#1 - De busreis

Ongeveer veertig jaar geleden gingen we met de bus richting het Zuiden. Nu ging ik met de bus naar het Noorden.

In de tussenliggende tijd zijn we vaker met de auto naar Nederland gegaan. Soms lasten we een stop in, maar vaak ook gingen we direct. De laatste keer dat ik alleen ging, deed ik er ca. dertig uur over. Aan het begin kijk je naar de kilometers en denk je rationeel aan de rest van de reis die nog ontbreekt. Het zijn communicerende vaten, zou je kunnen denken, al is de vergelijking niet geheel passend. Wat in het begin-vat zit loopt over naar het eind-vat en op een moment is het eerste leeg. “Ik ben op de helft,” of “nu nog een kwart.” Maar na verloop van tijd, neemt het rationele af en neemt de emotionele gids het over en dan denk je nog maar aan een ding. Wanneer houdt de reis op. Wanneer ben ik er?

Een busreis heeft iets laconieks. Je zit op een redelijk comfortabele stoel, je hebt meer beenruimte dan in een vliegtuig, en je kan ook af en toe opstaan. Je zit opgesloten, maar je hebt er ook vrede mee. 

Het eerste deel van de reis was me bekend. Hoe vaak was ik niet naar Barcelona gegaan in de afgelopen twintig jaar? Je kan op twee manieren richting noord Spanje, via de kust of via Madrid, meer opties zijn er niet. En onlangs is de tol op de kustroute opgeheven: Ik had niet gedacht dat dat ooit het geval zou zijn. Zeker niet in Noord Spanje, maar toch besloot men op een gegeven moment de toegangspoortjes definitief open te houden.

In Barcelona moest ik overstappen. De Spaanse busmaatschappij Alsa had daar haar eindpunt en voor Frankrijk kwam ik in een bus met de bijzondere naam BlaBlaBus. Dat deed me direct denken aan BlaBlaCar en dat  was inderdaad het geval, het was een busdienst van het hetzelfde bedrijf. BlaBlaCar kende ik als fenomeen, maar ik wist niet dat het een Frans initiatief was. Zelf heb ik nooit een BlaBlaCar-rit genomen, maar ik kende veel mensen die daar wel ervaring mee hadden. En er was zelf een film in Spanje over het fenomeen, met een bekende Spaanse acteur die reizigers meenam, waarvan niet iedereen de reis overleefde. 

Maar goed, zo ver de fictie. Dit was de realiteit. En in Frankrijk begon voor mij de echte reis. Spanje was een soort thuis. Van Montpellier, Avignon naar Grenoble.

Er waren twee mensen die ik herkende vanuit de Spaanse bus, mogelijk gingen die ook naar de eindbestemming. Maar de bus in Frankrijk was niet helemaal vol. Er waren vier of vijf plekken vrij.

Bijna niemand wist dat ik op reis ging en als ik verteld zou hebben dat ik met de bus zou gaan en niet met het vliegtuig, dan zou men het niet begrijpen. Er waren directe vluchten vanuit Málaga, en daar werd dan een time-slot van twee uur en dertig minuten voor gereserveerd, maar veel langer dan twee uur zou die reis niet duren. Waarom dan toch de bus?

Het ging niet om veiligheid, want vliegen is veiliger, al had ik de statistieken er niet op nagezocht. Maar een recent busongeluk stond me nog helder voor ogen. Dat was ook rond het moment dat ik deze reis in gedachten ging plannen. Economie was wel een factor. Zwitserland had een duur imago en Genève zou niet goedkoop zijn. De bus was vele malen goedkoper dan de trein, dat verbaasde me trouwens. EN vliegen was nog duurder, maar vooral belangrijk was, dat ik een of twee dagen van te voren kon besluiten om te gaan. Last-minutes vluchten zouden dan niet te betalen zijn.

De route ging ten oosten van Lyon. Op die hoogte moest ik denken aan een van de laatste autoritten door de stad, en de boete die vele weken later volgde. De limiet was 50 en op de bekeuring stond 55. Maar een buschauffeur die periodiek de route aflegt weet waar hij op moet letten en heeft verder ook geen enkele haast. Het is een soort stoïcijnse exercitie. EN als passagier krijg je die les er gratis bij.

...

Reacties

Populaire posts van deze blog

Het grootste bordeel van Europa

Typisch Spaans: Balay

Wat doet een Chief Economist - Officer?