2. **Innovatie en aanpassing**: Het dynamische karakter van de economie betekent dat nieuwe industrieën en werkgelegenheidskansen zullen ontstaan naarmate de technologieën evolueren. Beleid dat innovatie en aanpassing bevordert, kan ervoor zorgen dat de langetermijnvoordelen van technologische veranderingen worden gerealiseerd.
3. **Regulering en bestuur**: Effectieve regulering en bestuur van nieuwe technologieën kan ethische problemen aanpakken, de concurrentie bevorderen en ervoor zorgen dat technologische vooruitgang wordt gebruikt ten behoeve van de samenleving als geheel.
### Historische en hedendaagse voorbeelden
- **Industriële Revolutie**: Tijdens de Industriële Revolutie leidde de introductie van nieuwe technologieën zoals de stoommachine tot banenverlies op de korte termijn en economische ontwrichtingen. Op de lange termijn verhoogden deze technologieën echter de productiviteit, verlaagden ze de kosten en stimuleerden ze de economische groei.
**AI en automatisering vandaag**: een vergelijkbare dynamiek speelt een rol bij AI en automatisering. Op de korte termijn kunnen banenverdringing en economische onzekerheid tot recessies leiden. Op de lange termijn kunnen een hogere productiviteit en lagere kosten echter de economische groei en de toegenomen vraag stimuleren.
### Conclusie. De Jevons Paradox illustreert dat hoewel technologische vooruitgang en kostenbesparende maatregelen op de korte termijn kunnen leiden tot banenverlies en economische ontwrichtingen, ze vaak resulteren in economische groei op de lange termijn en een grotere vraag. Om deze korte- en langetermijneffecten in evenwicht te brengen, zijn doordachte beleidsinterventies, innovatie en effectief bestuur nodig om ervoor te zorgen dat de voordelen van technologische veranderingen breed worden gedeeld en dat de economie veerkrachtig blijft in het licht van de snelle technologische vooruitgang.
--

Reacties