Paradox van desillusie

Wat is een goede samenvatting van De paradoxen van waanzin, schleber, wittgenstein en de schizofrene geest?
[Als woorden essentieel zijn in een boek, dan valt in dit boek het woord: "dubbel" op. Louis Sass, de auteur heeft het vaak over dubbel boekhouden, dat een term op twee manieren gebruikt worden, in dit geval Schizofrenie. Ik beweer niet de inhoud te begrijpen, maar was zeer geïnteresseerd in de terminologie en visies in het boek. Als ook in de samenvatting, die hier volgt.]

De paradoxen van waanideeën, vooral in de context van figuren als Daniel Paul Schreber, Ludwig Wittgenstein en het begrip van de schizofrene geest, verdiepen zich in complexe kruispunten van filosofie, psychologie en psychiatrie. 

1. Schrebers wanen
Daniel Paul Schreber was een Duitse rechter die 'Memoirs of My Nervous Illness' schreef, waarin hij zijn ervaringen met psychische aandoeningen, en vooral zijn wanen, gedetailleerd beschreef. Zijn geval wordt vaak aangehaald in discussies over paranoia en waanvoorstellingen. Schreber geloofde dat hij door God in een vrouw werd getransformeerd en dat hij het onderwerp was van goddelijk toezicht. Zijn wanen illustreren de paradox van hoe diep persoonlijk en coherent een waansysteem kan zijn, zelfs als het fundamenteel losstaat van de werkelijkheid. Schrebers geschriften onthullen de strijd tussen zijn rationele zelf en de overweldigende aard van zijn waanvoorstellingen.

2. Wittgensteins filosofische inzichten
Ludwig Wittgenstein, een vooraanstaand filosoof, onderzocht de aard van taal, betekenis en begrip. Zijn werk, vooral in 'Philosophical Investigations', benadrukt hoe taal onze perceptie van de werkelijkheid vormt. De ideeën van Wittgenstein kunnen worden toegepast om wanen te begrijpen als een vorm van taalspel, waarbij de betekenissen en regels van de taal in de geest van het individu worden veranderd. Dit perspectief roept vragen op over de aard van de waarheid en de realiteit, wat suggereert dat waanideeën een andere vorm van begrip kunnen vertegenwoordigen dan regelrechte onwaarheden.

3. De schizofrene geest
De schizofrene geest wordt vaak gekenmerkt door een ontkoppeling van de werkelijkheid, wat leidt tot symptomen zoals wanen, hallucinaties en ongeorganiseerd denken. De paradox ligt hier in de subjectieve ervaring van individuen met schizofrenie, die mogelijk een rijk innerlijk leven hebben en coherente verhalen die in strijd zijn met de externe realiteit. Dit daagt traditionele noties van rationaliteit uit en benadrukt de complexiteit van het menselijk bewustzijn. De ervaring van schizofrenie kan worden gezien als een diepgaande verandering in de manier waarop individuen zich verhouden tot zichzelf, anderen en de wereld.

4. Paradoxen van waanvoorstellingen
De paradoxen van waanvoorstellingen omvatten de spanning tussen subjectieve ervaring en objectieve realiteit. Wanen kunnen individuen een gevoel van betekenis of samenhang geven, zelfs als ze afwijken van de gedeelde realiteit. Dit roept filosofische vragen op over de aard van geloof, de criteria voor waarheid en de grenzen van rationaliteit. De wisselwerking tussen Schrebers persoonlijke verhaal, Wittgensteins filosofische inzichten en de ervaringen van mensen met schizofrenie illustreert de complexiteit van de menselijke geest en de uitdagingen van het begrijpen van psychische aandoeningen.

Samenvattend benadrukken de paradoxen van waanvoorstellingen, zoals onderzocht door Schrebers ervaringen, Wittgensteins filosofische raamwerk en de aard van de schizofrene geest, de ingewikkelde relatie tussen geloof, taal en realiteit. Ze dagen ons uit om onze definities van rationaliteit te heroverwegen en de manieren waarop individuen betekenis in hun leven construeren, zelfs als ze geconfronteerd worden met een diepgaande ontkoppeling van de gedeelde realiteit (GPT-4o).

Schreber en Canetti

De connectie tussen Daniel Paul Schreber en Elias Canetti draait voornamelijk om thema's als waanzin, perceptie en de aard van de werkelijkheid, evenals de verkenning van de menselijke psyche in hun respectievelijke werken.

### 1. **Daniel Paul Schreber**
Schreber was een Duitse rechter wiens memoires, 'Memoirs of My Nervous Illness', zijn ervaringen met psychische aandoeningen beschrijven, in het bijzonder zijn wanen en paranoia. Zijn geschriften geven een diepgaand inzicht in de geest van iemand die ernstige psychische problemen ervaart. Schrebers waanvoorstellingen draaiden vaak rond thema's als transformatie, goddelijk onderzoek en de aard van de werkelijkheid, en weerspiegelden een complexe wisselwerking tussen zijn innerlijke ervaringen en de buitenwereld. 

### 2. **Elias Canetti**
Elias Canetti was een in Bulgarije geboren romanschrijver en toneelschrijver, die in 1981 de Nobelprijs voor de Literatuur won. Zijn werken onderzoeken vaak thema's als macht, identiteit en de menselijke conditie. In zijn boek "Auto-da-Fé" (ook bekend als "The Tongue Set Free") duikt Canetti in de aard van waanzin, de kwetsbaarheid van gezond verstand en de complexiteit van menselijke relaties. Zijn verkenning van de psyche raakt vaak de grenzen tussen gezond verstand en waanzin, evenals de maatschappelijke implicaties van deze toestanden.

### 3. **Gemeenschappelijke thema's**
- **Waanzin en perceptie**: zowel Schreber als Canetti onderzoeken de aard van waanzin en hoe deze de perceptie beïnvloedt. De waanvoorstellingen van Schreber geven uit de eerste hand een verslag van een geest in rep en roer, terwijl Canetti's literaire verkenningen vaak reflecteren op de kwetsbaarheid van het gezond verstand en de maatschappelijke druk die dat met zich meebrengt.kan leiden tot psychische problemen.
  
- **Realiteit en identiteit**: Schrebers ervaringen stellen conventionele opvattingen over de werkelijkheid ter discussie, terwijl hij een persoonlijk verhaal construeert dat afwijkt van gedeeld begrip. Canetti onderzoekt op soortgelijke wijze hoe identiteit wordt gevormd door externe krachten en de interne strijd van individuen, waarbij hij vaak de spanning benadrukt tussen persoonlijke ervaringen en maatschappelijke verwachtingen.

- **Isolatie en verbinding**: beide figuren behandelen thema's van isolatie: Schreber door zijn ervaringen van vervreemding als gevolg van zijn psychische aandoening, en Canetti door zijn verkenning van de strijd van het individu om verbinding te maken met anderen in een wereld die onderdrukkend en isolerend kan zijn.

### Conclusie
Hoewel Schreber en Canetti verschillende achtergronden en contexten hebben, resoneert hun werk met soortgelijke thema's die verband houden met waanzin, perceptie en de complexiteit van de menselijke psyche. Schrebers memoires geven een direct verslag van psychische aandoeningen, terwijl Canetti's literaire verkenningen een breder filosofisch en maatschappelijk perspectief bieden op de aard van gezond verstand en identiteit. Samen dragen ze bij aan een dieper begrip van de menselijke conditie en de ingewikkelde relatie tussen individuele ervaringen en maatschappelijke normen.

Een relatie met Kapitalisme en Schizofrenie van Guattari en Deleuze

De relatie tussen Daniel Paul Schrebers ‘Memoirs of My Nervous Illness’ en Gilles Deleuze en Félix Guattari’s ‘Anti-Oedipus: Capitalism and Schizophrenia’ is veelzijdig en omvat thema’s als waanzin, verlangen en de kritiek op de traditionele psychoanalyse. Hier zijn enkele belangrijke verbindingspunten:

### 1. **Waanzin en subjectiviteit**
- **Schreber's ervaring**: Schreber's memoires geven een gedetailleerd verslag van zijn waanideeën en de subjectieve ervaring van psychische aandoeningen. Zijn geschriften illustreren hoe zijn geest een unieke realiteit construeerde, gevormd door zijn ervaringen van paranoia en transformatie.
- **Het perspectief van Deleuze en Guattari**: In "Anti-Oedipus" dagen Deleuze en Guattari conventionele opvattingen over waanzin en subjectiviteit uit. Zij stellen dat waanzin niet slechts een afwijking van de norm is, maar gezien kan worden als een vorm van verzet tegen maatschappelijke structuren. Ze onderzoeken hoe verlangen opereert binnen de context van het kapitalisme en hoe dit kan leiden tot zowel creativiteit als onderdrukking.

### 2. **Verlangen en schizofrenie**
- **Verlangen in de wanen van Schreber**: Schrebers wanen draaien vaak rond thema's als transformatie en goddelijke controle, en weerspiegelen een complex samenspel van verlangen, identiteit en realiteit. Zijn ervaringen kunnen worden geïnterpreteerd als een uiting van verlangen dat in strijd is met maatschappelijke normen en verwachtingen.
- **Schizofrenie als model**: Deleuze en Guattari gebruiken het concept van schizofrenie als metafoor voor een andere manier om verlangen en subjectiviteit te begrijpen. Zij stellen dat schizofrenie een breuk betekent met traditionele denkstructuren en een bron kan zijn van nieuwe vormen van creativiteit en sociale organisatie. Ze zien het als een manier om te ontsnappen aan de beperkingen van de oedipale structuren die door de samenleving worden opgelegd.

### 3. **Kritiek op de psychoanalyse**
- **Schreber en Freud**: Sigmund Freud analyseerde de beroemde zaak van Schreber en interpreteerde zijn waanvoorstellingen door de lens van de psychoanalyse. Freuds analyse concentreerde zich op Schrebers relatie met zijn vader en zijn seksuele identiteit, waarbij hij zijn ervaringen kaderde in een traditioneel oedipaal verhaal.
- **Deleuze en Guattari's afwijzing van Oedipus**: In "Anti-Oedipus" bekritiseren Deleuze en Guattari het oedipale raamwerk van de psychoanalyse, met het argument dat het ons begrip van verlangen en subjectiviteit beperkt. Ze stellen een alternatief model voor dat de vloeibaarheid van het verlangen benadrukt en de manieren waarop het in wisselwerking staat met sociale en economische structuren.

### 4. **Kapitalisme en schizofrenie**
- **Schrebers isolatie**: Schrebers ervaringen kunnen worden gezien als een weerspiegeling van de vervreemding en het isolement dat kan ontstaan in moderne kapitalistische samenlevingen. Zijn waanvoorstellingen vertegenwoordigen een strijd tegen de krachten die de individuele identiteit proberen te controleren en te definiëren.
- **De analyse van Deleuze en Guattari**: Deleuze en Guattari onderzoeken hoe het kapitalisme verlangen en subjectiviteit vormgeeft, met het argument dat het een vorm van schizofrenie creëert die zowel kan bevrijden als onderdrukken. Ze suggereren dat het begrijpen van deze dynamiek kan leiden tot nieuwe vormen van sociale organisatie en weerstand.

Samenvattend ligt de relatie tussen Schrebers ‘Memoirs of My Nervous Illness’ en Deleuze en Guattari’s ‘Anti-Oedipus’ in hun gedeelde verkenning van waanzin, verlangen en de kritiek op traditionele psychoanalytische kaders. Schrebers persoonlijke verhaal biedt een concreet voorbeeld van de complexiteit van psychische aandoeningen, terwijl Deleuze en Guattari een bredere filosofische en politieke analyse bieden van hoe verlangen functioneert binnen de context van het kapitalisme en de samenleving.alle normen. Samen dragen ze bij aan een rijker begrip van de raakvlakken tussen psychologie, filosofie en sociale kritiek.

Drie hoofdstukken van Deleuze & Guattari:

"Anti-Oedipus: kapitalisme en schizofrenie" van Gilles Deleuze en Félix Guattari is verdeeld in verschillende hoofdstukken, die elk verschillende thema's behandelen die verband houden met verlangen, kapitalisme en psychoanalyse. Hier is een samenvatting van de drie belangrijkste delen van het boek:

### 1. **Verlangen-productie**
In dit deel introduceren Deleuze en Guattari het concept van 'verlangenproductie', dat verwijst naar de manier waarop verlangen functioneert als een productieve kracht in de samenleving. Ze beweren dat verlangen niet alleen een [individueel] gebrek of een behoefte is, maar een positieve en creatieve kracht die de werkelijkheid vormgeeft. In dit gedeelte wordt de traditionele psychoanalyse bekritiseerd, met name het oedipale model, dat volgens hen ons begrip van verlangen beperkt door het in te kaderen in familiale en seksuele relaties.  Zij wijzen het Oedipus-complex dus niet zozeer af, als wel zetten ze het in de hoek van familiale structuren. Schizofrenie gebruiken ze als metafoor om verlangen te begrijpen, door de vloeibaarheid en het potentieel voor creativiteit ervan te benadrukken.

### 2. **Het lichaam zonder organen (BwO)**
In dit hoofdstuk introduceren D&G het concept van het 'Lichaam zonder Organen' (BwO), dat een staat van zijn vertegenwoordigt die de traditionele structuren van identiteit en organisatie overstijgt. De BwO is een manier om na te denken over het lichaam en de subjectiviteit die zich verzet tegen hiërarchische organisatie en de vrije stroom van verlangen mogelijk maakt. BwO is een ruimte waar verlangen vrijelijk kan stromen zonder beperkt te worden door sociale normen. Dan, ... onderzoeken [ze] hoe het kapitalisme verlangen en subjectiviteit vormgeeft, wat vaak leidt tot repressie en vervreemding. De BwO vertegenwoordigt een mogelijke ontsnapping aan deze beperkingen.
Ze  suggereren [ook] dat individuen door het omarmen van de BwO nieuwe vormen van sociale organisatie en relaties kunnen creëren die niet gebonden zijn aan traditionele structuren.

### 3. **De anti-oedipus**
In dit laatste deel bekritiseren D&G de relatie tussen verlangen en kapitalisme, met het argument dat het kapitalisme zijn eigen logica heeft die verlangen vormgeeft en kanaliseert. Ze onderzoeken hoe kapitalistische samenlevingen vormen van verlangen creëren [en vermarkten] die zowel economisch productief als sociaal repressief kan zijn, wat leidt tot een paradoxale relatie tussen vrijheid en controle.
Het begrip van de dynamiek van verlangen kan leiden tot revolutionair potentieel, waardoor individuen zich kunnen verzetten en maatschappelijke structuren kunnen hervormen. En, ... de inzichten die voortkomen uit het begrijpen van schizofrenie kunnen worden gebruikt om de dominante kapitalistische orde uit te dagen en te ondermijnen.
Over het geheel genomen presenteert "Anti-Oedipus" een radicale heroverweging van verlangen, subjectiviteit en de relatie tussen individuen en de samenleving.  

Drie hoofdstukken van Paradoxen van waanvoorstellingen

"The Paradoxes of Delusion" is een werk van de filosoof en psychoanalyticus Daniel Paul Schreber, waarin de aard van waanvoorstellingen wordt onderzocht, vooral in de context van zijn eigen ervaringen met psychische aandoeningen. Hoewel het boek doorgaans niet op dezelfde manier als 'Anti-Oedipus' in drie afzonderlijke hoofdstukken is verdeeld, kan het worden samengevat in termen van sleutelthema's of secties die de paradoxen weerspiegelen die hij bespreekt. Hier is een algemeen overzicht van de belangrijkste thema’s:

### 1. **De aard van waanideeën**
In dit deel onderzoekt Schreber de fundamentele kenmerken van wanen, in het bijzonder die van hemzelf. Hij denkt na over hoe wanen een coherente interne realiteit kunnen creëren die in strijd is met de externe realiteit. Deze paradox benadrukt de complexiteit van de menselijke geest en de manieren waarop individuen uitgebreide verhalen kunnen construeren die betekenis bieden, zelfs als ze afwijken van gedeeld begrip.
- ** Cohier de oorsprong van waanideeën**: Schreber benadrukt dat wanen intern consistent en rationeel kunnen zijn vanuit het perspectief van het individu dat ze ervaart.
- **Conflict met de werkelijkheid**: hij bespreekt de spanning tussen zijn waanvoorstellingen en de buitenwereld, en illustreert hoe dit conflict tot diepgaande psychologische problemen kan leiden.
- **Subjectieve ervaring**: De verkenning van waanvoorstellingen benadrukt de subjectieve aard van de werkelijkheid en hoe persoonlijke ervaringen iemands begrip van de wereld bepalen.

### 2. **Goddelijke transformatie en identiteit**
In dit gedeelte duikt Schreber in de thema's transformatie en identiteit, in het bijzonder zijn overtuiging dat hij een goddelijke transformatie onderging. Hij beschrijft zijn ervaringen toen hij door God werd onderzocht en de implicaties die dit had voor zijn zelfgevoel.
- **Goddelijk onderzoek**: Schrebers overtuiging dat hij onder goddelijke observatie stond, leidt tot een diep gevoel van paranoia en existentiële vragen.
- **Transformatie**: hij bespreekt het idee om in een vrouw te worden getransformeerd, wat diepere thema's als identiteit, seksualiteit en de aard van het zelf weerspiegelt.
- **Psychologische implicaties**: de verkenning van deze thema's onthult de psychologische implicaties van dergelijke overtuigingen, inclusief gevoelens van isolatie en vervreemding.

### 3. **De paradox van rationaliteit en irrationaliteit**
In dit laatste deel reflecteert Schreber op de paradoxale aard van rationaliteit en irrationaliteit in de context van zijn waanvoorstellingen. Hij worstelt met het idee dat wat volgens maatschappelijke normen als ‘irrationeel’ wordt beschouwd, binnen het waankader een ander soort rationaliteit kan inhouden.
- **Rationaliteit van waanvoorstellingen**: Schreber stelt dat wanen hun eigen vorm van logica en samenhang kunnen hebben, waardoor traditionele noties van rationaliteit worden uitgedaagd.
- **Maatschappelijke normen**: hij bekritiseert de maatschappelijke normen die definiëren wat als rationeel of irrationeel wordt beschouwd, en suggereert dat deze definities vaak willekeurig zijn.
- **Waanzin begrijpen**: dit gedeelte benadrukt de noodzaak van een dieper begrip van waanzin en de complexiteit van de menselijke geest, en pleit voor een meer genuanceerde benadering van psychische aandoeningen.

Concluderend, onderzoekt 'The Paradoxes of Delusion' de ingewikkelde relatie tussen waanvoorstellingen, identiteit en de aard van de werkelijkheid. Schrebers reflecties bieden waardevolle inzichten in de subjectieve ervaring van psychische aandoeningen, waardoor conventionele opvattingen over rationaliteit en de menselijke psyche worden uitgedaagd. Zijn werk blijft invloedrijk in discussies over psychologie, filosofie en de aard van geloof, waarbij hij de complexiteit van de geest benadrukt en de manieren waarop individuen door hun realiteit navigeren.

- Ik bedoel het boek van Louis A. Sass:

Een samenvatting van de drie belangrijkste hoofdstukken van Louis A. Sass' boek "The Paradoxes of Delusion: Wittgenstein, Schreber, and the Schizophrenic Mind." Dit boek onderzoekt de kruispunten van filosofie, psychologie en de aard van waanvoorstellingen, vooral door de lens van de werken van Ludwig Wittgenstein en Daniel Paul Schreber.

### Hoofdstuk 1: **Wittgenstein en het probleem van waanideeën**

In dit hoofdstuk onderzoekt Sass de filosofische inzichten van Ludwig Wittgenstein, in het bijzonder zijn ideeën over taal, betekenis en de aard van de werkelijkheid. Hij bespreekt hoe Wittgensteins latere werk, vooral in 'Philosophical Investigations', kan worden toegepast om wanen te begrijpen. 
- **Taalspellen**: Sass onderzoekt Wittgensteins concept van taalspellen en benadrukt hoe betekenis wordt ontleend aan het gebruik van taal in specifieke contexten. Dit perspectief helpt te begrijpen hoe waanovertuigingen hun eigen interne logica en samenhang kunnen creëren.
- **Persoonlijk taalargument**: dit hoofdstuk bespreekt Wittgensteins argument tegen de mogelijkheid van een privétaal, wat suggereert dat wanen, ook al zijn ze diep persoonlijk, toch verband moeten houden met gedeelde levensvormen en sociale praktijken.
- **Realiteit en betekenis**: Sass benadrukt de spanning tussen subjectieve ervaring en objectieve realiteit, en illustreert hoe wanen conventionele opvattingen over waarheid en betekenis kunnen uitdagen.

### Hoofdstuk 2: **Schrebers wanen en de structuur van ervaring**
In dit hoofdstuk duikt Sass in de memoires van Daniel Paul Schreber, waarbij hij zich concentreert op zijn ervaringen met waanvoorstellingen en de ingewikkelde structuur van zijn denken. Hij analyseert de geschriften van Schreber om de onderliggende thema's en paradoxen in zijn waansysteem bloot te leggen.
- **Samenhang van waangedachten**: Sass benadrukt dat de waanideeën van Schreber, hoewel ze los staan van de gedeelde realiteit, een opmerkelijke interne samenhang en logica vertonen.
- **Goddelijke transformatie**: dit hoofdstuk onderzoekt Schrebers geloof in goddelijke transformatie en hoe deze reflecteert diepere existentiële zorgen over identiteit, seksualiteit en het zelf.
- **Psychologische implicaties**: Sass bespreekt de psychologische implicaties van Schrebers ervaringen, waaronder gevoelens van isolatie, paranoia en de strijd om betekenis in het licht van een psychische aandoening.

### Hoofdstuk 3: **De schizofrene geest en de paradoxen van waanvoorstellingen**
In het laatste hoofdstuk synthetiseert Sass de inzichten van Wittgenstein en Schreber om de aard van de schizofrene geest te onderzoeken. Hij onderzoekt de paradoxen die inherent zijn aan waanvoorstellingen en hoe deze zich verhouden tot bredere filosofische vragen over de realiteit, identiteit en de aard van de menselijke ervaring.
- **Paradoxen van rationaliteit**: Sass bespreekt de paradoxale aard van rationaliteit en irrationaliteit in de context van schizofrenie, wat suggereert dat wanen hun eigen vorm van rationaliteit kunnen hebben die conventionele normen uitdaagt.
- **Waanzin begrijpen**: dit hoofdstuk benadrukt de noodzaak van een dieper begrip van waanzin en pleit voor een meer genuanceerde benadering die rekening houdt met de complexiteit van de menselijke geest en de subjectieve ervaring van individuen.
- **Filosofische implicaties**: Sass besluit door na te denken over de filosofische implicaties van zijn analyse, waarbij hij suggereert dat de studie van waanvoorstellingen waardevolle inzichten kan opleveren in de aard van de werkelijkheid, de taal en de menselijke conditie.

Over het geheel genomen biedt 'The Paradoxes of Delusion' van Louis A. Sass een rijke verkenning van de kruispunten tussen filosofie, psychologie en de ervaring van waanvoorstellingen. Door de werken van Wittgenstein en Schreber te onderzoeken, werpt Sass licht op de complexiteit van de schizofrene geest en de paradoxen die ontstaan ​​bij het begrijpen van psychische aandoeningen. Het boek daagt lezers uit om traditionele noties van rationaliteit, betekenis en de aard van de werkelijkheid te heroverwegen.

Het boek - Paradoxen van desillusies - zelf

Volgens Wittgenstein slaagt James' introspectie er niet in om aan te tonen of te analyseren wat normaal gesproken met het woord zelf wordt bedoeld, maar onthult het eerder iets hoogst kunstmatigs: de toestand van de aandacht van een filosoof wanneer hij het woord zelf tegen zichzelf zegt en de betekenis ervan probeert te analyseren.
Of en op welke manier kan worden gezegd dat Schreber in deze vreemde verschijnselen heeft geloofd, is de moeilijke vraag waar ik nu eerst op inga door een centrale waanvoorstelling van Schrebers psychose te beschouwen: zijn overtuiging dat hij in een vrouw wordt getransformeerd.
Verder hebben degenen die hebben geprobeerd schizofrene wanen te begrijpen of te interpreteren bijna altijd de subjectivisering begrepen in overeenstemming met de psychoanalytische regressiehypothese, die een manifestatie is van een zekere primitivisering van het bewustzijn van regressie naar de door het ID gedomineerde grootsheid en wensvervulling, het fantaseren over de vroege kindertijd of naar onvolwassen vormen van ervaring die voorafgaan aan de ontwikkeling van een zelfbesef, een vermogen tot zelfkritisch metabewustzijn, bewustzijn van bewustzijn of van het onderscheid tussen subjectieve en objectieve innerlijke en buitenste
In een solipsistisch universum kan handelen onnodig of onmogelijk onnodig voelen omdat externe omstandigheden overgeleverd zijn aan het denken, omdat de wereld een idee is waar een schizofreen over sprak over het zuiveren van zijn gezichtsveld om de spookachtige vormen zo droog als bot en hulpeloos te laten worden. onmogelijk omdat echte actie in een wereld die in staat is om mijn inspanningen te weerstaan niet kan plaatsvinden in een puur mentaal universum. Schreber zei dat hij niet zou proberen zichzelf pijn te doen of zelfmoord te plegen omdat hij geloofde dat zelfs de ernstigste verwondingen aan zijn lichaam hem niet zouden kunnen treffen.
Steeds meer elementen van Wittgensteins denken leken relevant, steeds meer aspecten van Schrebers ervaring begonnen betekenis te krijgen. Het bestaan zelf van deze affiniteiten met hun suggestie van soortgelijke existentiële preoccupaties leek een nieuw licht te werpen op onderliggende motivaties die eenheid en samenhang zouden kunnen verlenen aan Wittgensteins diverse preoccupaties als filosoof. Dit laatste is een kwestie die ik in een latere publicatie dieper hoop uit te werken. 

Voordat we overgaan tot mijn voornaamste zorg, de interpretatie van Schrebers waanideeën in het licht van Wittgensteins denken, moeten we eerst dieper ingaan op twee kwesties die alleen in de inleiding zijn geschetst: de aard van traditionele opvattingen over waanvoorstellingen en slechte realiteitstoetsing en de kenmerken van schizofrene ziekten die deze opvattingen in twijfel lijken te trekken.
Toch kan Schreber niet anders dan Gods overmatig vertrouwen in twijfel trekken. Gods bestaan lijkt zo verbonden te zijn met dat van Schreber, dat Schreber zich moet afvragen wat er van God moet worden als ik mij zo mag uiten als ik sterf. 
In overeenstemming met Wittgensteins argument lijken deze ervaringen alleen te hebben plaatsgevonden toen Schreber de aanwezigheid voelde van een buitenaards bewustzijn dat de ervaring van Schreber als object kon nemen, dat wil zeggen toen hij enkele van de klassieke eersterangssymptomen van schizofrenie ervoer.
Maar hoe kan dit zo zijn? Hoe kan het zelf zowel alles als niet-bestaand zijn? Hoe kan het zelf bij dezelfde patiënt en zelfs op hetzelfde moment dienen als de almachtige basis van het universum, terwijl de tot slaaf gemaakte soevereine waarneembare toeschouwer ook als een feit in de wereld bestaat? Worden we hier geconfronteerd met een voorbeeld van pure onbegrijpelijkheid of is het mogelijk om enige betekenis te geven aan deze schijnbare combinatie? Opnieuw helpt Wittgensteins behandeling van solipsisme ons

En zoals we weten had hij soms het gevoel dat deze solipsistische fantasie werkelijkheid was geworden dat iedereen om hem heen slechts haastig geïmproviseerde mannen waren zonder bewustzijn, terwijl hijzelf een goddelijk bewustzijn was of op zijn minst de enige doorgang naar het enige zintuig van zo'n constituerend centrum. Een centrum waarnaar Schreber in één passage verwijst als een controlerende zon waarvan onze astronomie niets weet. 
Door het tweeledige begrip van indexicalen of wisselwoorden zoals hier te bekritiseren en aan te tonen dat het gevoel van centraliteit van de solipsist afhangt van het tegelijkertijd aannemen van een denkbeeldig of extern standpunt, brengt Wittgenstein het soort tegenstrijdigheid naar voren dat impliciet is in wat Foucault het empirisch transcendentale doublet van het moderne denken noemt, laat hij zien dat het gevoel van de absoluut transcendentale rol die het eigen bewustzijn speelt in feite onlosmakelijk verbonden is met en afhankelijk is van iemands eigen bewustzijn. Het richt zich ook op het bewustzijn als een empirische of objectiveerbare entiteit

Hoewel hij als jonge man aangetrokken werd tot schizoïde en solipsistische idealen, was de visie van een innerlijk zelf dat volledig gescheiden was van het lichaam en van een ervaringsgericht zelf het filosofische ik dat zich volledig bewust was van zijn onafhankelijkheid van anderen en de wereld. .... Wittgenstein werd met de jaren veel gevoeliger voor de gevoelens van leegte, devitalisering en isolatie waartoe een dergelijke scheiding of terugtrekking zou kunnen leiden in 1931 betreurt hij dat hij eruit moet zien als een lege buis die eenvoudigweg door de geest wordt opgeblazen.

De waanwereld van veel schizofrene patiënten is dan niet een wereld van vlees en bloed van gedeelde actie en risico, maar een geesteswereld waarin emoties van andere mensen, zelfs het eigen lichaam van de patiënt, bestaan als verre of puur subjectieve verschijnselen, slechts verzinsels van een abstracte verbeelding waarvan de kracht tegelijkertijd grenzeloos en irrelevant is.
Hier lijkt Gods houding of bewustzijnswijze opvallend veel op Schrebers eigen God, zoals Schreber zelf een houding van passieve hyperconcentratie aanneemt of daarin verwikkeld raakt, precies die houding die volgens Wittgenstein waarschijnlijk ten grondslag ligt aan de solipsistische ervaring van het constitueren van de wereld.
Want zoals we in verschillende voorbeelden hierboven zagen, bestond Schrebers ervaring van het bezitten van zijn ervaringen of van het herkennen van zijn ervaringen als ervaringen, beide aspecten van zijn wezen als constituerend bewustzijn bestonden vanuit het perspectief van een andere, degene die dacht dat de ideeën in een boek of krant van Schreber waren, of degene die zag dat Schreber een vlinder had gezien.
De parallellen tussen Wittgenstein en Schreber onthullen niet een primitieve of dionysische toestand, maar iets dat lijkt op Wittgensteins notie van een ziekte van het intellect op de hoogste niveaus van zelfbewustzijn en vervreemding.
Als het menselijk bewustzijn op de een of andere manier de bron of het fundament is van alle realiteit, of op zijn minst van alle realiteit die mogelijk relevant kan zijn voor wezens zoals wij, dan lijkt het bewustzijn of het menselijke zelf een positie van ultieme soevereiniteit en alwetendheid te bekleden.

Het is duidelijk in de Memoires dat Schreber ervaart dat Gods stralen, de actoren die de wereld constitueren, een mannelijke aard hebben, terwijl de dingen die door Gods bewustzijn bekend zijn de neiging hebben vrouwelijk te zijn. Schreber vertelt ons bijvoorbeeld dat al het vrouwelijke de zenuwen van God aantrekt.

Filosofische abstracties kunnen, vreemd genoeg, de meest geschikte manier zijn om het feitelijke gevoel van zo’n wereld vast te leggen, een punt dat de volgende woorden van een schizoaffectieve patiënt zouden kunnen suggereren. Om het gevoel van niet echt te zijn te verklaren is het nodig om in te gaan op een lange onwerkelijke definitie van het gevoel, want het staat zo ver van de werkelijkheid af dat het, om er een concrete echte definitie van te maken, op een abstracte, onwerkelijke manier moet worden beschreven als het volledig begrepen wil worden.
In welke gemoedstoestand moet iemand zich bevinden, vraagt Wittgenstein zich af om zich diep getroffen te voelen door de waarheid van opvattingen als dat de wereld mijn wereld is of dat alleen ik echte pijn voel of werkelijk zie of hoor. Of om de vraag anders te stellen: wat is het soort ervaring van de wereld waarmee deze doctrine zou kunnen corresponderen en waaruit deze waarschijnlijk zal voortkomen. Zoals typerend is voorWittgenstein houdt zich niet bezig met de waarheid of onwaarheid van het solipsisme als een metafysische doctrine
Wittgenstein lijkt bijvoorbeeld een speciale vijandigheid te hebben gehad tegen de twee kanten van de moderne opvatting van de geest, want hij zette zichzelf in gelijke mate tegenover alle tendensen om ofwel alles te reduceren tot subjectiviteit of het zelf, ofwel om het bewustzijn of het zelf als wat voor ding dan ook te behandelen.
Wittgenstein zelf benadrukte dat, ondanks hun absurditeit en logische incoherentie, zinnen als de enige realiteit is de huidige ervaring en de enige realiteit mijn huidige ervaring overeenkomen met iets van enorm belang in het menselijk leven, een diepgaande metafysische intuïtie over de centrale plaats van het ervarende zelf in relatie tot zijn wereld.  
En zoals we zagen onder deze omstandigheden had hij niet het gevoel een letterlijke of objectieve verandering over zijn lichaam te zien plaatsvinden. Het was eerder de ervaring van het zien van zijn lichaam alsof vanuit een bepaald gezichtspunt een gezichtspunt werd gezien dat, hoewel het lichaam als vrouwelijk werd weergegeven, nog steeds werd erkend als een gezichtspunt, zoals we zouden kunnen zeggen een voorbeeld van zien alsof aan dit gezichtspunt een bijzonder belang werd toegekend. 
Zoals zo vaak is Wittgenstein erop uit om iets in het traditionele filosofische denken en discours te bekritiseren, in dit geval een bepaalde essentialiserende tendens die vooral in de filosofie van de geest overheerst, en hij brengt dit in verband met een bepaalde ervaringshouding.
Nog vreemder is de manier waarop Schreber deze zelfverheerlijkende claim kwalificeert: mijn superioriteit aan God die hij schrijft moet worden opgevat in de meest relatieve zin lin ganz relatievem Sinne, dat wil zeggen alleen voor zover het de toestand betreft die in strijd is met de Orde van de Wereld en die voortkomt uit permanent en onlosmakelijk zenuwcontact met één enkel mens. 
Maar Schreber vraagt zich af of de schepping in zekere zin afhankelijk is van zijn blik, zoals wordt gesuggereerd door deze spontane schepping, hoe zou hij dan zelf met zijn blik kunnen zijn geschapen? Verbijsterd door het raadsel Schreber stelt dat de schepping van een compleet mens, het enige echte bewuste centrum, iets uitzonderlijks moet zijn geweest dat een buitengewone krachtinspanning vereiste
Veel van de details, complexiteiten en tegenstrijdigheden van Schrebers waanwereld die inconsistent lijken met de slechte formule voor het testen van de realiteit, kunnen worden begrepen in het licht van het solipsisme, tenminste als we de analyse van dit filosofische standpunt in de latere geschriften van Ludwig Wittgenstein accepteren en zorgvuldig volgen.
Het was Kant die op beslissende wijze een nieuw soort zelfbewustzijn introduceerde: een duaal zelfbewustzijn waarin de menselijke subjectiviteit begrepen en potentieel ervaren werd als tegelijkertijd zowel een wetend subject als een primair object van weten.
Het is ook veelbetekenend dat de wereld van het schizofrene type zo nauw aansluit bij de beschrijving van solipsisme, de illusoire doctrine die voor Wittgenstein het wezenlijke voorbeeld is van de filosofische ziekte die de neiging heeft om abstract contemplatief denken te overwaarderen en te reïficeren en om het contact te verliezen met de ware bronnen van wijsheid die te vinden zijn in een leven vol betrokkenheid en activiteit.
Het beeld wordt ingewikkelder in hoofdstuk 2, waar ik twee kenmerken van de schizofrene wereld bespreek die in tegenspraak lijken te zijn met een solipsistische lezing: de neiging van sommige schizofrene patiënten om te twijfelen tussen een subjectivistische houding en een houding die meer publiek en objectief is, en de neiging om het gevoel van de experiëntiële centrale rol van het zelf te verliezen.

Als men overigens Schrebers nauwe identificatie van Gods bewustzijn met zijn eigen bewustzijn in gedachten houdt, en daarbij zijn neiging om de wereld zelf als een manifestatie van Gods bewustzijn te ervaren, niet durft te beslissen of men eenvoudigweg kan zeggen dat God en de hemellichamen één en dezelfde zijn 
Je kunt er gemakkelijk toe worden gebracht te zoeken naar de betekenis, intentie of oorzaak die lijkt op een platonische of noumenale essentie die schuilgaat achter de louter fenomenale wereld die je direct ervaart. Dezelfde vreemde illusie waar we ons onder bevinden als we lijken te zoeken naar iets dat een gezicht uitdrukt, terwijl we ons in werkelijkheid overgeven aan de kenmerken die voor ons liggen. Diezelfde illusie neemt ons zelfs nog sterker in beslag als we een deuntje voor onszelf herhalen en het zijn volledige indruk op ons laten maken en zeggen: Dit deuntje zegt iets en het is alsof ik moet vinden wat het zegt.
Het is ook waar dat al Gods bewustzijn, alles wat hij weet, door Schreber zelf komt, van wie Schreber zegt dat hij de enige bewuste mens is en het kanaal waardoor God kan weten. Zien, wat een vermogen is van de stralen die deel uitmaken van de totaliteit van Gods zenuwen, is beperkt tot mijn persoon en onmiddellijk.e omgeving
Want zoals William James ooit suggereerde dat een geleefde wereld die het bewustzijn van subjectivisering en de onschadelijkheid van de rol van de geest bij het constitueren van de wereld op de voorgrond plaatst, vanuit cognitief ontwikkelingsoogpunt zeer vooruitstrevend lijkt. Het is verre van waar dat onze eerste manier om dingen te voelen het gevoel is dat ze subjectief of mentaal zijn, dat precies het tegenovergestelde eerder de waarheid lijkt te zijn.
Binnen het solipsistische kader van zijn geestesoogwereld lijkt Schreber een soort tweede geestesoog te zien dat bezig is met het overdenken van zijn eigen bewustzijn of gedachten.
Zorgvuldig lezen van de memoires laat zien dat deze stralen en zenuwen verwijzen naar twee delen van Schrebers eigen, zelfbewuste geest: het deel dat naar de stralen kijkt en het deel dat soms naar de zenuwen wordt gekeken. Schreber gebruikt zenuwen ook in algemene zin om naar zenuwen en stralen te verwijzen. 
Aan de ene kant voelt Schreber zich intiem met God en Gods bewustzijn. God is onlosmakelijk verbonden met mijn persoon door mijn zenuwen. Aantrekkingskracht die al enige tijd onontkoombaar is geworden. Er is geen mogelijkheid dat God Zichzelf voor de rest van mijn leven van mijn zenuwen zal bevrijden. 
Het leven van zowel subject als object voelde soms onnatuurlijk en zelfdestructief aan, zoals toen Schreber beweerde dat hij een deel van zijn strottenhoofd had opgegeten met zijn voedsel M 272, maar het zou ook een bron van extase kunnen zijn. Maar zodra ik alleen ben met God, als ik mezelf zo mag uiten, moet ik er voortdurend of op zijn minst op bepaalde momenten naar streven om goddelijke stralen de indruk te geven van een vrouw in het toppunt van sensuele verrukking om dit te bereiken. Ik moet alle mogelijke middelen inzetten en al mijn intellectuele krachten en vooral mijn verbeeldingskracht inspannen 
Solipsisme was een terugkerende, misschien zelfs obsessionele zorg van Wittgensteins filosoferen, of misschien beter gezegd van zijn antifilosoferen voor Wittgenstein, net zoals verschillende andere moderne filosofen geneigd waren zichzelf te zien als iemand die de traditie van de filosofie zelf verwierp.

De relevante paradoxen van het moderne denken en bewustzijn krijgen hun meest intrigerende uiteenzetting aan het einde van het opmerkelijke boek van filosoof-historicus Michel Foucault, The Order of Things, waarin Foucault de komst van de moderne manier van denken en zelfkennis, wat hij het moderne episteme noemt, identificeert met de innovaties van de Kantiaanse filosofie.
Mijn juxtapositie van Wittgenstein en Schreber heeft ook een tweede en minder expliciet doel om Wittgensteins speculaties over solipsisme en bepaalde gerelateerde kwesties te verhelderen door deze te baseren op de fenomenologische realiteit van een werkelijk geleefde wereld.
40 Verder neigt het idee van vormen van weten of categorieën van begrip ertoe alle pretenties tot alwetendheid te laten leeglopen, want dit idee suggereert dat het bewustzijn bepaalde grenzen heeft, hoewel zijn domein immens kan aanvoelen zonder zichtbare grens. Het moet ook smal lijken, want nu is het waarschijnlijk dat men op zijn minst de abstracte mogelijkheid herkent van onvoorstelbare realiteiten waarvan de aard ze uitsluit van begrip door de menselijke geest.
In passages als de volgende lijken de stralen van God en het lichaam van Schreber een soort epistemologisch menuet uit te spelen, waarbij de partners pas worden wat ze zijn, mannelijk of vrouwelijk subject of object in hun benadering en scheiding van elkaar. Ik moet hieraan toevoegen dat de vrouwelijke kenmerken die zich op mijn lichaam ontwikkelen een zekere periodiciteit vertonen met steeds kortere tussenpozen

In de passage in kwestie beschrijft Schreber wat hij het mechanisch vastmaken of vastbinden van roggen noemt, een fenomeen met een aanzienlijke sensorische specificiteit, waarbij de stralen die eruit zien als een bundel staven samenhangen in een specifieke kegelvormige formatie om te voorkomen dat ze door de ruimte naar het bekeken deel van zijn eigen geest worden aangetrokken. Ik kan alleen het beeld beschrijven dat ik met mijn geestesoog zag.
Maar hoe moeten we dit onmogelijke universum vatten waar het gevoel wordt dat alles tot het zelf behoort, maar waar er misschien geen zelf is dat het bezit? Opnieuw is Wittgenstein ons voorgegaan in het beschouwen van dezelfde paradoxen die we aantreffen in de kern van de schijnbaar onbegrijpelijke levensvorm van de schizofreen.
Wat voor de normale persoon de kwaliteit van het bestaan van de werkelijkheid zou hebben, onafhankelijk van die van het zelf als subject, lijkt voor Schreber de kortstondige kwaliteit te hebben gehad van iets louter fenomenaals.
Ik begin met het gedetailleerder uitwerken van bepaalde punten die alleen in deze inleiding zijn geschetst. Vervolgens laat ik zien hoe Wittgensteins analyse van het solipsisme rekening kan houden met aspecten van de waanwereld van Schreber en andere schizofrene patiënten die inconsistent zijn met de standaardnoties van slechte realiteitstoetsing.
In wat volgt betoog ik dat ondankshet grote belang dat hij eraan toekent Schreber ervaart zijn waanideeën over het algemeen niet als letterlijk waar, maar eerder als een bepaalde gesubjectiviseerde kwaliteit die in zekere zin het product is van zijn eigen bewustzijn, in plaats van als een onafhankelijk of objectief bestaan, zoals de formule voor het testen van de slechte realiteit impliceert 
Terwijl de hallucinerende stemmen van Schreber centrale kenmerken van zijn solipsistische, ingewikkelde universum suggereren, die gedachten vertegenwoordigen die het einde van de wereld lezen, lijken ze soms onzinnig, en zichzelf opheffend, zeggen ze allemaal dat de stemmen een tegenstrijdigheid op zichzelf zijn
Wittgenstein gelooft dat de fout die ten grondslag ligt aan deze manier van denken kan worden verhelderd door als taalkundig feit twee uiteenlopende betekenissen van het woord bijzonder te beschouwen. Nu kan het gebruik van het woord bijzonder een soort waanvoorstelling veroorzaken, en grofweg wordt deze waanvoorstelling veroorzaakt door het dubbele gebruik van dit woord...  

Zoals Wittgenstein zegt Het is logisch om te zeggen dat je het moet zien als een gat. Zie deze cirkel als een gat en niet als een schijf, maar het heeft geen zin om te zeggen dat het om standaard waarnemingshandelingen gaat. Zie het als een rechthoek. Zie het als rood.
Dit soort ervaringen zal volgens Wittgenstein waarschijnlijk niet optreden als je geïnteresseerd bent in een object in de wereld, maar eerder als er sprake is van een zekere terugtrekking en introversie, wanneer je, zoals hij het zegt, als het ware op je sensaties staarde in plaats van dwars door je sensaties heen te kijken naar een wereld gevuld met echte voorwerpen van belang en nut. Maar wat kan het betekenen om te spreken over het richten van mijn aandacht op mijn eigen bewustzijn? Dit is zeker het vreemdste wat er kan zijn. dit
Schreber voelde zich bijvoorbeeld vaak het voorwerp van de aandacht van God of van de stralen waarvan hij wist dat het de zenuwen van God waren, en vreemd genoeg viel zijn gevoel het centrum van het universum te zijn vaak samen met het gevoel in de aanwezigheid te zijn van een ander bewustzijn, dat van God. 

--

Reacties

Populaire posts van deze blog

Het grootste bordeel van Europa

Typisch Spaans: Balay

Wat doet een Chief Economist - Officer?