De overtuiging van de martelaar
Dan liever Dood! is een titel die je misschien niet verwacht van een theoloog.
"De betekenis van het Griekse zelfstandig naamwoord voor getuige (martus) ontwikkelde zich in de vroeg-christelijke overlevering tot ‘martelaar’, en martus en verwante woorden (en hun equivalenten in andere talen, zoals martyr in het Latijn) werden de specifieke termen die in elk geval in de christelijke overlevering naar martelaarschap verwezen. Omdat deze titel martus/martelaar in het christendom is ontstaan, beweren verschillende geleerden dat het verschijnsel martelaarschap een innovatie van het
christendom is. De kerkhistoricus Hans von Campenhausen verdedigt dit standpunt bijvoorbeeld met verve in een monografie over martelaarschap uit 1936. Meer recent hebben andere wetenschappers naar voren gebracht dat het martelaarschap ook alleen kon ontstaan in de context van het Romeinse keizerrijk als antwoord op de Romeinse politiek en cultuur en de christenvervolging. De vaststelling dat het taalgebruik van martus enzovoort vrijwel afwezig is in joodse bronnen over een gewelddadige dood zou deze visie ondersteunen. In het jodendom is er echter een andere term die naar martelaarschap verwijst, Kidoesh Hashem (sterven voor de heiliging van de naam van God), maar deze term komt met deze betekenis pas voor in de rabbijnse literatuur na het ontstaan van het christendom. De titel ‘martelaar’ is dus inderdaad afkomstig uit het christendom, maar aan welke periode moeten we dan denken? Deze vraag is heftig bediscussieerd door Duitse geleerden tijdens de Eerste Wereldoorlog en de omstandigheden hebben daar zeker een rol bij gespeeld. Duitse soldaten die vanuit de juiste motivatie op het slagveld stierven werden als martelaar beschouwd. In deze periode betoogden verschillende wetenschappers dat martus en verwante woorden die in het Nieuwe Testament voorkwamen al naar martelaarschap verwezen. In een ingenieus artikel stelt Holl dat Paulus naar de figuur van de martelaar verwijst in het beroemde hoofdstuk over de opstanding in de Eerste Brief aan de KorintiĆ«rs. De opmerking ‘dat wij als getuigen van God over hem hebben gelogen, omdat we verklaard hebben dat hij Christus heeft opgewekt’ verwijst volgens Holl naar de martelaar als een ooggetuige van de opstanding van Christus. Holl verbindt deze interpretatie van de martelaar met de figuur van Stefanus, die in Handelingen 22:15, 20 een martus (getuige? martelaar?) genoemd wordt. Stefanus stierf door steniging en werd later als de eerste martelaar van de christelijke kerk beschouwd. Volgens de beschrijving van deze steniging in Handelingen 7 raakt Stefanus vlak voor zijn dood vervuld van de Heilige Geest en ziet dan God en Jezus Christus staand ter rechterhand van God:
- Maar vervuld van de Heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei: ‘Ik zie de hemel geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat’ (Handelingen 7: 55-56).
Of de termen martus en dergelijke inderdaad al in het Nieuwe Testament de connotatie martelaarschap hebben wordt door anderen sterk betwijfeld. De betekenis martelaarschap zou pas in bronnen uit de na-bijbelse periode voorkomen, waarbij de Eerste Clemensbrief of het Martelaarschap van
Polycarpus genoemd worden. Het laatste werk wordt in de tweede helft van de tweede eeuw of zelfs de derde eeuw n.C. gedateerd. "
Hoe zit het met overtuigingen?
Zelf was ik benieuwd hoe dit boek over de martelaar, samenvalt met het idee van een overtuiging.
Daar is dit een bloemlezing van:
- In de loop van de eeuwen heeft het christelijk geloof diverse pogingen ondernomen om andere religies te verbieden. Waar het terrein won, probeerde het doorgaans concurrerende religieuze overtuigingen met woord en daad te bestrijden en te vervangen.
- Een definitie van martelaarschap in dit verband zou kunnen zijn (*):
- De martelaar kan opgevat worden als een lid van een onderdrukte groep, die, wanneer de gelegenheid zich voordoet om bepaalde aspecten van de leefwijze van de groep af te moeten zweren, willens en wetens het lijden en de dood aanvaardt boven het loslaten van de eigen overtuiging.
- Op deze manier zijn er drie wegen die tot het martelaarschap kunnen leiden:
- 1 de keuze om liever te lijden of te sterven dan het opgeven van het eigen geloof of de eigen principes;
- 2 het gemarteld of gedood worden vanwege de eigen overtuigingen, en
- 3 het ondergaan van enorme pijn of groot lijden gedurende langere tijd.
- Overeenkomsten tussen joodse en christelijke martelaarsteksten ... meeste aandacht gaat uit naar de motiveringen van de weigering om aan het bevel van de heidense overheid te gehoorzamen in de dialoog tussen martelaar en heidense bestuurder. De nadruk ligt op de uitbeelding van het optreden van de martelaren en op hun uitspraken, die samen opgevat kunnen worden als vensters op de articulatie van de identiteit van de groep die de desbetreffende martelaren herdacht. De gemeenschap van de nabestaanden heeft de martelaren tot helden van hun groep gemaakt, waarmee zij zich als bewonderaars konden identificeren. De martelaren functioneren op deze wijze als voorbeelden voor de groep, die door hun optreden belangrijke waarden en overtuigingen van de gemeenschap tot uiting brachten. Dit maakt hen tot de ideale vertegenwoordigers van de groep, zowel voor de eigen achterban als voor buitenstaanders, die zich soms verwonderen over de vastbeslotenheid van deze personen.
- Kuyper geeft ook een omschrijving van wat een gereformeerd martelaarsboek is: een boek over degenen die hun leven opofferden voor de zuivering van de waarheid, die bezoedeld was geraakt, en over de ware overtuiging en waarheid van Christus (Canonisering van martelaren - Protestantse martelaarsboeken).
- Een van de decreten van Karel de Vijfde sloeg alles wat gewelddadigheid betrof. Dit zogenaamde Bloedige Plakkaat van 1550 hield de doodstraf in voor iedereen die veroordeeld was wegens ketterij: de mannen moesten terechtgesteld worden door het zwaard en de vrouwen werden levend begraven; zij die vasthielden aan hun overtuiging werden levend verbrand [Idem, geschreven door: Jan Willem van Henten].
- Essentiƫle onderdelen in deze definitie (*), zijn de eigen keus en het niet gehoor geven aan het bevel van het onderdrukkend gezag. Het gaat er dus om dat iemand de keus heeft tussen de dood of om een bevel van een onderdrukkend gezag op te volgen dat in strijd is met de overtuiging van de politieke of religieuze groep waartoe hij behoort. Dit sluit een aantal groepen, die vaak als martelaren worden beschouwd, uit. Als we naar de joodse geschiedenis kijken, zouden de slachtoffers van de inquisitie wel als martelaren kunnen worden getypeerd (zij hadden de keus tussen de doop of de dood), maar de door het nazibewind vermoorde joden niet.
- In de traditie van koran-commentaren zijn meerdere duidingen van deze verzen te vinden, die allen als lading hebben dat meerdere mensen in het Islamitisch martelaarschap en geweldloos protest vuur geworpen zijn vanwege hun geloofsovertuiging. De meest prominente uitleg in de traditie is geworden dat ze handelen over een groep gelovigen in de ene God die door een koning massaal verbrand werden in speciaal daarvoor gegraven kuilen, omdat ze weigerden hem als hun godheid te erkennen (Martelaren in de Islam, de martelaren van de "Kuil").
- De weg van de eerste zoon van Adam (Madhhab ibn Ädam al-awwal)... is een intellectuele uitwerking van zijn eerder opgedane ervaringen als getuige van politiek geweld in de islamitische wereld, en een directe respons op de gewelddadige radicalisering van islamitische politieke bewegingen in die tijd. In dit boek keurt hij politiek en religieus geweld categorisch af, en geeft hij ondersteund door onder andere eerder besproken teksten uit de koran en de overleveringen van Mohammed over KaĆÆn en Abel, zijn analyse van het probleem van geweld in de wereld in het algemeen en de islamitische samenlevingen in het bijzonder. Said beschouwt geweld als een dodelijke infectieziekte die bestreden moet worden, en gelooft dat werkelijke verandering alleen op basis van vrijwilligheid kan plaatsvinden, door de overtuigingskracht van ideeĆ«n. Geweldloos protest is het meest machtige wapen tegen onderdrukkende staten en onrecht, die niet alleen
- moreel het meest zuiver is, maar waar ook letterlijk en figuurlijk een ‘ontwapenende’ kracht van uitgaat. Moslims zouden terug moeten keren, zo betoogt Said, naar de weg van de eerste zoon van Adam, en geweld geheel af moeten zweren, ook in het geval van zelfverdediging, zelfs als dat betekent dat men zelf gedood – en dus martelaar – wordt.
- Al-SaqqÄ benadrukt dat dit ook de weg van de profeet Mohammed was, die in Mekka ook van alles toegezegd werd om hem te laten stoppen met het oproepen tot het aanbidden van de ene God, wat hij consequent weigerde. Hij spreekt met harde bewoordingen over de ‘lafaards’ en ‘hypocrieten’ die hun religieuze overtuiging af laten kopen voor wat werelds genot, de tevredenheid zoeken van tirannen, en zelfs hun geloofsbroeders uitleveren aan hen om er zelf beter van te worden. Ook hier is de impliciete verwijzing naar hun eigen concrete werkelijkheid van onderdrukking door het Syrische militaire regime heel duidelijk [SyriĆ«]
- Een draai naar wat Taylor ‘self-sufficient humanism’ noemt, zou men eventueel ook waar kunnen nemen in de geseculariseerde, of beter gezegd, ‘verburgerlijkte’ martelaarsbegrippen van de Arabische Lente. Daar stond het motief van sterven omwille van God of de religieuze overtuiging geenszins op de voorgrond, en leek de strijd tegen sociaal onrecht de boventoon te voeren. Ook in die gevallen echter hebben islamitische geleerden als al-Qaradawi en al-Khatib toch geprobeerd er islamitische legitimatie aan te verlenen, zij het vooral om ook islamisten te verbinden aan de bredere burgerbeweging (Islam, Conclusie - Charles Taylor en de humnistische dimensie).
- De antecedenten van de ideaaltypische wereldverzaker liggen bij een ander soort ethos, eveneens afgeleid van een aan de dood gewijde krijger, maar nu een die zijn (gehechtheid aan het) leven op een andere manier in de waagschaal stelt, niet door zich op te offeren voor zijn eigen religieuspolitieke groep of overtuiging, maar door juist geheel onttrokken aan zijn sociale context en ontheven van al zijn reguliere rechten en plichten daarbinnen, als absoluut en geĆ«mancipeerd individu, als individu in reincultuur, geheel onthecht – en een levende paradox – enkel nog te streven naar radicale verlossing (mokkha) en uitdoving (nibbÄna) - (Boeddhisme).
- Het concept van ‘martelaar’ bestaat in het klassieke hindoeĆÆsme niet. In de gangbare Westerse opvatting is een martelaar meestal iemand die door een vijandige overheid of machthebber ter dood wordt gebracht omdat hij of zij voor een bepaalde mening of overtuiging staat. Hoewel het hindoeĆÆsme geen traditie van martelaarschap kent, gebruikt men in India wel degelijk het begrip martelaar. Dit stamt uit de vroege twintigste eeuw en is nauw verbonden met de politieke strijd van IndiĆ«rs tegen het Britse koloniale regime (Modern Vedantisme en ascetische zelfopoffering. Het begin van antikoloniaal hindoe nationalisme, Victor A. van Bijlert - Martelaar, shaheed).
- Vivekananda sprak niet als een bescheiden hindoe uit een onderworpen koloniaal India; hij sprak op voet van gelijkheid met vertegenwoordigers van andere wereldreligies en liet zich die positie met overtuiging aanleunen. In de Amerikaanse pers maakte ‘Mr. V.V. Kananda’ furore. De publieke eer die hem in de Verenigde Staten te beurt viel en later ook in Engeland en in andere Europese landen, bleef in Brits-IndiĆ« niet onopgemerkt. Vivekananda was een van de eerste succesvolle en wereldwijd bekende propagandisten van hindoe zelfbewustzijn (Swami Vivekananda. 1863-1902).
- In veel religieuze tradities is ‘martelaarschap’ een begrip met diepe historische wortels. In een seculiere context daarentegen is deze term op het eerste gezicht wat vreemd. Er bestaat immers geen normatieve seculiere traditie waarin discussies worden gevoerd over de voorwaarden van martelaarschap zoals bijvoorbeeld in het christendom of de islam het geval is. Soms echter wordt de term toch expliciet gebruikt voor mensen die hun leven ‘gaven’ voor hun idealen of voor slachtoffers van politiek of terroristisch geweld. Vaak vervloeit de term ‘martelaar’ in seculiere samenlevingen met die van ‘held’. Toch wil dit niet zeggen dat de term ‘martelaar’ in seculiere samenlevingen een vrij zwevend begrip is. Bij het gebruik van de term klinken de religieuze wortels mee. Het argument dat ik in dit hoofdstuk zal ontvouwen heeft betrekking op de transformaties van martelaarschap in seculiere, vooral West-Europese contexten. Wat hierbij opvalt is dat in de loop van de geschiedenis de term ‘martelaar’ steeds sterker wordt verbonden met politiek-ideologische perspectieven. Terwijl nu in de eerste eeuwen van het christendom een martelaar vooral iemand was die werd geĆ«xecuteerd door vertegenwoordigers van de (Romeinse) staat vanwege haar of zijn overtuiging, wordt de martelaar in de loop van de geschiedenis steeds nauwer verbonden met de politieke idealen van de staat (Over martelaren, helden en soldaten Seculiere transformaties van martelaarschap. Lucien van Liere).
- Ondanks het ontbreken van een seculiere martelaarstraditie wordt de term ‘martelaar’ in seculiere samenlevingen niet zelden gebruikt voor mensen die hun idealen met de dood hebben moeten bekopen. Om te begrijpen welke lading de term heeft en hoe de religieuze wortels van martelaarschap nog steeds aanwezig zijn in huidige seculiere samenlevingen is het van belang om met wat grove pennenstreken door de geschiedenis van de West-Europese martelaar te gaan om zowel consistentie als contingentie in het gebruik van de term op te merken. Juist door hier aandacht aan te geven kunnen we verschuivingen waarnemen die vooral worden veroorzaakt door spanningen tussen de ‘wereldlijke’ macht (later: de natiestaat) enerzijds en religieuze of ideologische overtuiging anderzijds. Bij de soldaat die zijn leven offert voor de staat worden deze spanningen uiteindelijk opgeheven.
- De Griekse term marturion betekent, zoals ook in andere hoofdstukken van deze bundel wordt uitgelegd, getuigenis. In de christelijke context van de eerste eeuwen was de term voor velen verbonden met het getuigen van het christelijke geloof en van de christelijke praktijken voor Romeinse gerechtshoven en op executieplaatsen zoals arena’s.(Het religieuze traject van de seculiere martelaar)
- De ‘martelaren van Belfiori’ waren een groep die streefde naar onafhankelijkheid tijdens en na de eerste Italiaanse onafhankelijkheidsoorlog tegen Oostenrijk (1848-1849). Zij werden opgepakt en na een serie veroordelingen publiekelijk terechtgesteld tussen 1850 en 1853. Onder hen waren twee priesters. Wat zowel de martelaren van Manchester als die van Belfiori met John Brown gemeen hebben is dat zij primair streefden naar seculiere doelen maar zonder dat daarmee de religieuze dimensie was verdwenen. Zij werden allen herdacht als ‘martelaren’ in verhalen, muurschilderingen, op gedenkdagen of met standbeelden. Hun dood werd geromantiseerd en voorzien van een betekenis die een krachtige duale wereldinterpretatie laat zien waarbij ‘vrijheid’ en ‘onafhankelijkheid’ als sterke moderne waarden tegenover repressie en macht werden beklemtoond. Ook bij moderne martelaren die niet expliciet voor religieuze overtuigingen sterven, blijft de duale wereld waarin de dood een openbaringsmoment is van wreed onrecht intact, een karakteristiek die nauw verbonden is met het traject dat de martelaar in het Latijnse christendom en later in protestantse contexten heeft afgelegd. ... / ... De ‘verkozen dood’ als zelfopoffering omwille van overtuiging, religie, politieke idealen of de gemeenschap is zo ‘hardwired’ in het collectieve geheugen van de westerse cultuur, schrijft Elizabeth Castelli in Martyrdom and Memory.
- Vanuit het perspectief van de soeverein is de martelaar dus een uitdager of verrader. De martelaar gaat in tegen de overtuiging van de soeverein en verkrijgt juist daardoor betekenis. Terwijl de held de idealen van de soevereine staat verdedigt, blijft de martelaar verwijzen naar een ander politiek of religieus doel (over verschil tussen martelaren en helden)... / ... Volgens Schmitt zijn alle moderne concepten van staatssoevereiniteit in feite seculiere theologische concepten. Dit betekent dat er weinig onderscheid is tussen een martelaar die sterft voor zijn of haar geloof en een martelaar of held die sterft voor zijn of haar politieke overtuiging of voor zijn of haar land. Peterson daarentegen beschuldigt Schmitt ervan theologische overwegingen te gebruiken om de soevereine staat te legitimeren en pleit voor een radicale differentie tussen immanente macht en transcendente waarheid.
- Olie reageerde sterk tegen de manier waarop Fortuyn werd herdacht na zijn dood door zowel de persoon van Fortuyn zelf als die van Volkert van de Graaf te bagatelliseren, waarmee hij in een lange traditie staat van pogingen om de overtuiging waardoor martelaarschap wordt geconstrueerd, af te zwakken. De vraag of Fortuyn een martelaar was of niet, is niet aan de orde. Immers, het is de gemeenschap die iemands gewelddadige dood de betekenis van martelaarschap toedicht. In de casus van Fortuyn was dit zeker het geval en alhoewel media hierbij een belangrijke rol speelden en de term niet zelden met enig cynisme gebruikten, roept dit gebruik ervan de vraag op hoe zijn dood zich verhoudt tot het anti-soevereine traject van martelaarschap in het christelijke Westen waarover Fordahl schrijft (ook deze "Messias" stierf, de dood van Pim Fortuyn).
- Op 26 juli 2016 liepen de 19-jarigen Adel Kermiche en Abdel Malik Petitjean met messen en een neppistool de Ćglise St.-Ćtienne du-Rouvray binnen waar de 85-jarige priester Jacques Hamel juist was begonnen met het opdragen van de mis.---De gruwelijkheid die door hun martelaarschap openbaar wordt is, aldus paus Franciscus, ‘satanisch’.65 Jacques Hamel zou, toen hij de daders op hem af zag komen, hebben geroepen: ‘ga weg, satan’! Philippe Buc schrijft dat in de lange geschiedenis van de martelaar het verschil tussen onderdrukker en onderdrukte een
- dualiteit in stand houdt waarbij de overtuiging wordt gevoed dat hier iets ‘satanisch’ aan het werk is.66 De strijd die openbaar wordt in de dood van de martelaar heeft naast een fysieke kant dus ook een spirituele dimensie (‘Ontheiliging van de democratie’; Jacques Hamel en de duivel)... / ...
- Le Pen legt een expliciet verband tussen een religieuze ruimte (un lieu de culte de l’Eglise catholique) en het hart van de culturele identiteit (le cÅur de l’identitĆ© culturelle). De katholieke heilige plaats van Hamels dood is waar – in Hollandes woorden – de democratie wordt ontheiligd, of het hart van Frankrijks culturele identiteit wordt geraakt.
- --- Het ‘offer’ van de moderne martelaar, zo schrijft hij elders, is niet meer zozeer georiĆ«nteerd op een God die aan de ‘aarde’ transcendent is, maar op een systeem van transcendente rechten die als een haast natuurlijke orde op aarde aanwezig is en die wordt gemedieerd en bewaakt door de soevereine natiestaat. Hierdoor is niet meer de staat als zodanig de ‘satanische’ macht wiens wreedheid in de dood van de martelaar openbaar wordt maar vertegenwoordigt een wrede enkeling een ‘barbaarse’ macht die zich tegen de kernwaarden van de soevereine staat keert en die nota bene binnen een ander frame als ‘martelaar’ wordt geĆ«erd. Maar juist dankzij deze ‘valse martelaar’ kan de soeverein haar overtuigingen als fundamenteel profileren.
(bron: Dan Liever Dood, Over martelaren
en hun religieuze
drijfveren. Redactie van
Henk Bakker en
Bert Jan Lietaert Peerbolte)
-- schilderij: https://nl.wikipedia.org/wiki/Sebastiaan_(heilige)
-- Liever Dood (dan verliezen) is dan weer een heel ander boek: Boris van der Vorst over Ben Zwezerijnen - Liever dood dan verliezen. "VERROTTE VUIST Er is niet veel meer van over. Die rechtse heb ik stukgeslagen bij het boksen. Gebroken ook. Dat is nooit meer goed gekomme. Die hand heb een vermogen gekost. Twee en een halve ton aan operaties. Ik ben er acht keer aan geopereerd. Door die paardenslager van een Strikwerda. Eigen schuld. Ik trainde zelden met zwachtels. Als je te hard slaat voor je vezels, dan gaat je bindweefsel scheuren en komt er vocht tussen. En als er weer eens iets gebroken was, verwaarloosde ik het genezingsproces. Mijn pink staat haaks op mijn hand en mijn ring- en middelvinger heb ik na het boksen nooit meer kennen strekken. Tis alleen lastig als je iemand een hand moet geven. Krijgen ze zoʼn slap pootje van me. Een kerel in de kroeg vroeg of ik polio had. Krijg jij de tering maar, zei ik." Ben Zwezerijnen, juni 2020 (https://www.wehkamp.nl/liever-dood-dan-verliezen-boris-van-der-vorst-16824741/)
--
_De_heilige_Sebastiaan_-_Rubenshuis_Antwerpen_27-09-2018.jpg)

Reacties