Boos (3)
Ik geloof dat ik pas echt boos kan worden als ik iemand begin te wantrouwen. Stel je hebt een relatie met iemand, familie, vriend, kennis, maar dichter bij het eerste dan het laatste en je "komt erachter" (= voelt) dat je deze persoon niet kan vertrouwen.
NU ben ik opgegroeid in een enigszins toxisch klimaat van wantrouwen dus ik moet me dubbel bewust worden of het gebrek aan vertrouwen niet bij mezelf ligt. In principe moet je iedereen vertrouwen gunnen en pas bij handelingen die afwijkend zijn van wat je mag verwachten, moet je dat vertrouwen reduceren of opnieuw ter discussie stellen. Ik schrijf dit hardop-denkend en weet het zelf ook niet helemaal.
Een veel gebruikt en bekend model bij vertrouwen is dat het een combinatie is van competentie en intentie.
Zo kwam ik enige tijd geleden bij de kassa aan, en toen gaf de cassière een euro te weinig terug. Dat leek me op het eerste gezicht een "beetje dom," of een gewone blunder, maar ik merkte al bij die supermarkt dat er cassieres zijn die nooit een bonnetje meegeven. Of soms vragen, "wilt u een bon hebben?"
Bij competentie en intentie zou je misschien ook nog structuur kunnen toevoegen. Een brug die scheef hangt vertrouwt niemand. Dat is dan vooraf gegaan aan het element competentie, waar je dan een architect en aannemer mag uitgaan dat ze weten wat ze doen. Wel worden de normen steeds magerder en wanneer de kwaliteit massaal gaat leiden onder ondernemende figuren die de regels aan hun laars lappen, weet je dat het vertrouwen verdwijnt.
Ondernemers zijn volgens mij ook niet te vertrouwen. In de zin dat ze liegen, en dat heeft te maken met marketing. Dat begint met een leugentje om bestwil, maar eindigt met de grootste ondernemer op deze planeet die er zelf voor zorgt dat de overheid niet meer kan toetsen, omdat het kwaliteitsbureau is opgeheven. Leve de ondernemer en de free-enterprise. Maar dit is een zijstraat. [Natuurlijk is de gewone ondernemer te vertrouwen, maar je moet hem of haar niet naar de waarheid vragen. Dat is de kat op het spek binden.]
Enfin.
In dit geval hoor ik een verhaal. Over iemand die wanneer ze aan het einde van het weekend, een vriend / familielid op bezoek komt, die wil praten over financiële zaken en dan blijkt dat deze figuur de volgende dag geld nodig heeft en met een heel verhaal komt dat de tegenpartij onrechtmatig gehandeld zou hebben en dat deze geld verschuldigd zou zijn. Op zich zou dat kunnen, maar op een zondagavond, een financiële bom loslaten en de tegenpartij in een hinderlaag lokken of voor een fait-accompli stellen, dat is meestal een teken van manipulatie = de verkeerde bedoelingen (intenties) hebben.
Maar nu het grappige. Zo hoor ik later, "waarom kon ik daar zo boos om worden?" zegt deze persoon tegen me. "Het vreemde is dat ik het niet weet, maar ik stond van mezelf te kijken. Mijn schaduw trok over mijn figuur heen en het leek alsof ik iemand anders werd."
Boos. Dus.
Op dit moment van schrijven, een dag later, stoeit de persoon er nog echt mee, niet zozeer door de repliek die hij uitstrooide over de argeloze buurman, maar omdat hij zijn reactie niet begrijpt.
Waar komt die boosheid vandaan?
Ik heb dit zelf ook wel eens, en ik denk dat dit soort gevallen speciaal zijn waar we in een situatie komen die niet te rijmen valt, of psychologisch niet te accommoderen is. Zo denk ik even als (amateur) psycholoog. We zijn onthutst omdat dit iets buiten onze dagelijkse gang van zaken is. Vertrouwen is natuurlijk iets dat ook wel op een bepaalde manier natuurlijk gaat.
Los van het vertrouwen ben ik vooral nieuwsgierig naar die boosheid. Als ik denk aan mijn eigen jeugd of momenten waarop boosheid begon, dan moet ik natuurlijk erkennen dat ik die niet meer weet. Ik zie wel aan kleine kinderen dat ze boos worden wanneer - en dit heb ik nagezocht:
- - frustratie (zelf iets willen, maar (nog) niet kunnen
- - regels / grenzen ontdekken: "ik wil nog spelen maar het is bedtijd"
- - communicatieproblemen. Vooral door gevoelens die je nog niet kan verwoorden
- - vermoeidheid, overprikkeling, jaloezie / rivaliteit (ik wil ook ...) of onvoorspelbaarheid (het regent en we gaan naar het park...).
In mijn geval is het denk ik vaak communicatie: je weet dat je iets voelt, maar je weet het niet te verwoorden. Dat komt in mijn geval omdat ik eer schrijf dan spreek. Bij schrijven heb je tijd om te reageren, bij spreken niet. En die tijd heb ik zelf wel nodig.
In het geval van zeg, de buurman, is het misschien ook jaloezie. Bedenk ik me. Leven met duidelijk omlijnde intenties is natuurlijk ook een beetje saai. Dat je alles maar duidelijk moet maken. Ik zou me voor kunnen stellen dat iemand die alles onder controle heeft, om de tuin geleid kan worden door een slimme - laten we zeggen - vos die zijn eigen gang gaat en lak heeft aan regels van het sociale verkeer. Dat kan een argeloze bezoeker of passant misschien storen en deze boos maken.
Emoties zijn spiegels. Die boosheid vertelt iets over ons. In dit geval dat de wereld complexer is dan je dacht en daar kan je het moeilijk mee hebben. Vertrouwen is ook een beetje saai. Vooral als je het als een binaire exercitie ziet.
... [er ontbreekt hier nog wat...]

Reacties