De herder in het nieuwe en oude testament

Wat is de rol (en symboliek) van de herder in de bijbel? 

Het oude testament.

  • 2 En zij voer voort te baren zijn broeder Habel; en Habel werd een schaapherder  en
  • 7 En er was twist tussen de herders van Abrams vee  en tussen de herders van Lots
  • tussen mijn herders en tussen uw herders; want wij zijn mannen broeders.
  • 20 En de herders van Gerar twistten met Izaks herders  zeggende: Dit water hoort
  • toebehoorden; want zij was een herderin.
  • 32 En die mannen zijn schaapherders; want het zijn mannen  die met vee omgaan; en
  • wonen; want alle schaapherder is den Egyptenaren een gruwel.
  • Uw knechten zijn schaapherders  zo wij als onze vaders.
  • geworden  door de handen van den Machtige Jakobs; daarvan is hij een herder  een
  • 17 Toen kwamen de herders  en zij dreven haar van daar; doch Mozes stond op  en
  • 19 Toen zeiden zij: Een Egyptisch man heeft ons verlost uit de hand der herderen; en
  • die geen herder hebben.
  • leide ze in de herderstas  die hij had  te weten in den zak  en zijn slinger was in zijn
  • machtigste onder de herderen  die Saul had.
  • 7 En nu  ik heb gehoord  dat gij scheerders hebt; nu  de herders  die gij hebt  zijn bij
  • geen herder hebben; en de HEERE zeide: Dezen hebben geen heer; een iegelijk kere
  • der herderen  op den weg 
  • geen herder hebben; en de HEERE zeide: Dezen hebben geen heer; een iegelijk kere
  • 1 Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder  mij zal niets ontbreken.
  • Asaf. (80:2) O Herder Israels! neem ter ore  Die Jozef als schapen leiddet; Die tussen
  • [van] de meesters der verzamelingen  [die] gegeven zijn van den enigen Herder.
  • voetstappen der schapen  en weid uw geiten bij de woningen der herderen.
  • van geslacht tot geslacht; en de Arabier zal daar geen tent spannen  en de herders
  • over zijn roof brult  wanneer ook een volle menigte der herderen samengeroepen
  • 12 Mijn levenstijd is weggetogen  en van mij weggevoerd gelijk eens herders hut; ik
  • 11 Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen
  • 28 Die van Cores zegt: Hij is Mijn herder  en hij zal al Mijn welgevallen volbrengen;
  • zijn herders  die niet verstaan kunnen; zij allen keren zich naar hun weg  elkeen naar
  • waar is Hij  Die hen uit de zee opgebracht heeft  met de herders Zijner kudde? Waar
  • niet; en de herders overtraden tegen Mij; en de profeten profeteerden door Baal  en
  • 15 En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden [met]
  • 3 [Maar] er zullen herders tot haar komen met hun kudden; zij zullen tenten rondom
  • de herdershutten der woestijn; want zij zijn afgebrand  dat er niemand doorgaat  en
  • 21 Want de herders zijn onvernuftig geworden  en hebben den HEERE niet gezocht;
  • 10 Veel herders hebben Mijn wijngaard verdorven  zij hebben Mijn akker vertreden;
  • 16 Ik heb toch niet aangedrongen  meer dan een herder achter U [betaamde]; ook heb
  • 22 De wind zal al uw herders weiden  en uw liefhebbers zullen in de gevangenis
  • 1 Wee den herderen  die de schapen Mijner weide ombrengen en verstrooien! spreekt
  • 2 Daarom zegt de HEERE  de God Israels  alzo van de herderen  die Mijn volk
  • 4 En Ik zal herderen over hen verwekken  die ze weiden zullen; en zij zullen niet
  • 34 Huilt  gij herders! en schreeuwt  en wentelt u [in] [de] [as]  gij heerlijken van de
  • 35 En de vlucht zal vergaan van de herders  en de ontkoming van de heerlijken der
  • 36 Er zal zijn een stem des geroeps der herderen  en een gehuil der heerlijken van de
  • bewaren als een herder zijn kudde.
  • woningen zijn van herderen  die de kudden doen legeren.
  • een herder zijn kleed aantrekt  en hij zal van daar uittrekken in vrede.
  • dagvaarden  en wie is die herder  die voor Mijn aangezicht bestaan zou?
  • 6 Mijn volk waren verloren schapen  hun herders hadden hen verleid  zij hadden hen
  • dagvaarden? En wie is de herder  die voor Mijn aangezicht bestaan zou?
  • 23 En door u zal Ik in stukken slaan den herder en zijn kudde; en door u zal Ik in
  • 2 Mensenkind! profeteer tegen de herders van Israel; profeteer en zeg tot hen  tot de
  • herders: Alzo zegt de Heere HEERE: Wee den herderen Israels  die zichzelven
  • weiden! zullen niet de herders de schapen weiden?
  • 5 Alzo zijn zij verstrooid  omdat er geen herder is; en zij zijn als het wild gedierte des
  • 7 Daarom  gij herders! hoort des HEEREN woord!
  • tot spijze geworden zijn  omdat er geen herder is  en Mijn herders naar Mijn schapen
  • niet vragen; en de herders weiden zichzelven  maar Mijn schapen weiden zij niet;
  • 9 Daarom  gij herders! hoort des HEEREN woord!
  • 10 Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet  Ik [wil] aan de herders  en zal Mijn schapen van
  • herders zichzelven niet meer zullen weiden; en Ik zal Mijn schapen uit hun mond
  • 12 Gelijk een herder zijn kudde opzoekt  ten dage als hij in het midden zijner
  • 23 En Ik zal een enigen Herder over hen verwekken  en Hij zal hen weiden 
  • [namelijk] Mijn knecht David; die zal ze weiden  en Die zal hun tot een Herder zijn.
  • Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen  en Mijn inzettingen bewaren
  • schapen  die geen herder hebben  en daar zal niet een hond zijn  die met zijn tong
  • 1 De woorden van Amos  die onder de veeherderen was van Thekoa  dewelke hij
  • en de woningen der herderen zullen treuren  en de hoogte van Karmel zal verdorren.
  • 12 Alzo zegt de HEERE: Gelijk als een herder twee schenkelen  of een stukje van een
  • profetenzoon; maar ik was een ossenherder  en las wilde vijgen af.
  • in onze paleizen zal treden  zo zullen wij tegen hem stellen zeven herders  en acht
  • 18 Uw herders zullen sluimeren  o koning van Assur! uw voortreffelijken zullen zich
  • 6 En de landstreek der zee zal wezen [tot] hutten  uitgegraven putten der herders  en
  • zij zijn onderdrukt geworden; want er was geen herder.
  • 3 Tegen de herders was Mijn toorn ontstoken  en over de bokken heb Ik bezoeking
  • 3 Er is een stem des gehuils der herderen  dewijl hun heerlijkheid verwoest is; een
  • 8 En ik heb drie herders in een maand afgesneden; want mijn ziel was over hen
  • 15 Verder zeide de HEERE tot mij: Neem u nog eens dwazen herders gereedschap.
  • 16 Want ziet  Ik zal een herder verwekken in dit land; dat gereed is om afgesneden te
  • 17 Wee den nietigen herder  den verlater der kudde! Het zwaard zal over zijn arm
  • 7 Zwaard! ontwaak tegen Mijn Herder  en tegen den Man  Die Mijn Metgezel is 
  • spreekt de HEERE der heirscharen; sla dien Herder  en de schapen zullen verstrooid

In het nieuwe testament 

  • omdat zij vermoeid en verstrooid waren  gelijk schapen  die geen herder hebben.
  • scheiden  gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt.
  • want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan  en de schapen der kudde zullen
  • bewogen over hen; want zij waren als schapen  die geen herder hebben; en Hij begon
  • want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan  en de schapen zullen verstrooid
  • 8 En er waren herders in diezelfde landstreek  zich houdende in het veld  en hielden
  • de herders tot elkander zeiden: Laat ons dan heengaan naar Bethlehem  en laat ons
  • de herders.
  • 20 En de herders keerde wederom  verheerlijkende en prijzende God over alles  wat
  • 2 Maar die door de deur ingaat  is een herder der schapen.
  • 11 Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.
  • 12 Maar de huurling  en die geen herder is  wien de schapen niet eigen zijn  ziet den
  • 14 Ik ben de goede Herder; en Ik ken de Mijnen  en worde van de Mijnen gekend.
  • Herder.
  • sommigen tot evangelisten  en sommigen tot herders en leraars;
  • 20 De God nu des vredes  Die den grote Herder der schapen  door het bloed des
  • 25 Want gij waart als dwalende schapen; maar gij zijt nu bekeerd tot den Herder en
  • 4 En als de overste Herder verschenen zal zijn  zo zult gij de onverwelkelijke kroon

Internet, zie o.a. (het effect van de (Griekse) vertaling en oorsprong voor herder:
https://christianpure.com/nl/learn/shepherd-presence-bible/

Uitleg - Wat betekent ‘Herder’ in de Bijbel?

[Zoeken coaches en adviseurs naar de parallel van de herder in de Bijbel, als het gaat om leiderschap e.d.?]
De term ‘herder’ heeft een diepgaande betekenis in de Bijbel en dient als een krachtig symbool van leiding, zorg en leiderschap. Het begrijpen van de Bijbelse betekenis van ‘herder’ kan onze spirituele reis verlichten en inzicht bieden in Gods relatie met de mensheid.

Begeleiding en Leiderschap - In Bijbelse tijden waren herders verantwoordelijk voor het leiden van hun kudden naar veilige weiden, het beschermen van hen tegen kwaad en het verzekeren dat ze goed gevoed werden. Deze rol belichaamt het concept van begeleiding, dat centraal staat in de Bijbelse betekenis van ‘herder’. In Psalm 23:1 staat bijvoorbeeld: "De Heer is mijn herder; het zal mij aan niets ontbreken." Dit vers benadrukt de voorziening en zorg die God, als de ultieme herder, aan Zijn volgelingen biedt.

Bescherming en verzorging - 
Bovendien is de rol van de herder er een van bescherming. Jezus verwijst naar Zichzelf als de Goede Herder in Johannes 10:11 en zegt: "Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor de schapen." Dit illustreert de mate van zorg en opoffering die bij echt herderschap betrokken zijn, en weerspiegelt Gods toewijding aan het beschermen van Zijn volk.

Culturele context van herders in de Bijbel - Historische betekenis
In het oude Israël was herderschap een veel voorkomende bezigheid, diep verankerd in de cultuur en economie. In de Schriften wordt vaak verwezen naar de pastorale levensstijl, wat het belang ervan in het dagelijks leven van de mensen benadrukt. Veel van de Bijbelse patriarchen, waaronder Abraham, Mozes en David, waren bijvoorbeeld herders, wat de waarde onderstreept die aan deze rol in de samenleving wordt gehecht.

Spirituele leiders als herders - De beeldtaal van herderschap gaat verder dan alleen maar bezig zijn; het symboliseert spiritueel leiderschap. Leiders in de kerk worden vaak herders genoemd, geroepen om hun gemeenten in geloof te leiden. In Handelingen 20:28 spoort Paulus kerkleiders aan om "de wacht te houden over uzelf en over de gehele kudde waarvan de Heilige Geest u tot opzieners heeft aangesteld." Dit versterkt het idee dat spirituele leiders belast zijn met het welzijn van hun gemeenschap, vergelijkbaar met hoe een herder voor zijn schapen zorgt.

Bijbelse verwijzingen naar herderschap - verwijzingen naar het Oude Testament - Het Oude Testament is rijk aan verwijzingen naar herderschap. In Ezechiël 34:11-12 verklaart God: "Want dit zegt de Soevereine Heer: Ikzelf zal naar mijn schapen zoeken en voor ze zorgen." Deze passage illustreert Gods actieve rol als herder, waarbij hij degenen opzoekt die zijn afgedwaald en hen een weg terug naar Hem aanbiedt.

Nieuwtestamentische leringen - In het Nieuwe Testament benadrukt Jezus de relatie tussen herder en schapen. In Mattheüs 18:12 stelt Hij de vraag: "Als een man honderd schapen heeft en één daarvan dwaalt af, zal hij dan niet de negenennegentig op de heuvels achterlaten en op zoek gaan naar het afgedwaalde?" Deze gelijkenis benadrukt het belang van ieder individu en Gods meedogenloze liefde en streven naar iedere ziel.

Spiritueel belang van herderschap - Vertrouwen op Gods leiding
De Bijbelse betekenis van ‘herder’ nodigt gelovigen uit om te vertrouwen op Gods leiding en voorziening. Net zoals een herder zijn schapen in veiligheid brengt, belooft God ons door de uitdagingen van het leven te leiden. Dit vertrouwen bevordert een diepere relatie met Hem en moedigt ons aan om op zijn wijsheid en zorg te vertrouwen.

Het nabootsen van de Goede Herder - Bovendien moedigt het begrijpen van de rol van een herder individuen aan om die kwaliteiten in hun eigen leven te belichamen. Door de Goede Herder na te volgen, worden gelovigen geroepen om voor anderen te zorgen, hun gemeenschap te dienen en met mededogen leiding te geven. Dit principe wordt weerspiegeld in 1 Petrus 5:2-3, waar Petrus leiders aanmoedigt om "herders te zijn van Gods kudde die onder uw hoede is, en over hen te waken - niet omdat u moet, maar omdat u bereid bent."

Conclusie
Concluderend kan worden gezegd dat de Bijbelse betekenis van ‘herder’ diep geworteld is in thema’s als leiding, bescherming en leiderschap. Het dient als een herinnering aan Gods onwankelbare toewijding aan Zijn volk en daagt ons uit om diezelfde kwaliteiten in ons dagelijks leven te belichamen. Door zich met deze symboliek bezig te houden, kunnen gelovigen hun geloof verdiepen en een geest van zorg en mededogen voor anderen cultiveren. Laten we, terwijl we nadenken over de rol van de herder, ernaar streven instrumenten van Gods liefde te zijn en de mensen om ons heen te leiden en te voeden.
(bron: https://bibledictionarytoday.com/words/shepherd/)

--

-- afbeelding: https://blogs.bible.org/our-shepherd/

Reacties

Populaire posts van deze blog

Het grootste bordeel van Europa

Typisch Spaans: Balay

Wat doet een Chief Economist - Officer?