Zonder diploma ben je (wel een / geen) loser.
Zonder diploma ben je geen loser, schreef Trouw.
Bij bedrijven zie je vaak de certificaten aan de muur hangen van medewerkers die een cursus hebben afgerond. Diploma’s en certificaten zijn nu eenmaal een bewijs van een formele opleiding. Iemand die een diploma heeft gehaald, krijgt hierdoor een nieuwe status. Dit speelt op elk vlak. Op de middelbare school, academische bul die afgestudeerden ontvangen van de universiteit, de certificaten zowel op individueel niveau als ook de (ISO 9001) certificering van een bedrijf op zich.
Diploma’s horen bij het establishment en met een diploma op zak ligt de opname of integratie bij datzelfde establishment een stap dichter bij.
Er zit echter – of juist hierdoor – ook een cultuurelement in het uitdelen en ontvangen van diploma’s. Want zo’n diploma op zich zegt niet zoveel. Het gaat erom wat je erna mee doet en bereikt. In organisatietermen: een diploma is geen garantie voor een goede performance.
Iemand die een zwemdiploma haalt kan daardoor niet automatisch beter zwemmen dan iemand zonder diploma. Bijvoorbeeld bij iemand die geen waarde hecht aan een zwemdiploma, maar wel een goede zwemmer is.
En verder is er ook de onderverdeling en waardering van de diverse diploma’s. Sommigen krijgen een hogere status en waardering dan anderen.
Zo is er in Nederland een echte diplomacultuur, maar waar men nog meer waarde aan hecht is aan kennis. Nederland is op veel vlakken egalitair, behalve als het op kennis aankomt; Waar in een land als Spanje er klassen heersen in status zoals de private en publiekscholen, heerst er in Nederland een statusverschil tussen kinderen die naar het HAVO, VWO of zelfs het gymnasium (typerend is misschien ook wel het feit dat Arnon Grunberg “het Vossius” niet afgemaakt heeft. Dat benadrukt het belang van deze instituten nog eens) gaan of zij die “slechts” een vmbo diploma halen. Titels – het behaalde diploma - spelen daarbij een rol.
Zo wordt ook het ambachtsschap ondergewaardeerd door het niveau van een dergelijk diploma.
Dit is m.i. een van de redenen waarom bepaalde lager geschoolde immigranten integratieproblemen hebben: In Nederland moet je namelijk gestudeerd hebben, anders hoor je er niet bij.
In het licht van de crisis en het crisisberaad kan men dit perspectief ook gebruiken. Balkenende is zelf een prima vertegenwoordiger van de Nederlandse diploma-cultuur. Maar dat is wederom geen garantie dat hij en zijn team daarmee effectief een crisis te lijf kan gaan.
Bij bedrijven zie je vaak de certificaten aan de muur hangen van medewerkers die een cursus hebben afgerond. Diploma’s en certificaten zijn nu eenmaal een bewijs van een formele opleiding. Iemand die een diploma heeft gehaald, krijgt hierdoor een nieuwe status. Dit speelt op elk vlak. Op de middelbare school, academische bul die afgestudeerden ontvangen van de universiteit, de certificaten zowel op individueel niveau als ook de (ISO 9001) certificering van een bedrijf op zich.
Diploma’s horen bij het establishment en met een diploma op zak ligt de opname of integratie bij datzelfde establishment een stap dichter bij.
Er zit echter – of juist hierdoor – ook een cultuurelement in het uitdelen en ontvangen van diploma’s. Want zo’n diploma op zich zegt niet zoveel. Het gaat erom wat je erna mee doet en bereikt. In organisatietermen: een diploma is geen garantie voor een goede performance.
Iemand die een zwemdiploma haalt kan daardoor niet automatisch beter zwemmen dan iemand zonder diploma. Bijvoorbeeld bij iemand die geen waarde hecht aan een zwemdiploma, maar wel een goede zwemmer is.
En verder is er ook de onderverdeling en waardering van de diverse diploma’s. Sommigen krijgen een hogere status en waardering dan anderen.
Zo is er in Nederland een echte diplomacultuur, maar waar men nog meer waarde aan hecht is aan kennis. Nederland is op veel vlakken egalitair, behalve als het op kennis aankomt; Waar in een land als Spanje er klassen heersen in status zoals de private en publiekscholen, heerst er in Nederland een statusverschil tussen kinderen die naar het HAVO, VWO of zelfs het gymnasium (typerend is misschien ook wel het feit dat Arnon Grunberg “het Vossius” niet afgemaakt heeft. Dat benadrukt het belang van deze instituten nog eens) gaan of zij die “slechts” een vmbo diploma halen. Titels – het behaalde diploma - spelen daarbij een rol.
Zo wordt ook het ambachtsschap ondergewaardeerd door het niveau van een dergelijk diploma.
Dit is m.i. een van de redenen waarom bepaalde lager geschoolde immigranten integratieproblemen hebben: In Nederland moet je namelijk gestudeerd hebben, anders hoor je er niet bij.
In het licht van de crisis en het crisisberaad kan men dit perspectief ook gebruiken. Balkenende is zelf een prima vertegenwoordiger van de Nederlandse diploma-cultuur. Maar dat is wederom geen garantie dat hij en zijn team daarmee effectief een crisis te lijf kan gaan.
-- januari 2026, lees ik over het boek Diplomademocratie dat in 2011 verscheen, en waar nu een nieuwe druk van is verschenen waar de boodschap met nadruk wordt herhaald.
Opleiding is de nieuwe verzuiling. Academisch geschoolden en praktisch geschoolden leven in gescheiden werelden. Ze hebben andere zorgen en andere opvattingen over de grote kwesties van onze tijd. Maar in de politiek trekken de academici aan het langste eind. Nederland is een diplomademocratie – een land waarin de hoogste diploma’s het voor het zeggen hebben. Die ongelijke vertegenwoordiging is een bron van politiek wantrouwen en vormt een grote bedreiging voor onze democratie.
Dit is een compleet herziene versie van het baanbrekende boek uit 2011. Op basis van veel nieuw materiaal laat het zien hoezeer de scheidslijnen tussen academisch geschoolden en praktisch geschoolden zich hebben verdiept.
Mark Bovens is politiek filosoof en bestuurskundige en emeritus hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht.
Anchrit Wille is politicoloog en bestuurskundige en hoogleraar transities in de publieke sector aan de Universiteit Leiden.
"In de nieuwe druk koppelen ze hun analyse aan recente maatschappelijke en politieke ontwikkelingen en waarschuwen ze dat meritocratische selectiemechanismen de representativiteit van bestuur en bestuurders onder druk zetten. De auteurs roepen daarmee op tot bezinning op hoe onderwijs, selectie en politieke participatie elkaar beïnvloeden, en impliceren dat beleidsaanpassingen nodig zijn om democratische legitimiteit te behouden. De herziene uitgave wil opnieuw het gesprek openen over de balans tussen talentontwikkeling, sociale rechtvaardigheid en democratische stabiliteit in Nederland" (Bron: Vk, Nieuwe inzichten over diplomademocratie: 'De onvrede kan zich tegen gevestigde orde keren')
Diplomademocratie gaat wat verder dan de scheiding wel of geen diploma hebben, maar bekritiseert dat diegene met de hoogste diploma de leiding (in bestuurskundige thema's) heeft genomen in Nederland.

Reacties