Haverschmidt in Zwitserland

Het gezelschap dat in Augustus 1881 de hierna beschreven reis ondernam, bestond uit: 

  1. ) Mr. Willem van der Kaay, bijgenaamd Kaai. Lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal en kantonrechter te Leiden.
  2. ) Mr. Jaques Philips, bijgenaamd Kiep. Rechter in de Arrondissementsrechtbank te Tiel.
  3. ) Mr. Adrianus van Wessem, bijgenaamd Sand. Direkteur van de Tielsche Brandassurantie te Tiel.
  4. ) en de schrijver François HaverSchmidt, bijgenaamd Haas. Predikant bij de Ned. Herv. gemeente te Schiedam.

Wij zaten met ons vieren In den tuin van de societeit 

  • ‘Kijk, jongens!’ riep Sand, ‘wat passeert daar Een eeuwig knappe meid’.
  • ‘Ja’ zei Kaai, ‘dat's een pracht van een meisje! Zoo zijn er geen twaalf in 't land!’.
  • ‘Ik hoor,’ zuchtte Haas, ‘ze is in stilte Geëngageerd met een luitenant’.
  • ‘Wat mankeert je, Paal?’ riep Sand weer, ‘Je wordt zoo bleek als de dood! Neem wat dubbelgebeide!’- ‘Neen, Dundas!’ Schreeuwde Haas, ‘breng gauw een glas rood!’ Wel dronk ik, om Haas te plezieren, Het rood uit, -ook smaakte 't wel goed,- Maar op geen van mijn beide wangen Herriep het den rozengloed.
  • Sinds ik weet, dat een luitnant in stilte Mag bluffen op háár bezit, Zien mijn vroeggeknakte wangen Onherroepelijk marmerwit. (Uit: ‘Snikken en grimlachjes’ Academische Poëzie van Piet Paaltjens).

...

Fragmenten.

Doch de vergiffenis evenmin.   Als wij omstreeks acht uur het hôtel Gemmi in Kandersteg bereiken.  ik beken u eerlijk dat ik mij van het laatste gedeelte van onzen marsch weinig of niets herinner behalve dat het regende of het goot  en ja ik weet ook nog dat wij een punt voorbijkwamen waar men binnen weinig minuten langs een zijpad naar de bekende Blaue See kon geraken een zeldzaam schilderachtig meertje maar dat wij in deze stortbui maar aan zijn lot overlieten  terwijl ik mij ook nog te binnen kan brengen dat wij langs steile rotsen en groote steenblokken gingen die daar zeker eens van boven waren neergekomen maar nu groeiden er dennen op waarover men zich verwonderen moest hoe zij er zich wortel op of in hadden kunnen maken  nu dan als wij na allengs een paar honderd meter te zijn opgeklommen eindelijk in vrij dichte duisternis en druipend van den regen in het Gemmihôtel zijn binnengestapt dan ontfermen zich huisknecht en kellner over ons met een teederheid waarvoor alle goede geesten hen jarenlang nog zegenen mogen. 

Wat wij op dien tocht al zoo zagen  Och ik kan u wel namen noemen maar zeg het u eens zóó dat gij er ook wat bij gevoelt  Weet gij wat de watervallen van de Reichenbach zijn  Kunt gij u een voorstelling vormen van de Gschwandenmad frissche groene weiden met dennenhout omgeven zóó forsch en statig als ik mij niet herinnerde ooit te hebben aanschouwd  Hoog boven de omliggende bergen verheft zich in de blauwe lucht de besneeuwde top van den Wetterhorn  3708 meters  een berg dien men na hem ééns gezien te hebben althans zooals wij hem dien ganschen dag voor en nevens ons hadden niet weer vergeet

Moet ik zeggen helaas  Of was het mogelijk nog zoo kwaad niet tegen het duizelig worden  maar toen ik naar omlaag keek dreven er onder ons wolken en slechts even zag ik door een opening daarvan het dorp Leukerbad waar we heen moesten óch zoo klein zoo gríezelig klein  En om daar nu te komen hadden wij een anderhalf meter breed pad te volgen dat schuins zóó schuins dat het verboden is er te paard af te dalen  en nagenoeg op de manier van een wenteltrap naar beneden gaat

Weldra verlaten wij het met den trein die ons naar Martigny moet brengen waartoe wij zoo wat anderhalf uur noodig hebben maar uren die ons verbazend kort vallen want de fraaie vergezichten wisselen elkaar onophoudelijk af en de zon werpt in haar ondergaan de schoonste glanzen over de Rhône  die hier al een breede hoewel nog niet bevaarbare stroom is geworden vrij wat meer mans dan het beekje dat wij negen dagen geleden aan den Rhônegletscher hadden zien ontspringen  en dichterlijk brengen kasteelen bouwvallen of bedrijvige stadjes tusschen de heuvelen waarop geurige  muskaatwijnen wasschen aan den voet van hooge bergen ons in het voorbijsnellen hun groet

Gij zult U vanavond moeten getroosten om met mij door dalen en over bergen te stoomen en  wat wèl zoo vermoeiend maar toch  tenminste in de werklijkheid  nog veel plezieriger is  te wandelen en te klauteren  gij zult heel wat tunnels door moeten  zonder misschien te weten wat voor een ding zoo n tunnel is  ik zal u zelfs op een gletscher brengen en nog erger onder in een gletscher  een tunnel in een gletscher  en mogelijk denkt ge dan daarbij wel nu begrijp ik er heelemáál niets meer van   Maar één ding kan u tenminste troosten het zal u lang zooveel zweet en lang zooveel geld ook niet kosten als het òns gekost heeft  en levensgevaar zult gij er ook niet bij loopen

En hadden wij nu nog maar te Kandergrund waar wij na een overigens aangename wandeling langs een breeden effen en weinig stijgenden weg te circa half zes aankwamen weer niet zoo lang werk gehad met de koffie  in het Hôtel Altels  dan waren we ten minste nog wat tijdiger en wat minder doornat bij het doel van onzen tocht aangeland  Maar zooals ik zeide er moest dezen dag dan verbazend veel uitgerust en ook bij òns mocht het heeten de straf bleef niet uit

Toch als ik eerst een poos uit het raam van mijn kamer naar het gewoel der vreemdelingen vóór het hôtel heb zitten kijken en mij vermaakt met de pogingen van eenige dames van gevorderden leeftijd om op een muilezel te klimmen ontwaakt straks de zucht om het heerlijke weer toch niet geheel ongebruikt te laten en althans eenigzins nader kennis te maken met den hoogsten berg van ons werelddeel die om zoo te zeggen vlák achter ons hôtel zijn toppen waarvan de voornaamste van 4810 meter in de lucht omhoog steekt

En dan  verbeeldt u eens een half dozijn confessioneelen en evenzooveel vurige evangelischen benevens nog een stuk of wat modérne jichtlijders in zoo n warm gipsbad bijeen wat zou dát als ze met elkaar slaags raakten een onaangenamen uitslag geven  Het was prachtig weer geworden toen wij Leukerbad vaarwel zeiden en een open rijtuig ons den kronkelenden en breeden weg langs voerde naar het circa 800 meter lager in het dal van de Rhône gelegen stadje en spoorwegstation Leuk waar we tegen vijf uur aankwamen  een prettig tochtje met heerlijke uitzichten in de vallei aan onze voeten en het Rhônedal in  t verschiet

Wij getroosten er ons het geklim voor over steenblokken en planken bruggetjes en vinden dat het daarbinnen koud en nat maar toch ook wel interessant is Zoo midden in Augustus een gang van enkel ijs dat blauwachtig schemert en waarin het vuur van brandende lucifers honderdvoudig wordt weerkaatst  Nu na dit dan te hebben genoten wacht ons nog een uurtje loopens en zoo bereiken wij ten slotte het voorname dorp Grindelwald waar wij gelukkig in de reedsgenoemde Beer een groot hôtel met de eetzaal vol vreemdelingen onder dak komen

Aan de post waren brieven uit het vaderland met goede berichten  hoewel het weêr daar nog altoos hopeloos slecht bleef   op straat kom ik een zwager van mij tegen aan wiens vrouw en dochtertje ik daarop in het hôtel Victoria een bezoek ga brengen  en terwijl ik mij gereed maak op mijn kamer naar huis te schrijven kijk ik uit het raam en zoo waar daar is de Jungfrau zoo beleefd geweest zich den sluier van het blinkend gelaat te lichten  Wel mensch daar deed ze nu toch eens goed aan  Ze begreep zeker dat wij anders geen goede indrukken van haar lieve Interlaken zouden meenemen als wij morgenochtend weer verder reisden

Niet altoos kan men althans zonder gevaarlijke klimpartijen een goed gezicht op zoo n gletscher krijgen maar de Rhônegletscher  aldus genoemd omdat aan zijn voet als uit een blauwe ijsgrot  doorgehaald tunnel  de beek ontspringt die allengs aangroeit tot de machtige rivier de Rhône  deze Gletscher dan laat zich van boven van den weg dien wij gingen evenals beneden van het hôtel uit zonder eenige moeite waarnemen en desnoods bestijgen welk laatste evenwel toch een glibberige liefhebberij is

Daarop wordt de wandeling vervolgd waarbij ik een paar jonge denneboompjes tot een gedachtenis in mijn zak steek die ik  evenals een klimoptak door mij op de rots midden in den Schaffhauser Rijnval geplukt  levend naar huis hoop over te brengen en daar in  t leven te houden  wat mij dan ook tot hier toe zeer goed gelukt is  en eindelijk bereiken wij aldus het doel van onzen tocht den 1921 meter hoogen top van een voorsprong van den Montblanc den Montanvert waar een uitmuntend en met gasten gevuld hôtel ons gelegenheid gunt ons door een smakelijk déjeûner geheel en al op te knappen

Na nog een stevige twee uren wandelens  die ons trouwens in dit altoos bekoorlijke dal vrij kort vielen  bereikten wij nu het dorp Guttannen waar wij in het logement de Beer ons middagmaal namen en daarop volgde weer een goed uur meestal met de bruischende Aar naast ons langs rotsen en over weiden met hoopen steenen die in het voorjaar naar beneden komen vallen en dan om zoomin mogelijk plaats in te nemen op elkaar worden gestapeld  langs hutten en boerenwoningen met steeds overvloediger vruchtboomen naar Imhof waar wij de koffie gebruikten

Nu weldra hebben wij ons zooveel mogelijk van alle uitwendige herinneringen aan onzen tegenspoed ontdaan en als wij  na een krachtig souper  in de rookkamer met een jongen Duitscher dien we reeds vroeger op reis ontmoetten en een paar Zwitsers onder een grogje een sigaartje rooken  met potlood erboven familiesigaren    zelfs ík ben op onze wandelinge weer een beetje aan de tabak geraakt en vooral een houten pijpje dat ik uit Brunnen meenam had herhaaldelijk kennis aangeknoopt met den gevulden zak die steeds op de borst van een onzer tochtgenooten bungelde  als we dan zoo in de rookkamer uitrustend ons voorbereiden op den rustigen nacht dan is reeds alle leed vergeten en wij vinden het zelfs wel goed dat we óók eens ondervonden hebben hoe zoo n Alpentoer toch nog wat anders zijn kan dan een ongestoord pleziertochtje

We waren blij en gelukkig als zorgelooze kinderen en waarom zouden we ook niet  We mochten elkaar sinds meer dan het vierde van een eeuw innig goed lijden we wandelden gezond en frisch door een van de mooiste oorden van de wereld en de lieve God liet zijn zon over ons schijnen alsof Hij ons tot belooning zijn wondere schepping eens op haar àllerschoonst wilde laten zien  Maar als ik zóó doorpraat komen wij niet verder en wij hadden dien dag van Amsteg uit volgens het reisboek nog zes à zeven uur te marcheren wat men altoos wel vrij wat ruimer nemen mag

Die sneeuwvelden  maagdelijk wit  zoo onbegrijpelijk hoog en ver en toch zoo dichtbij zou men zeggen zoo klaar en tot in bijzonderheden waarneembaar en nu dat alles overtogen met een zachten glans van de ondergaande zon alsof er een blos gleed langs het rein gelaat der eeuwige Jonkvrouw   wel het was om met Jozua uit te roepen Zon sta stil opdat men het urenlang zou mogen bewonderen

Maar komt aan de Höheweg  een heerlijke laan van reusachtige noteboomen  en wendt uw aangezicht bij voorkeur naar de Kürsaal en de daaraan grenzende paleizen die hier hun poorten en zalen geopend houden voor de reizigers met ruime èn volle beurzen  of voeg u bij den rusteloozen stroom van wandelaars die  velen in het sierlijke toilet dat bij zoo n pantoffelparade past  langs de fraaie winkels drentelen dan gaat het u al eveneens als in den omtrek van het Scheveninger badhuis met zijn Galéries en gij zoudt haast kunnen gaan droomen dat gij midden in een elegante en woelige wereldstad verplaatst zijt ver van de onvervalschte maar dan ook wel eens wat onbehouwen natuur

Wij vernemen dat het een echte Zwitsersche Föhn geweest is die vannacht zoo n leven gemaakt heeft en nu hebben er even als in de 2 de Kamer  waarvan wij trouwens een lid in ons midden hebben  langdurige beraadslagingen plaats of het zaak is hier te blijven en mooier weer af te wachten dan wel het er maar op te wagen en te zien of wij vandaag over den Gemmipas naar Leukerbad kunnen komen en zoo voor den avond misschien zelfs nog naar een der Stations aan den spoorweg Genève Brig

Nu dan met ververschte krachten ging het er opnieuw van door en zoo kwamen wij dan eindelijk omstreeks tweee uur na den middag op de twee en twintig honderd meter hooggelegen grens tusschen Zwitserland en Frankrijk waar het kleine Hôtel de Suisse ons gelegenheid gaf ons van een behoorlijk maal te voorzien

Hier zagen wij na ons wat verfrischt en na het hart opgehaald te hebben aan het onbeschrijflijke tooneel in de diepte  men overziet er onderscheiden meren tallooze dorpen en stadjes en evenzeer een onnoemelijk getal lagen en hoogen bergruggen  wij zagen dan de zon over dat alles ondergaan  ik moet trouwens bekennen dat ik haar op onzen Vlaardinger dijk wel eens schilderachtiger tusschen de wolken aan de kim heb zien verdwijnen  en daar het nu op deze aanzienlijke hoogte tamelijk koud en ongezellig begon te worden vonden wij een welkome toevlucht aan de table d hôte in het keurig ingerichte maar dan ook peperdure hôtel

En zoo ook keer te Interlaken den rug toe aan al dat moois dat de menschen daar gemaakt hebben en zie eens even op naar de Jungfrau die haar koninklijk hoofd tusschen en boven de dichterbij gelegen bergen vol majesteit omhoogbeurt dan weet gij aanstonds weer met ontwijfelbare zekerheid dat gij u in het hartje van het Berneroberland bevindt

Wij vonden zijn aanbevelingsgrond echter te zwak en hadden liever iemand die met de wezenlijke of vermeende gevaren van den tocht vertrouwd was en nadat wij den jongen dus hadden aangeraden zijn proef zoo spoedig mogelijk met anderen die hem minder nóodig hadden en dan liefst bij mooi weer te ondernemen kozen wij een stevig mannetje van wien ons verzekerd werd dat de voorgestelde reis dagelijks werk voor hem was  en toen ging het er op los

het Münsterterras de kleine Schans maar vooral van het Schänzli een hoogte op tien minuten afstands benoorden de stad met fraaien aanleg evenals van de iets verder gelegen Enge  de voornaamste Alpentoppen van midden Zwitserland Wetterhorn Schreckhorn Finsteraarhorn Eiger Mönch Jungfrau Blümlisalp kortom al de reuzen waarmee wij op onze voetreisjes kennis hadden gemaakt en wij hadden er zeer op gehoopt hun nog eens een dankbaren groet uit de verte te mogen brengen

Mijn reismakker die mij  of dien ik  getrouw bleef vond met mij  s avonds te tien uren  13 uur hadden wij dus in onze spoorwegcoupé gezeten   het Hôtel du Nord te Keulen zóó vol gasten dat wij blij moesten zijn nog op de vierde verdieping ieder een kamertje te kunnen krijgen

Nu nemen wij vriendelijk afscheid van de aardige kellnerinnen in haar Zwitsersche pakjes die ons uitmuntend hebben bediend  één onzer had geloof ik haar harten een beetje gestolen door de gemoedelijke gesprekken die hij in onderscheiding van de andere plechtige gasten aan tafel met haar had aangeknoopt over het eten en over den wijn en zoo al meer  maar het kan óók zijn dat de gedachte aan de naderende fooien bij het afscheid haar voetjes vleugels schonk   in ieder geval de meisjes hadden goed op ons gepast en wij beloofden haar dus bij  t heengaan dat we gauw eens hoopten weerom te komen  en om half tien zitten wij op den trein naar Därligen die ons afzet aan den oever van het Thuner meer

Maar toch als hij dan ook opmerkt  en hoe kan hij anders   die nieuwsgierigen die onophoudelijk af en aanloopen die vreemdelingen met hun reisboeken en die gidsen die zich aan hen opdringen geheel onnodig om hun alles uit te leggen  natuurlijk nergens anders om dan om een goede fooi te ontvangen  terwijl de kosten of zoo iemand ook al rondgaat met een schaal om te bedelen voor den dombouw  dan och als onze Catholiek dan ook maar een weinig thuis was in het Evangelie misschien dat het woord uit de Bergrede des Meesters hem in den zin zou komen gij wanneer gij bidt gaat in Uwe binnenkamer en uwe deur gesloten hebbende bidt Uwen vader die in het verborgen is

Maar toch de Alpen in het verschiet wilden niet recht te voorschijn komen en zoo hadden wij dien dag misschien nog het onverdeeldst genot toen wij hem besloten met in de Tonhalle aan den oever van het meer onder het genot van een glas Velsliner en een smakelijken beet te midden van een talrijk en net publiek te luisteren naar een Träumerei van Schumann en andere goed uitgevoerde muziekstukken

Een zee van ijs mijlen ver tusschen hooge bergen naar beneden dalend en zooals een zee behoort te zijn met hooge golven  maar hier alleen van ijs  en daartusschen kloven en diepten onpeilbaar om zoo te zeggen en alweer evenals het zuiverste Zwitsersche water azuurblauw

Ik was één van de beide bevoorrechten  de beide achterblijvenden wilden liever later volgen en wij lieten het aan hen over met den dronken gids af te rekenen wat zij moet ik het tot hun eere zeggen   gedachtig mogelijk ook aan hun eigen oude pekelzonden genadiger hebben gedaan dan de man had mogen verwachten  en zoo rijden wij dan verder op ons gemak het dal afwaarts door verscheiden gehuchten in een goed uur naar Chamonix

Zoo helpt de Giessbach u dus zelf naar het terras voor het hôtel waar gij haar schoonheid op uw gemak kunt gadeslaan  en wilt gij het bruischende water nog wat van naderbij bewonderen dan voeren u wandelpaden naar boven langs den rotsigen oever of bruggen dragen u over ja een maal onder den waterval door

Wij waren één verrukking  doorgehaald bewondering  en toen wij  s avonds op het meergemeld terras van ons hôtel ook nog uit de verte een eersten blik mochten werpen op de sneeuwtoppen der Alpen die zich even boven den gezichtseinder lieten bespeuren overtrokken met een zachtrooden gloed toen konden wij zeggen dat wij een van de schoonste en rijkste dagen genoten hadden die een reiziger kunnen ten deel vallen

Wáár in de wereld zoo n heerlijke berg als deze vorstin met haar stralenden mantel die in breede plooien haar van de schouders daalt prachtig omboord met het zilverbrokaat der gletschers.  Doch wat òns aangaat toen wij op dien Zondag zonder zonneschijn ons logement te Interlaken bereikt hadden konden wij de aanwijzing van de Jungfrau volkomen missen

Nu in dát opzicht liep alles nog al wel af en het ergste wat ons overkwam was dat toen wij door Aux Tours  met potlood erboven de weg uitgespoeld  naar Argentières waren gehold  mag ik wel zeggen  wij niet alleen niets onderweg hadden gezien  behalve natuurlijk onzen tuimelenden voorganger  maar wij ook onze bekomst hadden hadden van alle verder wandelen vooral in zulk prettig gezelschap

Maar hoe druk ik ons gevoel uit toen wij straks op het terras van het prachtige hôtel Schweizerhof  een waar paleis  het volle gezicht kregen op de naar omlaag stortende rivier die zich in haar volle breedte van een hoogte van 24 meters afwerpt  Het sterkst evenwel is de indruk dien men ontvangt als men zich in een bootje naar de rots laat roeien die zich midden in den val is blijven verheffen en men ziet na dien hoogte te hebben beklommen den geheelen vloed op zich afkomen om links en rechts naast u in de diepte te tuimelen zoodat de rots waarop men staat er van trilt

Gelijk gij bemerkt de avond was gevallen toen wij aan het Grimselhospiz kwamen een herberg oorspronkelijk een liefdadige stichting tot toevluchtsoord bestemd voor de weinigen die hier vroeger langs kwamen en tegen het booze weder een schuilplaats behoefden  thans nu een stroom van reizigers in den zomer denzelfden toer als wij maakt gedurende 5 of 6 maanden van het jaar behoorlijk tot hun ontvangst ingericht mits men zorg heeft gedragen  gelijk ook wij op raad van Josef hadden gedaan  vooraf de noodige bedden te bestellen

Immers ze zeggen wel dat de Föhn een warme regenwind is maar ofschoon wij ons genoeg warm hadden kunnen klímmen we vonden dat het daar bij die scherpe rotshoeken  met een afgrond naast u waarin gij verzocht wordt niet hals over hoofd naar beneden te buitelen  nu wij vonden dat het daar op die hoeken waar het woei dat het een schande was al net een gevoel gaf of ge bij ons op het strand van de zee in een Noordwesterstorm aan het wandelen gegaan zijt

Het hôtel Schweizerhof is rijk en gerieflijk ingericht de bediening door aardige meisjes wier Zwitsersche uniform haar zeer goed staat laat niets te wensen over en dat ofschoon men dringend  verzocht wordt aan niemand fooien te geven  waarvoor dat spreekt de rekening van den logementhouder alles dubbel goedmaakt  en het verwonderde ons dus niet dat er den volgenden morgen minstens vier of vijf omnibussen nodig waren om al de tegelijk met ons vertrekkende gasten naar het station te Schaffhausen te vervoeren waar de trein van half tien ons opnam om ons naar Zürich te brengen

Onze reisboeken deden ons bijna ijzen van de duizelingwekkende beschrijvingen een smal pad uitgehouwen in een loodrechte rots zevenmaal zoo hoog als de Utrechtse dom  En ìk die alvorens op reis te gaan dien dom eerst eens beklommen had en nog wel niet hooger dan tot den tweeden omgang  verder trouwens mocht men niet  en die toen al een gevoel had gekregen of ik met toren en al naar beneden zou komen  Ik kan u zeggen dat ik tegen de onderneming opzag en alleen de stellige verzekeringen dat men als men niet zelf wilde er onmogelijk een ongeluk bij kon krijgen gaven mij den vereischten moed om het tóch maar te wagen

Nu dat mocht er dan ook wel bijkomen want anders zou het eerste gedeelte van dezen tocht weinig bekoorlijks hebben gehad een woeste onbewoonde streek  tot den Handeckfall twee uren ver ontmoetten we slechts een paar Senn  of herdershutten waarbij we trouwens geen levende wezens bespeurden  en dan het pad liet dikwijls óók nog al te wenschen over  met potlood erboven v

Doch gelijk ik zeide wij komen te Amsteg en daar huurden wij voor zeven francs per dag  en evenzooveel voor iederen dag dien hij terug zou moeten reizen  den zestigjarigen maar nog krassen en in alle opzichten ons betrouwbaar gebleken gids Josef Gnos een man van wien het mij wezenlijk leed doet dat ik hem wel nimmer terug zal zien en die op ons gepast heeft zooals dat te pas kwam tegenover vier heeren van middelbaren leeftijd wier gezondheid nog goed in orde was maar met wie men natuurlijk geen jeugdige dwaasheden meer moest uithalen

Zoo nu vormen zich in de Alpen ijskorsten torenhoog dik en uren soms breed en die door haar eigen zwaarte onmerkbaar langzaam afglijden de ruimte tusschen den eenen berg en den ander aanvullend en altoos door weer van boven gevoed totdat zij het dal bereiken waar zij smoren en smelten tusschen heuvels van gruis en blokken die zij in hun onweerstaanbare vaart van de kanten van de bergen hebben afgedrongen en mee naar beneden gevoerd

Op onze terugreis dineerden wij aan boord uitstekend en zoo werd het spoedig avond een avond die toen wij te 8 uren Genève bereikten natuurlijk reeds geheel donker was maar ons daardoor ook een verrassenden blik gunde op de tallooze gaslantaarnen die kaaien en bruggen der stad verlichten maar van het meer af gezien het voorkomen hebben van een feestelijke illuminatie

Onzen drager hadden wij intusschen tegen een ander verwisseld die te Leukerbad thuis behoorde en dus tóch met ons terugging en voort gaat het nu nog een paar honderd meter langzaam omhoog voorbij een grauw levenloos meer de Daubensee  zeven maanden van het jaar toegevroren  over den Gemmipas aan den voet van den 2880 meter hoogen rechts van mij steil oprijzenden Daubenhorn en in het gezicht van den 3266 meters zich verheffenden Wildstrubel waarvan de Lammerengletscher naar de Daubensee afdaalt en haar met zijn sneeuwwater vult

Vooraf bezochten we eerst nog even het kleine kerkje  Maria in de Sneeuw  dat blijkens de menigte daarin opgehangen schilderijtjes  doorgehaald prentjes  ter herinnering aan afgelegde geloften een zeer gezochte bedevaartsoord moet zijn waar genezing is te vinden voor allerlei  ziekten en kwalen en nu ging het opwaarts langs niet al te steile paden onder frisch en krachtig geboomte tot Staffel  met potlood erboven Kiep salueert  waar de berg aanvangt kaal te worden  en waar wij van een uitstekend punt Rigi Rothstock een prachtig vergezicht over de Vierwalstättersee genoten  om vervolgens omhoog te klauteren tot de al van verre zichtbare hôtels op den Kulm of hoogsten top van den berg

Het komt mij evenwel voor dat men het dien eersten maal wel wat vreemd moet vinden zoo met geheel onbekenden een tijdlang in  t warme water door te brengen en als men let op den uitslag dien het bad op de huid van de gasten te voorschijn roept dan vind ik het onder ons gezegd en gebleven ook wel een beetje víes

trouwens evenmin van onze vermoeienissen terwijl we soms uren achtereen naar boven hadden te klimmen wel telkens uitrustend op een punt waar geen bergwind ons al te zeer verkoelen kon en waar de natuur ons een stoel van begroeiden of ook wel kalen steen bood  of en deze gelegenheden deden zich soms meer op dan noodig was in herberg of logement  maar dan ook vaak in  t eerste oogenblik stijf van  t zitten en genoodzaakt om ons opnieuw te gewennen aan den langzamen gestadigen bergstap

Daarna gespten wij den ransel weer om en nu ging het naar beneden nog eens over Staffel en vervolgens over Kaltbad  gelijk de naam aanduidt een geneeskundige koudwaterinrichting  om ons daar een uurtje op  te  houden aan het Känzeli  een rotonde op een vooruitspringende rots waar men de bekoorlijke Vierwaldstättersee weer aan zijn voeten heeft  en dan af te dalen naar het dorpje Wäggis aan den oever van dat meer gelegen een verrukkelijke wandeling maar in het middagzonnetje aan dezen Zuidkant van den berg wel wat heel warm ons voerend nu en dan langs en ónder door verwonderlijke rotsgevaarten en altoos meest met het gezicht op het heerlijke blauwe meer beneden ons

om een bezoek te brengen aan den Mythensteen  een klip op eenigen afstand van den tegenovergestelden oever die een opschrift draagt ter eere van Schiller den dichter van het treurspel Wilhelm Tell  en aan het Rätli een lieflijk plekje tusschen de rotsen  waar eenmaal in 1307 de grondleggers van Zwitserlands vrijheid elkander trouw zwoeren en tot den opstand tegen Oostenrijk besloten  namen wij onze eigenlijke voetreis aan immers wat wij tot hiertoe gedaan hadden mocht maar kwalijk dien naam voeren

Dertien dagen op reis en niets dan mooi weer  En dat terwijl de berichten uit andere landen bij name uit Holland niets anders luidden dan regen en nog eens regen  Hoe beklaagde ik de mijnen die te Velp in Gelderland dag na dag onder dak of parapluie scholen  Maar  was het enkel zelfzucht die mij deed vinden dat het toch nog beter was dan andersom zij daar enkel zonneschijn en wij hier in Zwitserland louter bronnen louter watervallen uit de wolken   Genoeg  Wij hebben later toch óók eerlijk ons doornatte pak gehaald

Daar schiet me een van die biermeiden die zeker ook belast was met de taak om het schoeisel van de gasten te poetsen  ten minste ze kwam juist in het hachelijke oogenblik de trap op  daar schiet me zoo n haast zei ik pootige Zwitsersche op den rampzalige los grijpt hem bij zijn beenen en terwijl wij hem met vier zes handen schouders en nek omknellen  hoe de kerel er levend afkwam begrijp ik niet   vliegen met één twee rukken de weerspannige laarzen den gang in  Bij Flüelen begint de weg die naar den St

Had dit invloed op mijne stemming of kwam het dat de zon op dezen 4 den Augustus niet recht wilde doorkomen  Maar zeker is het dat ik den geheelen dag het opgewekte bewonderende gevoel niet kon machtig worden dat mij gisteren en eergisteren zoo goed had gedaan

Ik kan niet zeggen dat deze kermisvertooningen de schoonheid van het geheel verhoogen maar wat den Alpenhoorn betreft  stelt u een doorgaans houten bazuin voor ter lengte zeker van een voet of zeven acht en dan nog soms met haar uitmonding rustend in een vierkante goot die het geluid nog verder dragen moet  nu dit onooglijk instrument geeft wezenlijk geen onaangenaam geluid en wanneer het góed bespeeld wordt zoodat zijn tonen juist samensmelten met de echo s die zij aan de bergen ontlokken dan ontstaat daardoor een wonderlijke muziek alsof een geestenheir in de verte trompettend door de dalen trekt

Vooreerst  wat trouwens niet meer dan een staaltje van mijn plicht was  dat ik niet slechts op het oogenblik zelf maar ook achterna toen de uitgestrektheid van de ramp eerst recht te overzien was  mijn reispak mitsgaders mijn handen bleek toen hadden plotseling een kleur aangenomen of ik mij van harte had laten gelukwenschen door een Italiaanschen schoorsteenveger  nu dan vooreerst moet ge weten dat ik mij níet uit mijn humeur liet brengen  ik durf zeggen dat ik mijn lot met een blijmoedigheid onderging die eerbied behoort af te persen. 

Kwart over één zijn wij te Bazel waar wij afstappen aan het hôtel Kraft aan de overzij van den Rijn  in Klein Bazel  gelegen met fraai uitzicht van onze kamers op de rivier en hare bruggen  een hôtel waar wij het zóó goed gehad hebben als nergens elders op reis

Zoo ging het dan dalwaarts ongelukkig echter thans onder de begeleiding van een gids die zich in het Hôtel de Suisse zóó te goed had gedaan dat hij nog geen tien stappen had afgelegd of hij tuimelde omver welk kunststukje hij vervolgens nog ontelbare malen altoos met onze bagage op zijn rug herhaalde

Wat den eigenlijken hoogsten top van den Montblanc  die alles te zamen een heel gebergte vormt  betreft  van den Montravert af is hij niet te zien  deze is betrekkelijk niet zoo heel moeielijk te beklimmen maar men heeft er gewoonlijk heen en terug drie  dagen voor noodig waarbij men dan telkens overnacht in de herberg der Grands Mulets  3050 meter hoog gelegen 

Bedoeld werd natuurlijk het bezoek dat ik in Augustus met een drietal vrienden nog van den academietijd aan Zwitserland heb mogen brengen en de vragers herinnerden zich daarbij zeker hoe ik een paar winters geleden hier het een en ander ten gehoore bracht van een vroeger uitstapje door mij met de mijnen naar den Harz en Wilhelmshöhe gedaan

Het dorp zelf echt Zwitsersch en bewoond grootendeels door houtsnijders die wij hier huis aan huis bijna en sommigen met een bewonderenswaardige kunstvaardigheid aan het werk vonden  de sierlijkste voorwerpen van levensgroote beren en gemsen af tot naaldekstertjes wijnkurken visiteboekjes en dergelijke snuisterijen toe recht geschikt om als welkom thuis mee te nemen worden hier met de hand uit hout gesneden  Briënz zelf dan werd eens doorgewandeld en nadat wij getuigen waren geweest van de feestelijke ontvangst van eenige koeherders die ergens op een worstelfeest met prijzen in den vorm van levende schapen bekroond waren namen wij de terugreis aan met dezelfde stoomboot die ons  s morgens van Bönigen naar de Giessbach gebracht had

Maar wij zouden door hier te toeven grootscher schouwspel dat ons morgen wacht dreigen te verliezen en zoo ijlen wij dus voort tot wij te kwart over zeven Martigny hebben bereikt waar wij uitstappen en in den omnibus van het Hôtel de la Tour plaats nemen

Misschien hadden wij ook wel bij haar kunnen blijven want den volgenden dag dienden we een heel eind op onzen weg terug te keeren om een bezoek te brengen aan de finstere Aarschlucht of de duistere kloof waardoor tusschen Imhof en Meiringen de Aar heenstroomt maar wij hoopten te Meiringen onze koffers te vinden en toen de juffrouw knorrig werd was haar vonnis geveld

Wèl zoo merkwaardig is wat wij den volgenden dag zagen toen wij te 9 uur  s morgens met een groote aangenaam ingerichte stoomboot Genève verlieten om de vaart langs het meer te doen

Waarom ik van deze overigens onbeduidende bijzonderheid gewag maak  Niet slechts omdat zij een herinnering was aan den storm die ons den tocht over de Gemmi bemoeilijkt had maar ook omdat zij in verband stond met de ramp waarvan het gerucht reeds te Martigny maar nog onjuist tot ons was doorgedrongen het ongeluk den 17 den Augustus voorgevallen op den weg over de Tête Noire die eveneens naar Chamonix voert en zich omstreeks dit punt rechts van ons pad scheidt

Eigenlijk moet ik het liever onderzeesch noemen want men hoort als men in de sombere diepte is afgedaald de golven tegen de muren breken  en daar in dat levend graf wijst men u een pilaar waaraan eenmaal een Geneefsch vrijheidsheld uit de dagen der Hervorming Bonnivard zes jaren lang vastgeketend lag ja men toont u hoe de steenen rondom den pijler zijn uitgesleten door de voetstappen van den ongelukkige die al dien tijd zich slechts binnen deze enge grens bewegen kon

De trein van kwart over zeven voerde ons op den schoonen morgen van den 3 den Augustus uit Karlsruhe van welks waaiervormige hoofd  straten  allen uitloopend gelijk bekend is op het residentsslot van den groothertog van Baden  ik niemendal gezien heb naar Offenburg waar wij overgingen op den vermaarden Schwarzwaldbahn die ons in vier uren naar Singen nabij de Zwitsersche grenzen brengen zou

De boot bracht ons eerst nog van het lachende Lüzern  waar we vooraf een paar zonderlinge overdekte en met oude geschiedkundige schilderingen versierde bruggen over de Reuss hadden kunnen bekijken  langs het bochtige en hoe verder wij kwamen door steeds hooger bergen omringde Vierwaldstätter meer  of het meer van de vier woudkantons  naar het bevallig gelegen Brunnen

We hadden het trouwens zooveel doenlijk op ons gemak gedaan omdat wij volgens Josef vandaag al den tijd hadden en omdat er onderweegs heel wat te kijken viel naar het dal achter of de bergtoppen en gletschers boven ons ook naar bloemen en kristallen waaronder bij de eerste waren die ons verkwikten met haar lieflijke geuren  vooral een soort kruizemunt frischte ons nog al eens op 

Om nog eens namen te noemen wij rustten uit in het allerliefst gelegen hôtel Rosenlauibad gebruiken iets in het herbergje bij den kleinen Schwarzwaldgletscher  overal is hier gelegenheid aardige snuisterijen van hout of gemsenhoorn te koopen  en vinden eindelijk in den laten middag een goed maal in de onaanzienlijke maar met gasten overvulde woning van den kastelein op den grooten Scheidech een bergrug 1961 meters boven de zee

Om ons eenige vergoeding te verschaffen gaan wij na een wandeling langs de lieflijke Kurpromenade de baden bezoeken die wij deels zonder ons Hôtel te verlaten deels op het kleine marktplein kunnen vinden overdekte bassins ter hoogte van een meter gevuld met warm zwavelhoudend water  gipsbaden  dat geneeskundige kracht heeft voor huidaandoeningen en tegen jicht

Uren ver ziet gij dien Zee met geweldige golven maar van onbeweeglijk ijs op u afkomen en daar waar hij aan den voet van de rots waarop gij u bevindt als  t ware onder u langs rolt is er toch ook wel een kwartier voor noodig om hem over te steken

En verbeeldt u nu dat in 1799 deze plaats het tooneel was van woedende gevechten tusschen Franschen en Oostenrijkers waarbij menschen paarden en kanonnen bij  hoopen in de diepte gingen  Waarlijk dat moeten feestdagen zijn geweest voor den Duivel  Maar wij zijn al over de brug en door een tunnel en daar bevinden wij ons bijna plotseling te midden van een rustige bergvlakte met vriendelijke weiden en vóór ons ligt het van hôtels en herbergen ruim voorziene dorpje Andermatt

Wij zochten en vonden er een eenvoudig onderkomen in het bij het Station gelegen hôtel du Jura waar wij ons te goed deden aan een glas Chiantivecchio  een Italiaanschen wijn dien ik hier vermeld omdat ik hem waarschijnlijk wel nooit meer proeven zal  en daarop maakten wij een wandeling door Berns ouderwetsche straten

Voegt hierbij de valleien met schuimende beekjes de schilderachtige dorpjes de prachtige dennebosschen tegen de hellingen al de schoonheden van het Schwarzwald die wij voorbijsnelden en gij zult mij verstaan als ik zeg dat wij oogen te kort kwamen en dat wij hoezeer verlangend naar de nieuwe wonderen die ons dadelijk reeds bij onze aankomst in Zwitserland wachttten het haast nog jammer vonden zoo spoedig aan het eind van dit deel onzer reis te zijn

Maar men denkt daarbij toch met verbazing aan de knapheid van de menschen om zoo n langen gang te maken  de trein heeft een half uur werk om er door te spooren   midden door een hemelhoogen berg vooral als men nagaat dat ze bij het boren precies op het beoogde punt moesten uitkomen en dat de allerkleinste misrekening urenver uit den rechten koers zou leiden

Doch het is alsof deze afstand zoo groot niet is door de ontzaglijke hoogte van de bergtoppen die zich aan gene zijde van den gletscher verheffen granietspitsen van om en bij de 4000 meter en dus een paar duizend meter nog hooger dan het toch reeds hooge punt waar wij thans staan

De Franschen lieten het in de lucht springen de bliksem verhinderde den wederopbouw en voltooide het werk der vernieling en nu  door ledige venstergaten treurt de maan door open daken vallen regen en zonnestralen klimop en struikgewas heeft zich gehecht aan ingestorte torens en kunstig gebeeldhouwde gevels en uit nissen en bogen staren u beelden aan met verminkte ledematen of kunnen u niet meer aanstaren omdat hun hoofden begraven liggen onder het puin waarop de wandelaar ronddwaalt misschien bij zichzelf het oude woord herhalend de wereld gaat voorbij in hare begeerlijkheid

De namen van alle bergtoppen wist hij hoe hoog en hoe veraf ze waren vreemde bloemen plukte hij voor ons en bergkristallen vischte hij half uit beekjes sprookjes en verminkte geschiedkundige herinneringen gaf hij ten beste verhalen van grappen en van ongelukken  wie híer in de diepte is gestort of dáár door verhit van het kille bergwater te drinken zijn leven verloren had  of als hij eens erg in zijn schik was dan begon hij te zingen en te jodelen met dat zonderlinge geluid dat het midden houdt tusschen orgelen en gillen zooals de bergbewoners het van oudsher graag doen

Want ook op deze afgelegen hoogte hadden Franschen en Oostenrijkers elkander de overwinning betwist nadat de eersten door een Zwitserschen boer langs schier onbegaanbare voetpaden over het Nägelis Grätli geleid waren een 2582 meter hoogen berg die met nog andere straks door het volle maanlicht beschenen en daaronder met eeuwige sneeuw bedekte toppen ernstig op ons nederzag

Daar het minstens nog een half uur zou aanhouden eer wij de eenige fatsoenlijke woning een herberg tevens aan dezen weg konden bereiken kwam het voorstel ons niet onaannemelijk voor en dus na door een modder en een moeras van herinneringen aan koeien te hebben gewaad die mij de herfstwandelingen in mijn eerste gemeente voor den geest brachten bogen wij onze hoofden onder de lage opening door van zoo n onvervalschte door dichters veelbezongen Zwitsersche Sennhütte

Want het is dikwijls opgemerkt hoewel zij nog uren van ons af zijn deze bergen zijn zóó groot en door de zuivere lucht ziet men ze zóó helder dat men meenen zou ze binnen een kwartier te kunnen bereiken ja haast met een geweerkogel hun naaste rotswanden te kunnen treffen

Een fraaie restauratie Indermühle aan den Höheweg hielp ons ten slotte den dag omkrijgen en hiermede had ik om de volle waarheid te zeggen voor het eerst op dezen tocht  en gelukkig ook voor het laatst  ondervonden hoe men zich te midden van een misschien wat ál te grooten toevloed van vermakelijkheden in den vreemde evengoed als thuis toch ook wel eens een poosje zou kunnen gaan vervelen

Geneve

Wij gaan nu Genève bezien. Dat is wel de moeite waard, al is het eigenlijk meer een nieuwerwetsche dan wel een eigenaardig Zwitsersche stad. Het schoonst is zeker wel haar ligging, aan het heerlijke meer, dat naar haar heet, of ook wel meer Léman genoemd wordt, en aan weerszijden van de rivier de Rhône, die, zooals ik zeide, met geweld uit het meer komt. Verscheidenen bruggen voeren over de rivier.

Daarvan biedt die, welke het dichtst bij het meer is, bij helder weer een blik op de sneeuwtoppen van den Montblanc, welks naam zij draagt. De volgende brug geeft toegang tot een eilandje, met wilgen en populieren beplant, op welks midden men een standbeeld vindt van den beroemden Geneefschen burger en wijsgeer Jean Jaques Rousseau, omringd van rustbanken, waarop een zwerm kinderen met kindermeisjes, misschien wel omdat Rousseau ook wijze lessen over de opvoeding heeft geschreven.

Dat wij deze punten bezochten, ligt voor de hand, evenals dat wij in den Jardin du Lac (een open en fraaien tuin bij het meer) een gedenkteeken bewonderden, dat de vereeniging van Genève met Zwitserland, in 1814, vereeuwigt, en aldaar een kijkje namen van het basrelief, dat den Montblanc in 't klein voorstelt, en dat zeer geschikt is, een denkbeeld te geven van dat uitgestrekte gebergte.

Belangrijker zal het wellicht voor u zijn, te vernemen, dat wij, na een bezoek aan de sierlijke Russische kerk en aan het Raadhuis met zijn trap zonder treden, waarlangs men, desverkiezende, te paard de bovenverdiepingen kon bereiken, in de kathedraal of hoofdkerk den stoel zagen, waarop eenmaal Calvijn gezeten had, de groote Hervormer, die van 1536 tot 1564 zijn strenge en soms bloedige tucht aan Genève gevoelen deed.

Tegenwoordig merkt men in de weelderige stad, oppervlakkig althans, niet veel meer van de stroeve vroomheid, die hier eenmaal heerschappij voerde, en het trof ons dat wij, na met moeite de voormalige woning van den vader der Gereformeerden te hebben uitgevorscht, die in handen der Roomsche geestelijkheid vonden.

Als een tegenhanger van deze vergetelheid, waarin de van alle wereldsche ijdelheid afkeurige Calvijn, althans bij velen, schijnt geraakt, kan dan het weidsche, ja overladen monument dienen, dat een nietsbeduidende ex-hertog van Brunswijk zich aan den rechter Rhône-oever, op de Place des Alpes, heeft doen oprichten, waartoe hij, bij zijn dood in 1873, zijn vermogen, ten bedrage van 20 millioen francs aan Genève vermaakte.

Het gedenkteeken dacht ons met al zijn verdiepingen en beelden leelijk van de mooiïgheid, maar misschien ook had het invloed op ons oordeel, te weten, dat de man, wiens naam en adel op deze wijze moesten worden verheerlijkt, bij zijn leven een nieteling was geweest, zonder eenige verdienste dan die van schatrijk te zijn. Ik houd u niet op bij de sierlijke winkels, vooral de ongelooflijk kostbare uitstallingen van juweelen en horloges (voor welk laatste artikel vooral Genève beroemd is), die wij, inzonderheid aan de kaaien bij het meer, konden bewonderen; evenmin als bij het déjeuner dat wij namen in het Café du Nord, of hoe wij, na ons diner, den avond weer sleten onder dezelfde soort van muziek als den vorigen (met potlood erboven: Dr.Blom Coster).

Wèl zoo merkwaardig is, wat wij den volgenden dag zagen, toen wij, te 9 uur 's morgens, met een groote, aangenaam ingerichte stoomboot Genève verlieten om de vaart langs het meer te doen. Dit is een tochtje, dat niemand die te Genève toeft, mag verzuimen, en het behoort dan ook mee tot de schoonste herinneringen van onze reis.

Aan boord alles om het u gemakkelijk te maken, om u heen de wonderbaar blauwe watervlakte, spaarzaam gekliefd door scheepjes met vreemde driehoekige en helderkleurige zeilen, en de oevers bezaaid met landhuizen, tuinen, dorpen en stadjes, of, hoe verder gij komt, en vooral aan de Zuidzijde, gekroond door hooge bergen. Wij leggen achtereenvolgens aan te Nyon, Thonon, Evian, Ouchy (het eerste en laatste aan den Noordelijken of Zwitserschen oever, de beide andere stadjes aan de Zuidelijke of Fransche kust). Te Ouchy verlaten ons de passagiers voor Lausanne, welks fraaie torens wij op eenige afstand bespeuren (o.a. nemen wij hier afscheid van een Amsterdamsche familie (met potlood: Brusse), die wij sedert onze komst te Chamonix bij herhaling ontmoetten), en nu blijft de boot geregeld bij de Noordkust, waar wij een bijna onafgebroken reeks van schilderachtig gelegen plaatsjes voorbijkomen.

Wij houden stil te Vervey, Clarens en Montreux, namen waaraan zich een welverdiende roem verbindt van hartveroverende schoonheid en van een klimaat, dat ook in het midden van den winter den kranke borst een veilig toevluchtsoord biedt. Slechts in het hartje van den zomer klimt de warmte hier te hoog, gelijk wij ook eenigszins ondervinden, als wij voorbij Montreux te Veytaux aan wal zijn gegaan en vandaar de kleine wandeling naar het kasteel Chillon ondernemen. Toch hebben wij geen berouw van dat uitstapje; eensdeels omdat het doel de moeite loont, en dan, omdat er een eigenaardige bekoorlijkheid is in die tuinen, met gewassen in de open lucht, zooals wij ze hier te lande slechts, en op kleiner schaal, in Serres plegen te zien, en die rijkbeladen wijngaarden, waar onze weg door henen loopt, en waar het moeite kost u niet te overtuigen, of de heerlijke druiven al rijp zijn.

Prachtig is ook het gezicht op het meer, al missen wij veel, door dat nevels den Vent du midi en de verdere sneeuwbergen in het verschiet grootendeels bedekken. In het oog vallend is voor mij de ontelbare menigte hagedissen, die op en langs de muren ter zijde van den weg zich in het zonnetje koesteren, of bij onze nadering bliksemsnel in spleten en voegen zich versteken.

Maar treffender is zeker wat ons het Slot Chillon laat zien, de oude residentie en Staatsgevangenis der graven van Savoye, wereldberoemd geworden door het gedicht dat haar onderaardsche kerkergewelf den Engelschen dichter Byron in de pen gaf. Eigenlijk moet ik het liever ‘onderzeesch’ noemen, want men hoort, als men in de sombere diepte is afgedaald, de golven tegen de muren breken; en daar, in dat levend graf, wijst men u een pilaar, waaraan eenmaal een Geneefsch vrijheidsheld uit de dagen der Hervorming, Bonnivard, zes jaren lang vastgeketend lag, ja, men toont u, hoe de steenen rondom den pijler zijn uitgesleten door de voetstappen van den ongelukkige, die al dien tijd zich slechts binnen deze enge grens bewegen kon.

Natuurlijk zijn er hier nog andere sporen te vinden eener onmenschelijke middeleeuwsche rechtspleging of rechtsverkrachting, en zoo voelt men zich weer dubbel gelukkig, als men straks daarbuiten in de schoone natuur is teruggekeerd, of wanneer men, gelijk wij in het pension Mounoud deden, onder een glas frisschen landwijn van de warme wandeling uitrust.

Op onze terugreis dineerden wij aan boord, uitstekend, en zoo werd het spoedig avond, een avond, die, toen wij te 8 uren Genève bereikten, natuurlijk reeds geheel donker was, maar ons daardoor ook een verrassenden blik gunde op de tallooze gaslantaarnen, die kaaien en bruggen der stad verlichten, maar, van het meer af gezien, het voorkomen hebben van een feestelijke illuminatie.

Nog worden door ons een paar koffiehuizen bezocht, waarna wij de rust zoeken, die ons evenwel niet ongestoord gegund wordt. 's Nachts toch barst er over de stad en haar omtrek een hagelslag los, zóó geweldig als ik voor mij nooit bijgewoond heb. Mijn eerste gedachte is aan de de tuinen en wijngaarden, die wij weinige uren geleden nog in volle heerlijkheid zagen: zouden die nu ook aan de verwoesting zijn prijs gegeven? Zeker is het, dat er in dien nacht heel wat verwachtingen vernietigd werden.

Wij kunnen er ons onder anderen van overtuigen, als wij den volgenden morgen met den trein op weg zijn naar Bern. Aan de eerste Stations is alles platgeslagen en en kan men dan ook de dikke hagelkorrels, nog uren na de bui, bij handenvol opscheppen.

Op dezen overtocht, waarbij wij Lausanne en Freiburg passeeren, treffen wij weder Hollanders onder onze reisgenooten.

Voor het overige levert de reis, zooals in den regel spoorwegritten, weinig merkwaardigs op.

De gezichten rechts op het meer van Genève worden zeer geprezen, maar ze waren voor ons te vluchtig om er veel aan te hebben, en het eenige wat mij bij is gebleven is de blik op Freiburg met zijn wonderlijke bruggen, die, van ijzerdraad en over gapende afgronden gespannen, op een afstand niet veel meer gelijken dan  de kabel waarlangs de koorddanser zijn gevaarlijken tocht onderneemt (bron: Door Zwitserland tot Interlaken(1881)–François Haverschmidt, https://www.dbnl.org/tekst/have010door01_01/have010door01_01_0001.php).


Reacties

Populaire posts van deze blog

Wereldbeeld. Een inventarisatie.

Het grootste bordeel van Europa

Incubatietijd cultuurproblemen