Een satire vol geheimen?
Ik vond een oud kranten-artikel van Ger Groot (Kapitaal) met als titel - Een geheime satire. Ik kon de tekst nergens meer online vinden, dus heb ik deze hier gekopieerd [ter review...].
"Het jaar 1492 is cruciaal inde Spaanse geschiedenis. Niet in de eerste plaats vanwege de ontdekking van Amerika, maar vooral vanwege de verovering van Granada en daarmee de eenwording van Spanje tot een van de eerste moderne staten van Europa. De nationbuilding onder het gezag van het ‘katholieke koningspaar’ Ferdinand en Isabella vereiste een ideologische legitimatie die Zich geen dissidente stemmen meende te kunnen veroorloven.
Omdat God het koningschap gegeven had, vormden religie en staatsbestel een onlosmakelijke eenheid, waarbinnen niet-christenen bijna vanzelf als staatsgevaarlijk golden. Een grote uittocht van moslims en joden was het gevolg.
Zo begon de geschiedenis van de moderne staat met een tragedie die zichzelf nog vele malen zou herhalen.
Ze heeft in Spanje wonden geslagen die nooit helemaal zijn geheeld. Vertaler en commentator Henk de Vries ziet er de duidelijke sporen van terug in La Celestina, het toneelstuk (eigenlijk een voorlees-tekst) dat kort na dat woelige jaar 1492 geschreven werd door een zekere Fernando de Rojas.
Hoewel het een onmiskenbare middeleeuwse structuur heeft, wordt het om de levendige dialogen en de individuele karakterschilderingen wel als het eerste moderne werk in de Spaanse literatuur beschouwd.
De naamgeefster en centrale persoon van het stuk is in Spanje zo’n spreekwoordelijke figuur geworden dat een koppelaar nu ‘celestina’ heet.
De Celestina uit het stuk is echter veel méér.
Ze is heks, gewezen prostituée, hoerenmadam en ‘gelegenheidgeefster’, maar als huwelijksmakelaar wordt ze door de verliefde ridder Calisto in de arm genomen om de liefde te verschalken van de evenmin onbemiddelde burgerdochter Melibea.
Dat lukt, maar Celestina schiet er wel het leven bij in, wanneer zij weigert haar ruime beloning te delen met de knechten yan Calisto, die ze voor haar karretje heeft gespannen.
Want hoeveel personages telt het stuk eigenlijk? De tekst die de geschiedenis is ingegaan bevat een aantal scenes en personen die in de oerversie voorkwamen.
Ze werden al in het begin van de zestiende eeuw aan het einde van het stuk toegevoegd en maken daarmee de plotselinge reeks sterfgevallen veel minder abrupt. Dramatisch heeft dat grote voordelen, maar volgens de vertaler Henk de Vries is daarmee de geheime structuur en de boodschap van de komedie teloorgegaan.
Aan de reconstructie van die boodschap wijdt De Vries een uitvoerig woord, waarin hij ook zijn beslissing verdedigt de namen van de personages consequent te vernederlandsen. Calisto is ‘Knisters’ geworden, Malibea ‘Godziedemij’ en Celestina ‘Hermelijne’.
Al die namen hebben een betekenis en zijn dus terecht vertaald, al lijken sommige figuren (Striek, Stribbel, Gluip en Glunder) daardoor rechtstreeks uit een Bommel-strip te zijn weggelopen.
De betekenis van het stuk licht volgens De Vries pas op na een semi-wiskundige analyse, waarin niet alleen de aantallen scenes en clausen, maar ook de getalsmatige ‘woordwaarden’ van de namen een belangrijke rol spelen.
Zo kan De Vries, na de meeste scenes te hebben geanalyseerd, over de drie resterende concluderen: ‘De eerste twee {..] hebben samen dubbel zoveel clausen als de 2+9+3 van het derde moment en alle drie samen hebben ze 42, het geval van Calisto, Dat zijn getal over drie momenten verdeeld is, waarvan het derde er één derde deel van geeft, bevestigt dat zijn getal naar de driemaal veertien geslachten van Matheus 1:17 verwijst.’ Op die manier ontdekt De Vries zo’n duizelingwekkend aantal yerbanden dat hij wel moet vermoeden dat de naam ‘Fernando de Rojas’ voor een heel team van auteurs heeft gestaan.
Eén man had dat nooit gekund, temeer omdat zelfs datgene wat de tekst niet noemt volgens De Vries aan deze kaballistiek beantwoordt. Het woord Inquisición en de naam Isabel (Isabella de Katholieke) die in de tekst niet voorkomen," zo schrijft hij, "hebben dezelfde getalswaarde als iglesia (kerk), en valt dus samen met verdad "waarheid = 45 = mentira "Leugen": de Kerk meent de waarheid in pacht te hebben, maar logenstraft met haar daden het gebod van naastenliefde.
En daarmee komt volgens de Vries de ware betekenis van het stuk naar voren. Het is niet alleen een vermaning aan "hen die beminnen, God te dienen en de ijdele overleggingen en ondeugden van de liefde te laten varen," zoals de schrijver in zijn inleiding verklaart. Het is vooral een geheime satire op de kerk, belichaamd door de figuur van Celestina en geschreven door een Joodse auteur (of groep auteurs) die aan den lijve heeft moeten ondervinden dat de naam Castilla dezelfde woordwaarde heeft als cadena (ketting).
Hoe vergezicht dat ook mag klinken, toch was die boodschap volgens De Vries nog niet geheim genoeg. Daarom werd het hele mathematische evenwicht in latere versies bewust door toevoegingen yerstoord. Dat het ver haal over Knisters en Goziedemij dan geen ‘komedie’ meer heet, maar een "tragikomedie," heeft volgens hem de zelfde reden.
De Celestina wilde een anti-katholiek weerwoord zijn op Dante’s Divina Commedia, maar al te duidelijk mocht dat niet blijken.
Dat neemt niet weg dat deze vertaling een prachtige kennismaking biedt met een verrassend modern stuk, dat soms yooruit lijkt te lopen op Pepusch' Beggars Opera van twee eeuwen later.
De Vries heeft het vertaald naar de oorspronkelijke uitgave en geeft de later toegevoegde stukken er afzonderlijk bij. Daarmee krijgt de lezer een mooi beeld van de wordingsgeschiedenis van de Celestina, al zal niet iedereen zich door de ideeën van De Vries laten overtuigen.
Tenslotte schreef Fernando de Rojas zelf al in zijn inleidende gedicht:
"Raden naar wat mij beweegt zult gij mijden,
/ Op welk van twee uitersten ik ben gericht
/ Ja, welke partij ik kies kunt ge onderscheiden:
/ Afwijzing van liefde, of liefde diezwicht."
" (bron: GER GROOT)
H.A. Gomperts in De eend op zolder
Het is een in dialogen geschreven avonturen-roman, die met zijn 16 bedrijven bij de publikatie in 1499 (waaraan in latere edities nog vijf bedrijven zijn toegevoegd) niet bedoeld was om te worden opgevoerd.
Men heeft er later wel opvoerbare selecties uit gemaakt, waarvan er verscheidene zijn gespeeld.
Vooral in Spanje is het stuk populair, al werd het ook herhaaldelijk door kerkelijke verbodsbepalingen getroffen.
De Haagse Comedie heeft nu een eigen selectie uit dit materiaal opgevoerd en daarbij gebruik gemaakt van een ‘tekstbewerking’ (d.w.z.
een nogal vrije vertaling) van Dolf Verspoor, waaruit Joris Diels een ‘toneelbewerking’ (d.w.z.
een keuze en een eigen arrangement) had vervaardigd.
Door deze operatie zijn er heel wat scènes en ook enige personages geamputeerd.
Maar de hoofdlijnen van het verhaal, dat gewoonlijk aan een zekere Fernando de Rojas wordt toegeschreven (met uitzondering van het lange eerste bedrijf, waarvoor veelal de dichter Rodrigo de Cota verantwoordelijk wordt gesteld), zijn in deze verkorting in stand gebleven.
58 Calisto en Melibea is een gepassioneerd liefdespaar, vergelijkbaar met Pyramus en Thisbe, Tristan en Isolde, Romeo en Julia.
In deze en dergelijke gevallen is er gewoonlijk sprake van jeugdige gelieven van hoge afkomst (vgl.
de twee koningskinderen van het middeleeuwse lied), van een verzengende hartstocht en van een dodelijke afloop.
In het Spaanse drama gaat dat allemaal nogal eenvoudig.
Calisto, op jacht achter één van zijn valken aan, komt in de tuin van Melibea, ziet haar en verklaart haar zijn liefde.
Met een beroep op eer en fatsoen wijst zij hem verontwaardigd af, maar de koppelaarster La Celestina, die Calisto in de arm neemt, weet haar weerstand gemakkelijk te breken.
Zij stemt toe in heimelijke samenkomsten, waarvoor Calisto over een muur moet klimmen.
Hij valt van de muur en breekt zijn nek.
Wanhopig springt zij dan van de toren van haar vaders huis.
Dit liefdesdrama is bijzonder aardig gedaan: gestileerd en gesymboliseerd, maar psychologisch heel overtuigend.
De hoofdzaak en het bijzondere van het stuk is echter te vinden in de koppelaarster La Celestina.
Zij is een cynisch oud wijf, bijgelovig en hebzuchtig, maar boordevol met nuchterheid en mensenkennis.
Voor haar is de hooggestemde liefde van Calisto en Melibea niet principieel verschillend van de begeerten die zij in haar dagelijkse praktijk van hoerenmadam exploiteert.
Zij suggereert min of meer dat de liefde van de rijken ten dele ‘literatuur’ is, modieuze lyriek, een exotische luxe, die heel gewone verschijnselen bedekt die overal in de natuur te vinden zijn.
De schrijver heeft ongetwijfeld eigen ideeën in de volkswijsheid van deze koppelaarster verwerkt.
Haar heksenpraktijken, haar heulen met de duivel en haar gewelddadig einde hangen er een beetje willekeurig bij, alsof daarmee de onmiskenbare sympathie van de auteur moest worden uitgewist.
In werkelijkheid is La Celestina de levendigste en de meest levende figuur van het stuk.
Het realisme waarmee de onderwereld getekend is, waarin zij zich beweegt, en haar gewiekstheid in haar omgang met iedereen geven aan het hele verhaal, dat ook in zijn bekorting soms een zekere traagheid en omslachtigheid behoudt, een boeiend perspectief.
Een dergelijk aan de romance toegevoegd accent is 59 de epiloog waarin Pleberio, de vader van de zojuist gestorven Melibea, een klacht uitspreekt die een aanklacht is tegen de wereld en tegen de liefde en die wat stemming en toonhoogte betreft aan de Prediker doet denken.
Onder regie van Joris Diels heeft de Haagse Comedie een prachtige voorstelling van dit curieuze, ondramatische, maar in vele opzichten fascinerende stuk gegeven.
Ida Wasserman was een grandioze Celestina, een onweerstaanbaar vulgair, genotzuchtig, uitgekookt loeder, rauw, maar zacht geolied, in vodden, maar in vodden van zij.
Jules Croiset speelde de verliefde Calisto vooral als een leeghoofdige monomaan.
Paula Petri was als Melibea ontroerend in haar complete loyaliteit.
Bas ten Batenburg en Jules Royaards waren een stel fraaie knechtjes, de eerste bijzonder liederlijk en de tweede griezelig snel gecorrumpeerd.
Gijsbert Tersteeg vertolkte een waardige Pleberio, die een grote bezieling gaf aan de klacht die het stuk besluit.
Camille de Vries en Anne Oostveen speelden de lichte meisjes met verve.
Van de dubbelzinnige kamenier van Melibea gaf Trins Snijders een goede aanduiding, al maakte een ingrijpende coupure deze figuur nogal raadselachtig.
De voorstelling was heel levendig, stijlvol door de op schilderijen geïnspireerde decors en kostuums van Harry Wich en sfeervol mede door de illustratieve muziek van Jurriaan Andriessen.
Verspoors tekst had geen gebrek aan gelukkige vondsten en vermetele woordspelingen.
Het geheel moet nogal onthutsend zijn voor mensen die denken dat openhartigheid in de literatuur een recent verschijnsel is.
In deze voorstelling zijn het platte en het verhevene, literatuur en realisme, proza en poëzie grondig met elkaar vermengd. (1964)

Reacties